dinsdag 2 juni 2026

Het verzwegen verleden van Donald Pols: ‘Ik koos een weg waar ik nu met walging op

 




Het verzwegen verleden van Donald Pols: ‘Ik koos een weg waar ik nu met walging op terugkijk’ 

Donald Pols | Tata-directeur Donald Pols, de voormalige roerganger van Milieudefensie, moet al na één dag vertrekken als directeur duurzaamheid en communicatie bij Tata Steel. Hij verzweeg 35 jaar lang een pijnlijk verleden. Pols was in Zuid-Afrika betrokken bij het verzet tegen de afschaffing van de apartheid. Zelfs zijn kinderen en vrienden wisten er niet van. Voor het eerst geeft hij openheid van zaken. „Hoe had ik zo stom kunnen zijn?”
    • ,
    • en


  • Gepubliceerd op
Donald Pols maakte de overstap van Milieudefensie naar Tata Steel.
FOTO FRANK RUITER
Hij schudt zijn hoofd heftig als hij de woorden uitspreekt. Aan zijn voeten ligt Murry, zijn langharige keeshond, vorige week op het schaduwrijke terras van een theehuis in Oegstgeest. Donald Pols (Pretoria, 1972), korte broek, bordeauxrode polo: „Het is verwerpelijk gedrag, het waren foute standpunten, hele foute standpunten.” Maar het ging om een jongetje dat de weg kwijt was, benadrukt hij. „Er valt niets te rechtvaardigen, dat wil ik ook niet. Ik ben verantwoordelijk. Maar in niets ben ik de persoon die ik toen was.”
De persoon Donald Pols was vorige maand landelijk nieuws. Een verandering van baan haalt niet snel het NOS Journaal maar zijn carrièrestap kon weinigen ontgaan. Pols vertrok per direct als baas van Milieudefensie toen bekend werd dat hij de nieuwe directeur duurzaamheid en communicatie van Tata Steel zou worden – de grootste vervuiler van Nederland, volgens dezelfde Milieudefensie. Dinsdag maakte het bedrijf bekend niet verder te gaan met Pols vanwege het achterhouden van informatie over zijn verleden.
De overstap was verraad volgens critici, om over te stappen naar een concern dat al zo lang bestreden wordt. Juist onder Pols verlegde Milieudefensie succesvol zijn vizier naar individuele bedrijven. Hij haalde het wereldnieuws toen hij in een groen pak, getooid met gleufhoed én rugzak, uitzinnige gebaren maakte buiten de rechtbank van Den Haag.
Donald Pols op archiefbeeld.
Door een baanbrekende uitspraak hadden de actievoerders na jarenlang procederen in eerste aanleg van Shell gewonnen. Het energieconcern moest op last van de rechter zijn uitstoot gaan verlagen. Hoe kon hij nu bij de vijand gaan werken, luidde de kritiek. Maar Pols wees erop dat je ook van binnenuit een organisatie kunt veranderen. Dat is zijn doel bij Tata, waar hij deze week is begonnen.
Onderzoeker en historica Anne-Lot Hoek stuitte onlangs op een hele andere Donald Pols. Werkend aan een boek over het apartheidsverleden van Zuid-Afrika en Namibië en hun koloniale geschiedenis kwam zij erachter dat Pols direct betrokken zou zijn bij het lokale verzet tegen de afschaffing van apartheid, als leider van een rechts-extremistische studentenbeweging. Met haar bevindingen benaderde zij NRC.
Duidelijk is dat een man genaamd Donald Pols in 1991 op 19-jarige leeftijd de voorzitter was van de Afrikaner Studente Front (ASF), een aartsconservatieve groepering. Die pleitte voor een apart vaderland voor de Afrikaanse gemeenschap – de voornamelijk witte bevolkingsgroep die zijn wortels heeft in de eerste Europese kolonisten van Zuid-Afrika. De machtsovername door de nationalistische, anti-raciale ANC werd als grootste gevaar gezien. De studenten spraken af om de voorstanders van meer rechten voor zwarten het spreken onmogelijk te maken. Zij verstoorden bijeenkomsten waar politici het woord wilden voeren. Het ASF hanteerde nazistische symboliek, zoals de Odal-rune, een teken dat ook door de Duitse SS werd gebruikt.
Hoe kan het dat een boegbeeld van de milieubeweging, dat al dertig jaar actief is aan de linkerkant van het politieke spectrum, een geschiedenis zou hebben in de rechts-extremistische hoek?

Verstoren bijeenkomst Mandela

In april 1991 zei Donald Pols tegen het huisblad van de Nederduits gereformeerde kerk [Impak]: „Dit is ons land, en we zullen niet toestaan dat het ons op zo’n dictatoriale manier wordt ontnomen. De enige manier om een bloedbad te voorkomen is om aan de Afrikaner een eigen vaderland te geven.”
Nog dezelfde maand voorkwamen witte studenten dat de net vrijgelaten ANC-leider Nelson Mandela een toespraak kon houden op de campus van de Universiteit van Pretoria. Op beelden van persbureau Associated Press is te zien hoe iemand middenin het publiek een vlag van het ANC in brand steekt en vasthoudt. Hij draagt een shirt met een adelaar erop. Rondom hem wapperen medestanders met ASF-vlaggen. Vervolgens bestormt hij met een aantal studenten het podium waarna Mandela en zijn beveiligers schielijk door een zijdeur verdwijnen.
Drie mensen die NRC sprak zeggen in de man met de brandende vlag Donald Pols te herkennen. Eén van hen was aanwezig bij de Mandela-bijeenkomst en stuurt NRC een foto van diezelfde dag waarop volgens haar Pols te zien is, met blauwe haarband en bril. Een tweede aanwezige meent hem na het zien van de beelden te herkennen. Zelf zegt Pols zich weinig meer van de bewuste dag te herinneren, maar geconfronteerd met het beeldmateriaal zegt Pols aanvankelijk dat hij zichzelf herkent. „Ik herken mijzelf inderdaad. Kan allebei waar zijn toch? Dat ik het me niet kan herinneren, en dat het wel gebeurd [is] en ik me herken.” Enkele uren later komt hij daarop terug. „Ik heb vandaag met verschillende mensen uren naar dat filmpje gekeken, thuis ook op een groot scherm. Ik ben er 100 procent van overtuigd dat ik het niet ben.” Pols stelt: „Het lijkt geheel niet op mij”.
Tekst gaat verder onder de video.
Van een andere foto die terug te vinden is op foto-platform Flickr, waarop Pols staat naast een spandoek van het ASF, ontkent hij in een eerste interview op dat beeld te staan. In een tweede gesprek vertelt hij waarom hij niet de waarheid sprak. „ Door te ontkennen zocht ik even ruimte voor mezelf om mijn gevoelens te kunnen vatten. Maar ik walg van die foto die jullie mij hebben laten zien. Ik schaam mij ervoor.”
Aan de Chicago Tribune liet chairman Pols na afloop van de Mandela-bijeenkomst weten dat de gezongen anti-apartheidsliederen de boel hadden doen escaleren. „Dit was genoeg om de emoties van elke weldenkende blanke in beroering te brengen. We hebben de linkse studenten (die Mandela hadden uitgenodigd om te komen spreken) herhaaldelijk gewaarschuwd dat de bijeenkomst emoties zou oproepen die niet meer in de hand te houden zouden zijn. Ondanks onze waarschuwingen ging de bijeenkomst toch door.”
Als Zuid-Afrika in de loop van de jaren negentig de apartheid afschaft en de voorzichtige transitie naar een democratie maakt, wordt de Waarheid- en Verzoeningscommissie opgericht om opheldering te krijgen over de misdaden die zijn begaan onder het apartheidsregime. In de verhoren komt ook de naam Donald Pols voorbij waarbij een betrokkene van de ASF stelt dat het strategie was om ANC-bijeenkomsten te verstoren. „Voorafgaand besloten we dat Nelson Mandela geen bijeenkomst op de campus van de Universiteit van Pretoria zou mogen houden en we besloten dat we die zouden verstoren, desnoods met geweld.”
NRC sprak met twee bronnen die bij de verstoorde speech van Mandela aanwezig waren. Zij schetsten dat Pols destijds op de universiteit een gekend voorstander van behoud van de apartheid was. Daarna volgde een aantal intensieve gesprekken met Pols. Inderdaad, dit was dezelfde Donald Pols die zich al dertig jaar inzet voor een beter klimaat. Maar zelfs zijn vrouw en kinderen wisten hier nauwelijks wat van. „Ik ga volledig open kaart met jullie spelen”, beloofde hij. Om dit te begrijpen is een aanloop nodig, zei Donald Pols, een flinke aanloop.
En daarom zit hij op dit terras tegenover verslaggevers van NRC. Vanachter een verse muntthee met gember benadrukt Pols dat hij context zal willen geven, maar die niet als excuus wil gebruiken. „Als dat toch gebeurt, stel mij vragen. Ik kan en wil niets vergoelijken. Ik kijk met enorm veel schaamte op deze periode terug.”
Pols begint te vertellen. Hij kwam als 21-jarige naar Nederland, om in Maastricht te studeren. Daar kwam hij in een volledig andere wereld terecht dan hij gewend was. Hij groeide op in wat toentertijd de Transvaal werd genoemd, een politiek ‘blanke staat’, op een boerderij op het platteland van Zuid-Afrika met uitsluitend zwarte werknemers, in een aartsconservatief religieus milieu waarin popmuziek fout was en de televisie des duivels.
Alles draaide om de kerk, het sociale weefsel van de samenleving, vertelt hij. De Nederduits Gereformeerde Kerk – de ‘kerk van de kolonisten’ volgens de anti-apartheidsbeweging – was de drager van apartheid. „Hier ontstond het onderscheid van rassen en de staat en de politiek namen dat daarna over.” God had bepaald dat witte mensen superieur waren. Op Pols zijn basisschool zaten geen zwarte kinderen, ook niet op de middelbare school. „Alles was geïnstitutionaliseerd. De zwarte mensen gingen zich gedragen naar het onderdrukkende systeem. Zij gedroegen zich vanuit zelfbehoud als horigen. Als kind zag ik voortdurend de gezagsverhouding tussen zwart en wit herhaald worden.”
Terwijl kinderen in Nederland cowboy en ‘indiaantje’ spelen, speelde Pols Zulu’s en Boeren met de zwarte kinderen. „En je kan je voorstellen wie de Boeren waren en wie de Zulu’s. Dus ook in het spel werden de mechanismen van onderscheid en uitsluiting herhaald en bevestigd.” In de dagelijkse omgang hoorde hij voortdurend dat zwarte mensen stonken. „Om het onderscheid te rechtvaardigen, dat was het systeem. En eerlijk is eerlijk: zwarte mensen stonken inderdaad. Maar pas later realiseer je je hoe dat komt. Ze moesten alle handenarbeid doen. Ze hadden geen verwarming, zaten ’s avonds bij het kampvuur en beschikten niet over goede wasgelegenheid zoals de rijkere witte mensen.”
Donald Pols.
FOTO FRANK RUITER

Nazistische symboliek

Toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw de eerste barsten verschenen in het apartheidsregime en de zwarte gemeenschap mondjesmaat meer rechten kreeg, betekende dat voor Pols en zijn omgeving niet een bevrijding, maar juist een bedreiging. „Er speelden op dat moment heel veel emoties in Zuid-Afrika. Het gevoel bestond dat het het begin of het einde van de wereld was, afhankelijk van aan welke kant je zat. Daar liet ik mij in meeslepen. Het was voor mij een superonrustige tijd. Alles ging bewegen. Alle maatschappelijke instellingen, alle vormen van identiteit, alle relaties. Niks stond vast, alles lag open. Ik was in een fase van mijn leven waar ik behoefte had aan vastigheid, aan identiteit, gemeenschapszin, verbinding. Ik was dan wel negentien jaar oud, maar had eigenlijk het brein van een puber. En ik koos een weg waar ik nu met walging op terugkijk. Het bracht me op een spoor waar ik spijt van heb.”
Als hij in 1990 op zijn achttiende uit huis gaat om rechten te studeren in Pretoria, komt hij al snel in kringen terecht die strijden voor een eigen staat voor de Afrikaner, de overwegend witte gemeenschap. Pols is binnen een paar maanden voorzitter van de Afrikaner Studente Front.

Hoe kwam u bij de ASF terecht? 

„Het was een kleine, slapende groepering. We heractiveerden hem, omdat het voordelen bood voor studenten: het huren van een kantoortje en zaaltjes. Maar het was ook politiek. Ik streed met de ASF voor een eigen staat voor de Afrikaners. Daarover organiseerden we in die zaaltjes discussies. We wilden mensen daar warm voor maken, steun werven.”

Maar wel een beweging die zich van nazistische symboliek bediende. 

„Dat Odal-rune-symbool hadden we al toen ik begon. Maar goed, ik wist wat het betekende. En ik verwerp het nu heel duidelijk, laat dat helder zijn. Maar in de bubbels waarin ik opgroeide werden verwijzingen naar de nazi’s en het Derde Rijk niet per se zo negatief gezien als hier, in een land dat bezet is geweest.”

Stak u bij die bijeenkomst met Mandela in april 1991 een ANC-vlag in brand? 

„Ik zeg niet dat het niet zo is, maar ik kan het me niet herinneren. Voor mij was de ANC een organisatie die een communistisch regime naar Zuid-Afrika zou brengen en de Afrikaner taal en cultuur zou vernietigen. De ANC was al gelegaliseerd, wij zagen de ANC als politieke concurrent. Het was de tegenstander. Ik kende geen angst. Ik was bang voor niks. Dat was geen dapperheid, gewoon domheid.”

Wanneer schaamde u zich voor het eerst voor uw gedrag? 

„Dat was bij ons thuis op de boerderij. Ik stond met vrienden te praten en de klusjesman, de tuinman, stond in de buurt. Ik zei iets, niet zwaar racistisch maar wel discriminerend, en hij herhaalde dat. En dat was zo heftig. Ik kan mij nu nog herinneren hoeveel indruk dat maakte. Als een witte dat had gezegd, was het gewoon een grapje, een domme grap zonder consequentie. Ineens werd mij een spiegel voorgehouden doordat hij het zei terwijl hij donker was. De eerste keer dat ik schaamte voelde, was toen.”

Wanneer ging uw wereldbeeld schuiven? 

„Ik bleek het héérlijk te vinden om met politieke tegenstanders te discussiëren. Ik ontdekte gedeelde beelden tussen zwarte en witte mensen die niet aan mijn vooroordelen voldeden.”
Pols vertelt hoe hij bij zijn studie in Pretoria een oudere student-assistent van kleur ontmoette, een slimme tutor rechtsfilosofie met wie hij „echt diepe gesprekken” kon voeren over de westerse rechtsgeschiedenis. Het bracht hem aan het twijfelen over de weg die hij had gekozen.
Zijn ouders waren inmiddels naar Nederland verhuisd, onder meer vanwege de angst voor instabiliteit in Zuid-Afrika. Dat kon makkelijk want de vader van Pols, een strafadvocaat, beschikte over een Nederlands paspoort. De beweging van Pols lag ondertussen op de universiteit onder vuur vanwege wangedrag. En in juni 1991 werd de apartheid officieel afgeschaft, de strijd was gestreden.
Donald Pols.
FOTO FRANK RUITER
„Mijn tante zag wat ik zelf nog niet zag, en stelde voor dat ik in Nederland zou gaan studeren om via mijn opleiding kritisch te leren kijken naar mijn eigen ideeën. Dat had ze goed gezien.” Ze wist hem te verleiden zijn radicale omgeving te verlaten, zegt hij, en in Maastricht cultuurwetenschappen te gaan studeren. Achteraf bleek het levensbepalend.
In 1993 verhuisde Pols naar Nederland en keek naar eigen zeggen zijn ogen uit naar alle subculturen en grijstinten, naar kakkers, krakers, punkers, gabbers. In Zuid-Afrika was hij gewend aan twee homogene groepen die lijnrecht tegenover elkaar stonden. Pols zegt dat hij intuïtief had aangevoeld dat hij weg moest. Maar dat was louter intuïtief. „Pas in Nederland, toen alle zekerheden nóg een keer wegvielen, kon ik er echt over gaan nadenken. Ik had mijn identiteit in Zuid-Afrika achtergelaten. Ik zat enorm met mezelf in de knoop en de kernvraag groeide: hoe had ik zo stom kunnen zijn?”
Pols ging feesten. „De ravecultuur kwam op in die tijd. We hadden een clubje waarmee we stad en land afreisden. Wat ik daarin vond was mijn behoefte die mij eerder bracht bij de ASF en later de milieubeweging: identiteit en gemeenschapszin. Daardoor begreep ik steeds beter dat het fout gaat als die zaken gebruikt worden om mensen te beheersen en uit te sluiten.”

Publiek profiel

In zijn nieuwe studie werd hij gegrepen door het neomarxistische gedachtengoed van de Frankfurter Schule, vertelt hij, een stroming die kritisch was op het kapitalisme en onderdrukking. „De samenleving die ons individualiseert is een voorwaarde om ons te kunnen onderdrukken. Daarom moet je gemeenschap creëren, als antwoord daarop.” Dat perspectief maakte hem politiek bewuster, daar wilde hij wat mee.
Pols rolde het krakersmilieu in en werd lid van Milieudefensie – waarvoor hij vanaf 2000 als teamleider Klimaat ging werken. De Zuid-Afrikaanse geschiedenis die hij met zich meetorste begon steeds meer te contrasteren met het publieke profiel dat Pols opbouwde als een van de voormannen van de klimaatbeweging in Nederland – zeker vanaf 2015, toen hij directeur werd van Milieudefensie.

Waarom heeft u niet eerder publiekelijk afstand genomen van uw verleden?

„Met de kennis van nu had ik er eerder iets mee moeten doen. Maar aan wie moest ik verantwoording afleggen toen ik 25 was? Ik was een nobody. Jullie beoordelen mij vanuit wie ik nu ben, een invloedrijke Nederlander. Maar het heeft dertig jaar geduurd om daar te komen. Dat gebeurde geleidelijk. Nu sta ik middenin een zeer gepolariseerd maatschappelijk debat, zowel bij Milieudefensie als bij Tata Steel. Daardoor heeft het lading.”
„Het voelt bovendien een beetje gratuit: aan wie moet ik mij verontschuldigen? Niet aan Nederlanders, want die heb ik niets aangedaan. Wellicht aan de Zuid-Afrikanen. Maar daar zijn nog steeds zoveel problemen. Zitten die te wachten op die kleine snotneus die revolutionair wilde spelen? Ik heb overwogen een brief te schrijven aan Nelson Mandela. Dat is er uiteindelijk nooit van gekomen. Het voelde ook alsof ik over de ruggen van zwarte mensen mijn eigen positie groter zou maken. Maar achteraf was dat een verkeerde inschatting.”

U had op kantoor van Milieudefensie een poster van Nelson Mandela achter u hangen en sprak in interviews grote bewondering voor hem uit. Hoe moeten we dat begrijpen? 

„Net als je waardering en respect kan hebben voor een sportieve tegenstander, kan dat ook in de politiek. Ik had destijds ook al bewondering voor Mandela. We zagen onze strijd toen niet als er een tegen zwarte mensen, maar als een voor het voortbestaan en de vrijheid van de Afrikaner.”

In FNV Magazine zei u: „Als je bent opgegroeid in een onrechtvaardige samenleving, in een systeem van apartheid, wordt rechtvaardigheid vanzelf een thema”.  Dan maakt u uzelf toch extra kwetsbaar met uw eigen geschiedenis in het achterhoofd?  

„Zeker. En misschien klinkt dit flauw, maar ik sta ook nog steeds achter die uitspraak. Ik meende niet te zeggen dat ik ten tijde van apartheid al heel kritisch was op het systeem.”

Worstelde u met uw geheim? 

„Hoe bekender ik werd, hoe meer ik besefte dat het een keer zou uitkomen. Dat was best zwaar, moet ik bekennen. Ik heb nooit kunnen genieten van successen, want ieder succes ging gepaard met publieke aandacht. En voor mij betekende dat ook altijd: oh, jee, nu barst de bom.
„Ik ben de afgelopen twintig jaar regelmatig gevraagd om bij landelijke verkiezingen op de kandidatenlijst voor verschillende politieke partijen te gaan staan.” Hij kwam in 2006 bij de Tweede Kamerverkiezingen op de conceptkandidatenlijst van de SP, maar bedacht zich. Officieel om „privéredenen”. Later hapte hij niet meer toe als partijen aanklopten. „Daar ging ik niet op in. Daarin speelde deze geschiedenis mee: ik wilde niet dat er in mijn verleden werd gedoken.” De commotie die zijn overstap naar Tata veroorzaakte had hij niet voorzien.
„In zekere zin is het nu een opluchting dat dit naar buiten komt. Ik weet wie ik ben, ik ben niet meer die jongen van 18-19 die iets enorm doms heeft gedaan. Het gaat slechts om twee jaar van mijn 54 jaar, voorafgaand aan een carrière van dertig jaar. En toch zal dat niet ter zake doen. Dit gaat zijn eigen leven leiden, zeker in de huidige sociale media.”

Bent u ooit hiermee gechanteerd?

„Ja, dat is wel eens geprobeerd. Er waren geestverwanten in mijn directe omgeving die zich stoorden aan de klimaatzaken tegen Nederlandse bedrijven en die van mijn verleden wisten. Die hadden zoiets van: als jij hier niet mee stopt, gaan we dit in de publiciteit brengen.” Uiteindelijk zwichtte Pols niet voor de dreigementen, zegt hij. „Juist omdat ik negatieve energie de wereld had ingebracht in Zuid-Afrika zag ik het als mijn plicht om nu alles te doen om bij te dragen aan meer rechtvaardigheid.” Hij nam naar eigen zeggen welbewust het risico zich niets van de chantagepoging aan te trekken. „Nee, ik heb niets gedeeld met de raad van toezicht van Milieudefensie.”
Deze maandagochtend belt Donald Pols terug. Hij wil wat rechtzetten. Hij heeft wel degelijk Milieudefensie ingelicht over de chantagepoging. Dat speelde zeker meer dan vijf jaar geleden, toen Milieudefensie voor het eerst het baanbrekende succes had met de juridische overwinning op Shell. Hij informeerde de toenmalige voorzitter van de raad van bestuur, die nu voorzitter van de raad van toezicht is van Milieudefensie. NRC stelde dinsdagochtend vragen hierover aan Milieudefensie maar is nog in afwachting van een reactie.
Toen Pols als directeur en boegbeeld van Milieudefensie steeds vaker in de media opdook, waarschuwde zijn familie hem. „Een oom zei tegen me: Donald, stop er gewoon mee. Je kunt de gehele familie in diskrediet brengen als dit uitkomt. Maar ik wilde daar niet aan, ook uit schuldgevoel. Ik zei tegen hem: ik heb nu de kans om de wereld een beetje vooruit te helpen. Door te corrigeren voor de mensen die ik vroeger, in het beste geval in overdrachtelijke zin en in het slechtste geval rechtstreeks, heb gediscrimineerd. Als ik mij zou terugtrekken zou ik dubbelfout zitten. Eerst in Zuid-Afrika en daarna vanuit eigen belang.”
Donald Pols: „Mijn inzet op klimaat en met name klimaatrechtvaardigheid is voor mij de manier waarop ik probeer goed te maken wat ik heb fout gedaan, waar ik me voor schaam. Eigenlijk is mijn hele carrière sindsdien gemotiveerd om te proberen zoveel mogelijk mijn gedrag van toen te corrigeren.”