
De ooit zo vanzelfsprekende liefde tussen VVD en CDA is bekoeld
CDA-prominenten zien de VVD verder naar rechts schuiven, terwijl VVD’ers vinden dat het CDA naar het midden beweegt. Trouw sprak met bewindslieden uit een tijd dat de twee partijen beter met elkaar overweg konden.
politiek redacteur
CDA-leider Henri Bontenbal genoot van de discussies tijdens de formatie met coalitiegenoten D66 en de VVD op het Hilversumse landgoed De Zwaluwenberg. Die gingen over het ‘neoliberale mensbeeld’. “Heel goed om het politieke conflict ook in het midden te voeren”, zei hij maandag na afloop van zijn HJ Schoo-lezing tegen het overwegend liberale publiek in het Amsterdamse debatcentrum Rode Hoed.
Zijn toespraak ging over de kracht van de gemeenschap. Hij keerde zich tegen de groeiende individualisering. Enkele liberale paradepaardjes waar de VVD geen afscheid van wil nemen, hield Bontenbal kritisch tegen het licht. “In Nederland wordt het steeds bepalender in welk gezin je geboren wordt.” De CDA-leider pleit ervoor om de vermogenskloof te verkleinen.
De afgelopen weken, tijdens de onderhandelingen over de begroting, botste de coalitie over dit onderwerp. Het CDA stond verschillende keren lijnrecht tegenover de VVD. Bontenbal schetste maandagavond, vlak nadat de coalitie op het allerlaatste moment een begrotingsakkoord had gesloten, dat het minderheidskabinet te veel met zichzelf bezig is. Het moet eerder luisteren naar de oppositie. Het was een steek onder water in de richting van de VVD.
Acht kabinetten met CDA-VVD
Het is een nieuwe dynamiek. In het verleden hielden de VVD en het CDA elkaar vaak vast binnen de vele coalities waarin de twee partijen samenwerkten. Dat waren er sinds 1982, vanaf Lubbers I, acht.
VVD’er Henk Kamp – hij bekleedde verschillende ministersposten in de kabinetten-Balkenende en -Rutte – herinnert zich de prettige samenwerking met CDA’er Maxime Verhagen. Kamp en Verhagen werkten vooral nauw samen tijdens Rutte I, toen Verhagen vicepremier was en Kamp minister van Sociale Zaken. “Maxime zat aan de rechterkant van het CDA”, zegt Kamp.
Onder Bontenbal, valt Kamp op, beweegt het CDA weer terug richting het midden. “Bontenbal is capabel en is er niet op uit om het anderen moeilijk te maken. Hij kiest zijn koers op grond van argumenten en overtuigingen”, zegt Kamp.
Hij vraagt zich af of het de juiste weg is en verbaast zich over de handreikingen richting Pro. Want de Nederlandse kiezer, zegt Kamp, heeft behoefte aan een centrumrechts beleid. “Dat is waar Nederland voor gestemd heeft.” Vooral op het gebied van migratie mag het nog strenger, vindt Kamp. Als het aan hem ligt, wordt er onmiddellijk een asielstop ingevoerd.
VVD naar rechts
Bij het CDA maken ze een hele andere analyse. Daar valt het hen juist op dat de VVD naar rechts is opgeschoven. Onder Mark Rutte werden coalities gevormd met de christelijke partijen, D66 en de PvdA, terwijl de VVD nu onder Dilan Yesilgöz liever samenwerkt met Ja21 dan met Pro. “Bovendien wist Rutte het allemaal veel handiger te verpakken”, zegt voormalig CDA-Kamerlid Wim van de Camp. “De verschillende wensen van het CDA en de VVD wist hij altijd samen te brengen.”

Henri Bontenbal (CDA) staat de pers te woord tijdens de kabinetsformatie eerder dit jaar. Op de achtergrond passeert VVD-leider Dilan Yesilgöz.
Foto Koen van Weel, ANP
Dat is nu heel anders, vindt Van de Camp. De VVD gunt de andere partij weinig, ziet de CDA’er. Dus is het logisch dat het CDA zich afzet tegen het neoliberale denken en een eigen verhaal vertelt.
Alles wordt vloeibaar in tijden van crisis. Dat herinneren Pieter Winsemius (VVD) en Wim Deetman (CDA) zich nog goed. Ze bekleedden ministersposten in het kabinet-Lubbers I tussen 1982 en 1986. De werkloosheid lag hoog, net als de inflatie en het financieringstekort. Er moest flink bezuinigd worden. “Dat leverde binnen het CDA heel heftige discussies op”, zegt Wim Deetman.
Winsemius: “Het was één grote puinhoop, het vorige kabinet had er een rommeltje van gemaakt. Maar als de nood hoog is, voel je als kabinet ook een gedeelde noodzaak om het op te lossen.” Dat was destijds het geval, blikt Winsemius terug. Die noodzaak wordt volgens hem nu te weinig gevoeld, ondanks de klimaat-, stikstof- en wooncrisis.
“Er is geen gedeelde urgentie”, zegt hij. Neem de hypotheekrenteaftrek. “Die wordt heilig verklaard. Daar mag je niet aankomen. Ook niet over een aantal jaar. Dan wordt het lastig om samen te werken.”
Harde discussies
Zelf heeft hij, net als Deetman, goede herinneringen aan de coalities waarin het CDA en de VVD samenwerkten. Met de VVD was er altijd bereidheid om naar elkaar te luisteren, met de PvdA was er veel vaker strijd, blikt Deetman terug. In het bezuinigingskabinet-Lubbers I waren de discussies soms hard, maar heel inhoudelijk, zegt Deetman.
De partijen vertrouwden elkaar, zegt Winsemius. Hij wijst op een ander aspect van het succes van Lubbers I. De premier en de minister van Financiën moeten met elkaar kunnen lezen en schrijven. Premier Ruud Lubbers en Onno Ruding (destijds verantwoordelijk voor Financiën) konden dat, volgens Winsemius. Het voordeel was dat ze allebei afkomstig waren van het CDA. Ruding kon keihard zijn volgens Winsemius, maar Lubbers steunde die lijn.
Die eensgezindheid ziet hij minder terug bij premier Rob Jetten (D66) en Eelco Heinen (VVD, minister van Financiën). De afgelopen weken voerden zij bijvoorbeeld aparte gesprekken met de oppositie.
Bij het CDA denken ze achteraf dat er tijdens de formatie niet goed genoeg is doorgepraat over de manier waarop het minderheidskabinet moet functioneren. Dat herkent Deetman. “Ik krijg de indruk dat ze geen discussie hebben gevoerd over de vraag: wat zijn de kaders waarbinnen wij moeten werken? Ministers zijn juridisch nog altijd dienaren van de kroon. Zij moeten het landsbelang dienen. Maar ik zie dat nu niet terug in het kabinet.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.