De zaak-Weski
Een eenzaam lot
De zaak tegen strafpleiter Inez Weski is ten einde, maar heeft blijvend impact. Hiermee is blootgelegd hoe zowel strafadvocaten als het OM onder druk staan van de onderwereld.
Zelfverzekerd, een ridder tegen de crimefighters en met haar gothic-look een excentrieke figuur binnen de advocatuur – strafpleiter Inez Weski was geliefd en werd gevreesd. In de rechtszaal en in de tv-studio hield ze ellenlange, eloquente exposés over hoe de democratische rechtsstaat behóórde te functioneren. Altijd afgesloten met een ironisch lachje.
‘Streng in de leer. Principieel. Haar betogen waren doorspekt met uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens’, zegt Nancy Dekens, strafrechtadvocaat en secretaris van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten. ‘Weski heeft met grote namen als Spong, Moszkowicz en Doedens het strafrecht op de kaart gezet. Weinig vrouwen hebben het in dit vak zo ver geschopt.’
Sinds 21 mei ligt over haar imago een schaduw. ‘De bekende strafrechtadvocaat met een goede reputatie is haar maatschappelijke positie op ontluisterende wijze verloren’, sprak de rechter gedecideerd in de rechtszaal van Rotterdam. Met overtuigend en wettig bewijs is zij schuldig verklaard aan deelneming aan een criminele organisatie volgens de criteria van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. De zaak is afgerond, beide partijen gaan niet in hoger beroep.
Heftig, noemt Dekens het oordeel. ‘Ik had gehoopt dat het niet waar zou zijn. Ze heeft het vertrouwen van de samenleving geschaad, je hebt privileges als je iemand bijstaat, en die heeft ze verkeerd gebruikt. Schokkend.’
Weski wekt niet zozeer boosheid op onder advocaten, het is vooral medelijden. Ze is broos, en in het vonnis is daarvoor genade: ‘Mede als gevolg van de enorme druk en stress rondom het strafproces is het met haar zowel fysiek als mentaal ernstig gesteld.’ En omdat er voor een ‘groot deel van haar medische klachten geen uitzicht meer is op herstel’ hoeft zij van de rechter haar straf van 4,5 jaar niet uit te zitten in de gevangenis; de strafmaat is teruggebracht naar 42 dagen, en die worden weggestreept tegen het voorarrest.
Daar komt ze goed mee weg, vindt Dekens. ‘Het vonnis is zorgvuldig uitgewerkt. De rechtbank heeft maatwerk geleverd in de straftoemeting; er is compassie getoond voor de persoon Weski.’ Maar sommigen vallen erover, vinden het klassenjustitie. Dekens snapt dat wel, als je het afzet tegen de hoge gevangenisstraf van andere advocaten die het beroepsgeheim misbruikten en wél in de bak verdwenen.
Hoewel het OM het absoluut niet eens is met de strafmaat, leggen de aanklagers zich erbij neer. ‘Dat is niet hetzelfde als accepteren’, reageert Ferry van Veghel, officier van justitie bij het Landelijk Parket. ‘Maar anders zou de zaak nog jaren voortduren, terwijl het van grote waarde is dat het klip en klare oordeel van de rechtbank nu definitief is.’
Over het vonnis niets dan lof. ‘De rechtbank heeft ons voor 95 procent gevolgd, en benadrukt dat het een doodzonde is om als advocaat te fungeren als crimineel verlengstuk van een cliënt en dat daarmee het hart is geraakt van de kernwaarden van de advocatuur en de rechtsorde. Dát signaal hebben we willen afgeven.’
Zelden diende er in Nederland zo’n bizarre zaak, die weer is voortgekomen uit de meest complexe strafzaak die ons land ooit kende: Marengo. Het al jarenlang voortslepende monsterproces slokt advocaten op: Derk Wiersum, die de kroongetuigen Nabil B. bijstond, werd vermoord, een voorganger van Weski is eveneens berecht als doorgeefluik van Ridouan Taghi. De zaak-Weski staat dan ook voor zoveel meer dan alleen een tragisch incident.
Toen Weski in 2023 na haar aanhouding belandde in beperking – de periode waarin een verdachte geen contact met de buitenwereld mag hebben – begon zij te schrijven aan het boek Het geluid van de stilte: Een jaar leven in een voortrazende orkaan. Daar had ze kennelijk genoeg energie voor, want het verscheen al in 2024. Soms valt er geen touw vast te knopen aan haar gedachtestroom of waanbeelden – zo zat zij niet in een bunker onder de grond tijdens haar voorarrest. Maar haar opgetekende zwanenzang biedt wel inzicht in haar beroepsethiek.
Weski geeft aan ‘het streven naar moed, mededogen en het dragen van andermans leed in de genen te hebben’. De rol van de geheimhouder en een ingebakken wantrouwen tegen de macht – ook daarmee is zij, refererend aan haar joodse familieachtergrond, erfelijk belast. Het verklaart, schrijft ze, haar drijfveren om als jurist te handelen namens de rechtzoekende, met als waarschuwing ‘hoe dan ook geen machthebber, geen overheid noch hun boodschapper te vertrouwen’. Haar basisregel: met open vizier tegen onrecht strijden.
Over de beroepsmores is ze glashelder: ‘Ik heb mijn werk altijd zo integer mogelijk gedaan, me nooit begeven tussen tegenstrijdige belangen, nooit de cliënt verloochend.’ De principes van onafhankelijkheid droeg ze uit tijdens lezingen voor advocaten. ‘Nooit in de verleiding komen om over de grenzen van de wet te gaan. Wees altijd eerlijk tegen de cliënt. Anders ophouden. En zie altijd empathie en het gevoel van menselijkheid te bewaren.’ Een eenzaam lot, noemt ze haar vak. In het licht van deze zelfreflectie is het een raadsel waarom ze zich in het moeras heeft laten zuigen door haar allerlaatste cliënt. Ze wist wat voor vlees ze in de kuip had toen ze begon aan de verdediging van de gewiekste topcrimineel, eerst in 2017 en opnieuw in 2019 na diens arrestatie in Dubai. Ze nam vervolgens een speciale pgp-telefoon aan van Nora Taghi, wat op zich mag, maar ze lapte de strikte regels die eraan verbonden zijn aan haar laars. Ze besefte precies wat ze fout deed, blijkt uit berichten. Weski zocht geen hulp bij de deken, en legde haar opdracht niet neer.
De rechter rekent haar dit allemaal extra aan vanwege haar ruime ervaring. ‘Als bekend boegbeeld heeft zij het algemeen vertrouwen in zowel de advocatuur als het functioneren van de rechtsstaat geschaad.’ In het eindoordeel staat dat zelfs als eerste: ‘De verdachte heeft de kernwaarden van de advocatuur in het hart geraakt én de georganiseerde drugscriminaliteit gefaciliteerd.’
Haar collega’s wagen zich niet aan een inhoudelijk oordeel over haar handelen, want Weski blijft ontkennen én zweeg tijdens het proces door zich te beroepen op het verschoningsrecht als geheimhouder – óók als verdachte. ‘We weten niet wat er precies is gebeurd’, zegt Nancy Dekens. ‘En het maakt nogal uit of ze het moedwillig heeft gedaan, bewust misbruik maken van haar positie. Mijn indruk is: het is niet van harte gegaan, niet vrijwillig.’
Het bijstaan van misdadigers is sowieso belastend, en Marengo is extreem. ‘Veel ellende, de omvang van het dossier. Je moet stevig in je schoenen staan om er niet aan te bezwijken. Op foto’s van Weski die de afgelopen jaren in de pers verschenen zag ze er steeds slechter uit. Gesloopt. Ze moet onder hoge druk hebben gestaan’, zegt Dekens.
In het vonnis is ‘psychische overmacht’ verworpen omdat de verdachte zelf hierover geen uitlatingen heeft gedaan, behalve de toespeling: ‘Ik bevond mij in een ring van vuur en daar sta je dan…’ Dat is voor velerlei uitleg vatbaar, meende de rechter, maar onvoldoende om dit verweer feitelijk te kunnen onderbouwen.
Overmacht of niet, het vonnis heeft grote impact op een beroepsgroep die bij uitstek een voorbeeld moet zijn van integriteit. ‘Wij worden erop aangekeken’, zegt Dekens. ‘Wij worden gemakkelijker gezien als een verlengstuk van criminelen. Dat zijn wij niet, onze taak is hen door een proces te loodsen dat moet verlopen volgens de regels van de wet en ervoor zorgen dat als het zover komt, de straftoemeting passend is. Wél staat onze functie in de rechtsstaat steeds meer onder druk door de georganiseerde misdaad.’
Wat een sexy beroep was, is nu een impopulair, gevaarlijk beroep. De advocatuur doet de laatste jaren meer tegen risico’s om in de tang van de cliënt te raken. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) organiseert weerbaarheidstrainingen – niet alleen voor strafrechtadvocaten – om beter bestand te zijn tegen verbale en fysieke agressie, intimidatie, bedreiging of inbreuk op het privéleven.
‘Je wordt je er meer bewust van dat je als advocaat een kwetsbare positie hebt’, zegt Dekens, die grotendeels ‘pittige’ zaken doet: levensdelicten, georganiseerde criminaliteit en drugsdelicten. Met intimidatie heeft zij weleens te maken gehad. ‘Entourage van een cliënt probeert bijvoorbeeld inzage te krijgen in een dossier, om te weten of ze er ook in voorkomen en of er over hen wordt gepraat. Ik ben dan duidelijk: daar werk ik niet aan mee zonder toestemming van de desbetreffende klant. Ik houd mijn poot daarin stijf. Dat kan vervelend worden. Het is soms ongrijpbaar, en iemand kan zwichten.’
Daarom is de vertrouwensadvocaat in het leven geroepen, een soort biechthokje waar alles gezegd kan worden, en wat vertrouwelijk blijft. Als je als advocaat met de deken spreekt, is er risico op een tuchtklacht. Die moet wel reageren op klachtwaardig handelen, anders dan de vertrouwensadvocaat.
En het dekenberaad, het overlegorgaan van de dekens van de elf ordes van Nederland, heeft een kader ontwikkeld om bij grote, complexe zaken een verdachte te laten bijstaan door een team van advocaten. ‘Je kunt met elkaar sparren, elkaar bij de les houden om niet op het hellende vlak te komen’, zegt Dekens.
Tegelijkertijd zit het OM de strafrechtadvocatuur steeds dichter op de huid. ‘We liggen door Marengo al jaren onder het vergrootglas. Er komen steeds meer maatregelen’, zegt Dekens. Het toezicht in de Extra Beveiligde Inrichting (ebi) in Vught, waar de zwaarste gevallen vastzitten, en op de Afdeling Intensief Toezicht (ait) – ook wel ebi light genoemd – is bijvoorbeeld vergroot. ‘Er hangen camera’s en microfoons, en je kán tijdens vertrouwelijke gesprekken afgeluisterd worden. Dat mag niet, het is een aantasting van ons beroepsgeheim en het recht op vertrouwelijk contact tussen advocaat en cliënt; een uitvloeisel van het fair-trial-principe dat is verankerd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’
Nancy Dekens ziet het zo: de georganiseerde misdaad is een veelkoppig monster en de druk vanuit de maatschappij, de politiek en de media is groot om zaken op te lossen. Hierdoor balanceert het OM tussen enerzijds een grote strafzaak laten vastlopen en anderzijds tornen aan belangrijke rechtsstatelijke beginselen, zoals het recht op een eerlijk proces in die categorie verdachten.
Een keuze tussen Scylla en Charybdis. Is ons rechtssysteem überhaupt bestand tegen de greep van de onderwereld op de samenleving als niet alleen advocaten maar ook (lokale) bestuurders, rechters, officieren van justitie en misdaadjournalisten worden bedreigd? Wie ondergraaft nou eigenlijk de rechtsstaat – de misdadiger, de advocaat of de staat? Zij lijken wel een kat-en-muisspel met elkaar te spelen, elkaar te ondermijnen.
In haar boek zet Weski een pikzwart beeld neer over de teloorgang van de rechtsstaat. Haar grootste vijand: het OM. Zo trots als zij is op haar eigen integriteit, zo hard oordeelt zij ‘in haar jacht naar gerechtigheid’ over de zittende en staande magistraten. Ongenadig gaat ze ten aanval, en je vraagt je zelfs af of ze de criminele belangen van haar laatste cliënt inderdaad niet moedwillig heeft behartigd.
‘De hoop op een eerlijk proces is allang vervlogen’, schrijft ze. Of: ‘De magistraten binnen het OM en andere dergelijke diensten lijken al langer niet meer vrij.’ Ze heeft het over een gebrek aan onafhankelijkheid en over willekeur of over ‘de Nederlandse strafrechtspleging die is aangekomen in the endgame naar het nulpunt van het recht’. Detentie is als ‘het houden van mensen in kooien alsof het dieren zijn’.
De grootste pijl richt zij op de opsporingsmethodiek, ‘zoals met een sleepnet data verzamelen waarmee ook niet-verdachten naar de afvoerput van de rechtsstaat worden gezogen’. Ze vraagt zich af of ze zelf ‘dat vergiftigde recht’ zal overleven. In haar slotwoord in de rechtbank sprak ze over ‘sluipend gif’ waarmee de staat mensen uitsluit, isoleert en demoniseert.
Waar gaat haar kritiek over in de paranoia van een lone wolf? Welke waarde moet je hechten aan haar doemscenario? Als je door ‘de razende orkaan’ heen leest, komt er wel degelijk een alarmerend beeld van de democratische rechtsstaat naar voren. En dat wordt ten delen onderschreven door rechtsgeleerden, sommige rechters en advocaten. Veel minder radicaal en bovendien: er zijn nog steeds goede checks and balances in het rechtssysteem.
‘Met alle mogelijke middelen de georganiseerde misdaad bestrijden, soms buiten de lijntjes van het recht kleuren – ik snap dat vanuit opsporingsperspectief’, zegt Sven Brinkhoff, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘En tegelijk kan de overheid daarmee ook de eigen rechtsstaat ondermijnen.’
In zijn oratie in 2024 De kwetsbare strafrechtspleging en mijn pleidooi voor integere opsporing waarschuwt hij voor opsporingsmethoden van het OM. Zoals: het kraken van versleutelde berichten en bestanden van criminelen dankzij digitale sleepnetten en grootschalige algoritmische zoekacties, waardoor het OM over zeer uitgebreide datasets beschikt, waarin ook communicatie te vinden is van en met hun advocaten. Dat staat volgens hem op gespannen voet met de rol van de advocaat in een democratische rechtsstaat.
Of de inzet van infiltranten, undercoverbevoegdheden en van kroongetuigen – daar kleven veel problemen aan over de betrouwbaarheid van de informatie en hoe de deals gesloten worden. ‘Je trekt de mores van de onderwereld het recht binnen – een modderpool waar het OM zich in vastzuigt’, zegt hij.
In haar boek heeft Weski het over ‘een giftige cocktail’ van rechters, Vervolgers, zoals ze het OM noemt, de politiek en de media die elkaar de hand boven het hoofd houden en de ‘rechtsstaat op weg helpen naar de afgrond’. Brinkhoff noemt het ‘een gevaarlijke ontwikkeling’ waarin zij elkaar versterken om te morrelen aan de basis van het strafrecht. ‘Bovendien weten we veel meer niet. De vermenging van aivd en politiewerk lijkt te zijn toegenomen, allemaal in het geniep. Kom daar maar eens met zijn allen weer uit.’
Net als Nancy Dekens wijst Sven Brinkhoff op een kwetsbare balans tussen opsporing en rechtsstaat. ‘De belangen om criminelen te veroordelen zijn levensgroot. De drugshandel is zo gigantisch geworden, met Nederland als een hub. Lobbyisten zeggen: kijk eens wat er in onze havens gebeurt. Na de moord op Derk Wiersum en Peter R. de Vries werd alles uit de kast gehaald. En dat snap ik. De maatschappelijke verontwaardiging is groot, het OM krijgt steun van het grote publiek, en dan wordt al gauw gedacht: we zitten op de goede weg, we kunnen op en over de grens opereren.’
Terwijl de Nederlandse wet ruim is, zoals voor het leegtrekken van de iPhone. Aan concrete voorbeelden ziet Brinkhoff dat er nu al heel veel kan. Nee, hij is geen voorstander van het aanpassen van de wet. Maar wel: meer varen op het moreel kompas. ‘Als de wettelijke mogelijkheid er is, ontslaat dat degenen die dat uitvoeren – de politie, de officier van justitie en later de rechter-commissaris en de zittingsrechter – niet van de plicht om te kijken of je die ook toepast. Eerst achter je oor krabben: willen we dit? Er is altijd een grijs gebied, en als je dat gaat oprekken dan moet je je afvragen wat je daarmee gaat verliezen. Zoals het beroepsgeheim.’
Ook pleit hij voor transparantie als je op of over het randje zit. ‘Daar wordt vaak spastisch over gedaan, maar het is beter om eerlijk tegen de rechter zeggen: “We weten dat het niet helemaal conform is, maar…” Of juist laten zien waarom je iets niet juridisch, ethisch verantwoord vindt. Een van de pijlers van het strafproces is dat iedereen weet wat er is gebeurd aan bewijsvergaring en opsporingsmethodes. Dus beter uitleggen.’
Op dit punt kwam Inez Weski er ook slecht vanaf in de rechtszaal. Zij lichtte niks toe, haar advocaten, het echtpaar Knoops, kwamen niet met steekhoudend verweer. ‘Maar ja, dat kón ook niet vanwege de geheimhoudingsplicht’, zegt Brinkhoff. ‘En had ze expliciet een beroep gedaan op psychische druk, dan zou ze toegeven dát die dreiging er was waardoor zij onrechtmatig gehandeld heeft. In die transparantiespagaat zit de advocatuur net zo goed als het OM.’
De rechter zag dat anders: de berichten vielen helemaal niet onder het verschoningsrecht, ze was immers verdachte. Het was haar eigen keuze.
Waar Weski eveneens over zwijgt in haar boek is waarom crimefighters zo ambitieus zijn geworden, namelijk als een reactie op de verharding van de onderwereld die doorsijpelt naar de bovenwereld. Het witwassen, de liquidaties, de intimidaties. Net zo goed rept ze met geen woord over haar eigen een-tweetjes met de media – ze was vaak een bron voor misdaadverslaggevers door informatie van het OM te lekken.
Toch is relativering op zijn plaats, vindt Brinkhoff. ‘Er passeren per jaar zo’n driehonderdduizend lichte en zware strafzaken, die over de linie goed verlopen, en waarbij rechters, advocaten en de officier van justitie elkaar kunnen vinden.’ Dekens zegt: ‘We hebben een mooi vak.’ En beiden zeggen: bij Marengo is alles op het scherp van de snede, en de zaak-Weski is uitzonderlijk. Daar wordt volgens hen van geleerd, zoals bij grote zaken meerdere advocaten op een cliënt plaatsen. Alleen, voor Weski is dat nu te laat. Voor haar bleek het lot uiteindelijk té eenzaam.
Heeft zij ook het vertrouwen in de rechtsorde aangetast? ‘Ik denk het niet, eigenlijk’, zegt Marc Hertogh, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Utrecht. ‘Mensen baseren hun oordeel niet op één zaak, maar op wat de rechtsstaat voor hen doet: toegang tot het recht, eerlijke behandeling, zorgvuldige dienstverlening, goede bejegening. Hun eigen ervaring is, positief dan wel negatief, doorslaggevend. De toeslagenaffaire heeft bijvoorbeeld grote impact gehad.’
Er wordt veel onderzoek gedaan naar recht en rechtsstaat vanuit een burgerperspectief en dan zit het met het draagvlak volgens Hertogh nog redelijk goed, hoewel er op onderdelen stevige kritiek is: ongeveer 75 procent heeft vertrouwen in rechters. Voor het OM daarentegen is dat rond de 52 procent. ‘Het hangt er dan weer vanaf hoe er tegenaan gekeken wordt: het OM als daadkrachtige crimefighter of als magistraat en bewaker van de rechtsstaat. Voor dat laatste willen burgers van het OM meer zorgvuldigheid, openheid en uitleg over gemaakte keuzes. Dat is cruciaal voor toekomstig vertrouwen.’
Het OM heeft deze ene zaak altijd gezien als ‘een enorme donderwolk boven de rechtsstaat’, zegt officier van justitie Ferry van Veghel. ‘Ik ben geschrokken hoe groot de impact ervan is geweest. De advocatuur en het OM kwamen best fors tegenover elkaar te staan. In het begin was er veel kritiek op ons handelen, wat wij wel niet dachten om een advocaat aan te houden. Advocaten hoopten dat het niet waar was.’
Het heeft hem zeer verbaasd dat er binnen de advocatuur weinig verontwaardiging zichtbaar is over de schade die Weski aan de beroepsgroep heeft toegebracht. ‘Van ongeloof verschoof de reactie naar mededogen, maar het besef dat hiermee de kern van het vak is geraakt, lijkt beperkt aanwezig. Juist daarom is het oordeel van de rechtbank zo belangrijk. Ik hoop dat die donderwolk nu verdwijnt, dat is veel waard.’
