maandag 16 maart 2026

Iran-kenner Thomas Erdbrink: ‘Ik heb de Amerikanen genoeg in actie gezien om te weten wat voor houwdegens ze zijn’

 



Iran-kenner Thomas Erdbrink: ‘Ik heb de Amerikanen genoeg in actie gezien om te weten wat voor houwdegens ze zijn’

Thomas Erdbrink.Bron Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
Terwijl zijn thuisland Iran in oorlog is, presenteert journalist Thomas Erdbrink zijn serie over Rusland – zijn moeilijkste werk tot nu toe, vindt hij. ‘Ik vraag lezers om zich in te leven in de mensen die we als onze vijand zien. Ik ben geïnteresseerd in de ander. En is de ultieme ander niet de vijand?’
Dit artikel is geschreven door
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
V
oorafgaand aan het interview zet Thomas Erdbrink op de eettafel van zijn statige huis in Leiden een fles tequila neer. ‘Op 27 januari was ik jarig. En als je 50 wordt, krijg je sokken, boeken of drank.’
Hij schenkt twee glazen in. ‘Het lijkt me goed om even te ontladen’, zegt hij. ‘Het is de afgelopen dagen nogal spannend geweest.’

‘Het is begonnen’

Dat is zacht uitgedrukt. Het interview vindt plaats op de avond van maandag 2 maart. Twee dagen eerder worden Erdbrink en zijn vrouw, Newsha Tavakolian (fotograaf en maker van het beeld bij dit artikel), om zeven uur ’s ochtends wakker gebeld door haar broer met de mededeling dat ‘het’ is begonnen. ‘Dan heb je aan één woord genoeg en weet je dat je een nieuwe fase ingaat’, zegt Erdbrink, die het merendeel van de tijd in Teheran woont.
Nog geen dag later maakt de door Israël en de Verenigde Staten gestarte luchtoorlog een einde aan het leven van de opperste leider, ayatollah Khamenei.
Onder een groot deel van de Iraniërs, die sinds 1989 gebukt gingen onder zijn misogyne, corrupte en moorddadige regime, is de euforie groot. Maar de angst en de onzekerheid zijn dat óók. Hoe de toekomst van de 93 miljoen Iraniërs eruitziet, weet niemand. Wat de Amerikanen en Israëliërs met deze oorlog willen bereiken, is nog een raadsel.
‘Gisteren waren er de hele dag bombardementen’, zegt Erdbrink. Hij pakt zijn telefoon en toont een filmpje. ‘Hier zie je mijn zwager, Hamidreza, met zijn buren op de gang zitten. Dat is de veiligste plek.’
Waarom?
‘Daar zitten ze het verst weg van de ramen, die breken door de schokgolven van een bombardement. Dus zit iedereen de hele dag daar.’
Wat verschrikkelijk.
‘Zeker, maar ook wel weer knus, zo met zijn allen. Ze maken er ook grapjes en selfies.’
Maar als je het idee hebt dat er ieder moment een bom op je kan vallen, is dat toch niet knus? Of noemt Hamidreza het ook knus?
‘Hij is een man van weinig woorden. Maar hij zit daar relatief veilig. De Amerikanen en Israëliërs zullen niet snel zijn gebouw bombarderen. Hij wordt wel omringd door allerlei gebouwen van het leger en het regime. Dat zijn wel doelwitten. Dus hoort hij de hele dag knallen.’
De Israëliërs en Amerikanen kunnen toch ook verkeerd mikken?
‘Zeker, dat gaat ook vaak mis. Ik heb de Amerikanen genoeg in actie gezien om te weten wat voor houwdegens ze zijn. En de gedachte dat dit allemaal zonder slag of stoot gaat gebeuren, is natuurlijk naïef.
‘Het is dubbel. Aan de ene kant willen veel Iraniërs deze oorlog. Ze wíllen deze bombardementen, ze willen dat er een einde komt aan het regime. Toch leef ik nu met een raar gevoel. Ik heb zelf regime changes meegemaakt en die zijn allemaal niet goed uitgepakt.’
Waar ben je nu bang voor?
‘Ik ben natuurlijk bang dat iemand die ik ken iets overkomt. Gister explodeerde een bom in de buurt van een huis van een vriend, die ik daarna niet te pakken kreeg, terwijl hij normaal best communicatief is. Gelukkig bleek er niets aan de hand, maar zoiets gaat wel onder je huid zitten. Dit is de moeilijkste periode van mijn leven.’
Bron 
Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
Hoewel hij geen Iraans paspoort heeft, voelt Erdbrink zich voor een groot deel Iraniër. Hij verhuisde 25 jaar geleden naar het land en werkte er als correspondent voor onder meer The Washington PostThe New York Times, de NOS, De TelegraafNRC en de Volkskrant. In 2015 maakte hij voor de VPRO de documentaireserie Onze man in Teheran, waarin hij onder meer liet zien dat vrouwen voor de Iraanse wet dan wel tweederangsburgers zijn, maar in de praktijk vaak de dienst uitmaken.
In de eerste aflevering deelt een vriend van zijn schoonvader een Iraans gezegde. ‘De man moet het laatste woord hebben’, zegt hij, zittend in een bubbelbad. ‘Als de vrouw is uitgesproken, krijgt de man het laatste woord en dat is: je hebt gelijk.’
De serie won de Zilveren Nipkowschijf, de prijs voor het beste tv-programma volgens mediajournalisten. In 2018 maakte Erdbrink een tweede seizoen. Hij deed verslag van de groeiende woede van de steeds seculierder wordende bevolking over de strenge regels van het steeds theocratischer regime: alcohol is verboden, seks voor het huwelijk ook, vasten tijdens de ramadan is verplicht, net als voor vrouwen het dragen van een hoofddoek op straat.
Een jaar later trok het Iraanse regime zijn persaccreditatie in, waardoor er een einde kwam aan zijn correspondentschap. Erdbrink werd daarop bureauchef Noord-Europa bij The New York Times, een baan waarvoor hij verantwoordelijk was voor verslaggeving over Scandinavië en Nederland. Daarmee stopte hij na twee jaar. In 2022 verhuisde hij van Leiden terug naar Teheran. Een jaar later maakte hij vanuit buurland Afghanistan de serie Onze man bij de Taliban en ook dat leverde hem de Nipkowschijf op.

Reis door Rusland

De aanleiding voor dit interview is Onze man bij de vijand, een nieuwe documentaireserie die vanaf 22 maart te zien is. Het is de eerste serie van Erdbrink bij Videoland, de streamingdienst van RTL, dat hem ervan overtuigde te breken met de VPRO. Met zijn vaste regisseur Roel van Broekhoven trok hij een jaar lang opnieuw door een land dat bepaald niet bovenaan staat op de persvrijheidslijsten: Rusland.
Na de grootschalige invasie in Oekraïne verlieten de meeste westerse journalisten het land. In augustus 2024 moest er een gevangenenruil aan te pas komen om een van de overgeblevenen, de Amerikaan Evan Gershkovich, na verzonnen spionagebeschuldigingen uit de gevangenis te krijgen.
‘Ik snap dat je het eerst nog even over Iran wil hebben’, zegt hij. Hij wijst naar de nog onaangeroerde glazen tequila. ‘Ik hoop dat ik in Iran gastvrij heb leren zijn. Dus geef ik je geen thee met een herbruikbaar zakje ernaast.’ Op tafel staan ook pistachenoten, rode druiven en granaatappelpitjes.
Hij pakt zijn telefoon om Thais eten te bestellen. ‘Wil je rund? Pittig? Gebakken rijst? Nog een soepje of zo? Wat wil je drinken? Ik heb eigenlijk alles in huis.’
Hij heft zijn glas: ‘Dus dan maar: op de Iraniërs.’

Hoogspanning

De Iraniërs leven al langer onder hoogspanning. In juni startten Israël en de Verenigde Staten ook al een verrassingsoorlog. ‘Ik zag dat Newsha hier in Leiden de hele tijd online zat om alles te volgen. Dat was geen leven meer. We voelden ons verbonden maar kregen vaak geen contact, ook omdat het regime het internet had uitgeschakeld. Toen hebben we het vliegtuig naar Istanbul gepakt en zijn we over land naar Iran gegaan.’
Was dat een moeilijk besluit?
‘Voor Newsha wel, want zij heeft als kind in de jaren tachtig de Iran-Irak-oorlog meegemaakt. Saddam Hoessein vuurde toen Scud-raketten af op Teheran. Die raketten hadden geen GPS, dus ze kwamen gewoon maar ergens neer. Dat was pure terreur. Newsha heeft daar, net als veel Iraanse kinderen uit die tijd, best wel een klap van gekregen. Maar uiteindelijk wilde ze gewoon zijn waar iedereen was.
‘Pas als je daar bent, begrijp je hoe mensen in oorlogstijd kunnen overleven. Je ziet de zachte kanten van een harde tijd. Als ik boodschappen ging doen, waren de schappen gewoon vol. Maar toen ik een keer ging afrekenen, viel het licht ineens uit en kwam daarna een enorme schokgolf met enorme knallen. Wat bleek? De gevangenis 500 meter verderop was geraakt.
‘Als correspondent heb ik gevaarlijke momenten meegemaakt – in Libië hoorden we in de auto een harde ták en bleek een kogel precies in het deurportier te zitten – maar pas toen de bommen vielen op de samenleving waarvan ik onderdeel was, vond ik het eng.’

Grote demonstraties

De gevolgen van de Twaalfdaagse Oorlog (2025) waren catastrofaal voor de Iraanse economie, die mede door economische sancties vanuit het Westen al op zijn gat lag. Ruim eenderde van de Iraniërs leeft nu onder de armoedegrens van 5,50 dollar per dag.
In januari van dit jaar mondde de wanhoop uit in de grootste demonstraties sinds de Iraanse Revolutie van 1979. Iraniërs gingen de straat op in alle 31 provincies. In Teheran schreeuwden honderdduizenden ‘Dood aan de dictator’.
‘Het werd een massaslachting’, zegt Erdbrink. ‘Op 8 en 9 januari zijn er door het regime duizenden, misschien wel tienduizenden mensen doodgeschoten.’
Heb je ook gedemonstreerd?
‘Nee. Ik ben geen Howard Baskerville, hij was een Amerikaanse missionaris die tijdens de Constitutionele Revolutie in Iran van 1906 met de revolutionairen ging meevechten. Ik ben een journalist in hart en nieren die alles wil meemaken, maar niet mee wil doen. Dit is een strijd van de Iraniërs. Ik wil verslag doen.
‘Op 8 januari ben ik naar vrienden gegaan. Al mijn vrienden die naar de protesten waren geweest, kwamen daar ook heen om te vertellen hoe het was. Toen werd ik overmand door emoties. Er zijn veel mensen doodgegaan en dat daar niemand van mijn vrienden tussen zit, is een wonder. Ik heb zoveel verhalen gehoord. Mijn peetzoon vertelde me dat hij tijdens de tweede avond van de protesten een geweerschot hoorde vanaf een politiebureau. Hij hoorde het geluid van brekend glas en gegil, keek achter hem en zag iemand dood in een auto zitten.’
Is Hamidreza de straat op gegaan?
‘Hij ging kijken, maar toen hij van dichtbij zag hoeveel geweld er was, ging hij weer naar huis. Zoals velen is ook hij het systeem beu. De Iraanse leiders leggen een glasplaat over de samenleving en die leggen ze zo laag dat je met al je ambities nooit omhoog kunt komen. Er is zo weinig werk.’ Van de 15- tot 64-jarigen heeft slechts een derde een baan, aldus de Wereldbank.
Vanuit de mond van Trump klonk na het bloedbad in januari steeds vaker oorlogstaal. Hij dreigde met een inval als Iran niet aan zijn eisen, die voornamelijk betrekking hadden op Irans nucleaire programma, zou voldoen.
Quote van .
‘De laatste weken gingen we iedere avond naar bed met de gedachte dat er bommen zouden vallen’
Veel Iraniërs hoopten dat Trump hun land zou bombarderen, zegt Erdbrink. ‘Die massaslachting heeft iets bij de Iraniërs gebroken. Als je verdrinkt en je steekt je hand uit het water, maakt het niet uit wie je eruit trekt.’
De sfeer werd grimmiger. ‘Vrienden kregen ruzie over de toekomst, de onzekerheid was enorm. De laatste weken gingen we iedere avond naar bed met de gedachte dat er bommen zouden vallen.’
Je zag de oorlog aankomen?
‘Zeker in mijn tijd bij The New York Times en The Washington Post heb ik geleerd dat je bij Amerikanen niet op de woorden van de leiders moet letten, maar op die van de derde laag – hoge ambtenaren en generaals. En die zeiden allemaal: deze oorlog gaat slecht uitpakken, maar het materieel wordt gestuurd.’
Hij nipt van zijn tequila. ‘Ik vroeg Newsha of we zin hadden om weer zo’n oorlog mee te maken en ik moest toch naar Nederland om mijn serie te promoten, maar zij wilde in eerste instantie in Teheran blijven. Vanwege haar familie, onze liefde voor Iran, maar ook vanwege onze nieuwe kat.’
Na de bloedig neergeslagen demonstraties zag Erdbrink in het park een kat liggen met een verbrijzelde achterpoot. ‘Na alle hardheid wilde ik iets zachts doen. Dus ik met die kat naar het ziekenhuis, waar ze zijn pootje hebben geamputeerd. Daarna adopteerden we hem.
‘Normaal zorgt Newsha’s moeder voor onze katten als we naar Nederland gaan. Maar zij is helemaal geen kattenliefhebster. Ze haat katten.
‘Newsha had dus geen zin om haar moeder te vragen of ze voor onze kat met drie poten wilde zorgen.’ Newsha’s assistent bood uitkomst. ‘Afgelopen dinsdag zei zij dat ze niet meer in haar eigen bed durfde te slapen, ze woont in een steegje naast het huis en kantoor van de opperste leider en was bang voor bommen. Newsha bood haar vervolgens aan om bij ons te slapen. En toen zei Newsha: zij kan hier voor onze katten zorgen, laten we maar gaan. Daarom zijn we woensdag op het vliegtuig gestapt.’
Hij pakt zijn telefoon en een pistachenoot. ‘Even Thuisbezorgd openen, ik heb nog steeds niet op bestellen geklikt. O, even kijken. Een pushbericht van The New York Times met nieuws over de luchtaanvallen.’
Bron 
Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
Kun je naast de opperste leider wonen? Ik dacht dat hij in een enorme compound verbleef.
‘In het begin van de Iraanse Revolutie begon het als een bescheiden kantoortje in een woonwijk. Later groeide dat uit tot een enorm complex. Je ziet daar meer beveiligingscamera’s en undercoveragenten dan in de rest van de stad – maar een buitenstaander hoeft niets door te hebben en normale mensen, zoals Newsha’s assistent, kunnen er ook wonen.’
Kon je de ayatollah zomaar tegen het lijf lopen?
‘Dat niet. Het deel waar hij woonde en werkte, is afgesloten.’ Hij maakt de vergelijking met De Negen Straatjes, een winkelgebied met korte, smalle dwarsstraatjes binnen de Amsterdamse grachtengordel. ‘Het is alsof dat het complex is, maar dat alleen een van de straten, zoals de Wolvenstraat, verboden terrein is.’
Hoe hoorde je dat hij was gedood?
‘Ik zat bij Nieuwsuur. Het is wel grappig dat dat een van de historische momenten uit mijn leven had moeten zijn – mijn hele Iraanse leven heb ik hem meegemaakt – maar toen ik het hoorde, voelde ik helemaal niks. Het was een anticlimax omdat hij uiteindelijk toch is gedood door buitenlanders. Als de Iraniërs dit zelf hadden gedaan, was het moment sterker geweest.
‘Hij is ook gestorven op de manier waarop hij misschien wel wilde sterven. Anders dan Saddam Hoessein is hij niet in een of andere put gekropen. Anders dan Moammar Kadhafi zat hij niet in een rioolbuis toen hij werd gedood. Hij is niet gevlucht. Hij is omgebracht in zijn huis.’
Hij ging gewoon naar zijn reguliere vergadering.
‘Het is bijzonder wat voor ronkende stukken ik dan weer in mijn oude krant The New York Times lees. ‘De operatie is zo en zo gegaan.’ Ja, de man was thuis en ze hebben een bom op zijn huis gegooid.’
Wat vond je schoonfamilie van zijn dood? Kun je daar iets over zeggen, of breng je ze daarmee in gevaar?
‘In mijn columns in de Volkskrant heb ik vaak genoeg geschreven dat mijn schoonmoeder de geestelijken liever vandaag dan morgen ziet vertrekken. En dan druk ik me nog diplomatiek uit.’ Hij kijkt op zijn telefoon. ‘Het eten komt eraan. Not long now. We hebben ook geen haast.’ Het is negen uur.
Erdbrink zelf probeert met afstand naar de gebeurtenissen te kijken. ‘Ik las laatst iets moois in het boek Arabian Sands, een reisverslag van een of andere Brit. Hij trekt door de woestijn en schrijft dat de volkeren die hij aantreft door de harde, onbeheersbare omstandigheden in het lot zijn gaan geloven. Dat is, denk ik, ook een deel van mijn karakter geworden.
‘Binnen de mogelijkheden die je hebt, moet je natuurlijk wel proberen de dingen de door jou gewenste richting op te sturen. Daarom verschijn ik ook in talkshows om te praten over de normale Iraniërs – anders gaat het bijna nooit over hen en altijd over hun leiders. Maar daardoor loop ik wel risico’s.
Welke?
‘Wat het regime wil laten zien, is anders dan wat ik vertel. En ik ben een van de weinige Europeanen in Iran, een land dat de afgelopen tijd twee Nederlanders in de bak heeft gegooid om ze vervolgens uit te ruilen in een soort internationale gijzelnemingsdiplomatie.’
Kun jij ook gegijzeld worden?
‘Absoluut. Dat is ook een van de redenen dat ik de oorlog niet in Iran wilde afwachten. Als mij iets overkomt, veroorzaak ik problemen voor mijn omgeving in Iran en Nederland. In 2019, het jaar dat ik mijn perskaart ben kwijtgeraakt, heb ik ook onder grote druk gestaan. Ik wil daar niet alles over vertellen, maar Iran heeft veel journalisten gevangengezet, zoals Jason Rezaian, mijn opvolger bij The Washington Post.’
Slaap je slecht?
‘Ik slaap zeker weleens slecht. Het klinkt misschien idealistisch, maar ik vind het supersneu dat we als mensheid in deze tijd zitten, waarin we alleen maar bezig zijn met misschien tien mannen met ego’s van hier tot Tokio.
‘Shit’, zegt hij ineens, ‘heb ik het eten nou op het verkeerde adres laten bezorgen? Ik heb ooit een pizza in het park laten bezorgen en sindsdien wordt alles in het park bezorgd. Even kijken. O, hij staat al aan de deur.’
Hij dribbelt erheen. ‘Hey, hello!’, roept hij uitbundig. ‘Are you Greek? Efcharisto!’ Tegen de journalist: ‘Wil je cola erbij of bier?’
Nadat hij het eten op de tafel van Iraans marmer heeft gezet, vertelt hij over de aankoop van hun huis in Leiden. ‘Hier zit nog best logica achter. Als het niet goed gaat in Iran, wil ik dat de mensen die ik liefheb naar ons toe kunnen komen. Ik kan hier zes mensen stallen als het moetHet holletje waar ik hiervoor zat, aan de Oude Rijn, is niet groot genoeg.’ Hij kijkt naar de tijd. ‘Jij kunt hier straks ook logeren als je wil.’
Hij kocht het huis toen hij bij bureauchef Noord-Europa was bij The New York Times. ‘In Iran heb ik geweldig met die krant gewerkt, maar in Europa vond ik het tien keer niks. Als een verhaal daar minder dan 20 duizend kliks kreeg, belandde het in de zogenaamde valley of death. Waar resulteerde dat in? Dat ik alleen maar over clichés ging schrijven. Verhalen over grachten en hoeren in Amsterdam leverden 500 duizend kliks op. Op de dag dat ik de hypotheek kreeg op basis van mijn salaris daar, heb ik die baan opgezegd. Ok guysI’m leaving!’
Over je Rusland-serie. Wat...
Hij onderbreekt. ‘Laten we eerst even van het Thaise eten genieten.’
Het leidt tot een niesaanval. ‘Een Iraans gezegde luidt dat als je niest, je moet stoppen met wat je aan het doen bent’, zegt hij. Dan rent hij naar de keuken, ritst een vel van de rol keukenpapier en reikt naar een glas. ‘Dit is water, toch? Geen tequila?’ Als de nies aanhoudt, loopt hij naar beneden om ‘zijn neus te douchen’.
Eenmaal uitgeniest vertelt hij over zijn jeugd in Leiden. Hij was een moeilijk joch dat van school werd gestuurd vanwege een strafbaar feit – hij wil niet vertellen welk. ‘Niks ergs hoor.’ Hij las graag. ‘De Tweede Wereldoorlog vond ik interessant.’ Op de rommelmarkt kocht hij de achtdelige biografie van Winston Churchill. De ruim zesduizend pagina’s had hij gelezen op zijn 12de. ‘Ik ben echt niet hoogbegaafd of zo, gewoon nieuwsgierig.’
Bron 
Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
Als student journalistiek ging hij naar Iran om verslag te doen van de studentenopstand. In Onze man in Teheran vertelt hij hoe hij Newsha ontmoet in een ‘achterlijk dorpje’ waar hij naartoe gaat voor de laatste zonsverduistering van de twintigste eeuw. Het is dan 11 augustus 1999.
Omdat het dorpje zelden werd bezocht door witte mensen, werd Erdbrink gevraagd of hij Michael Jackson is. Daarop deed hij de moonwalk. ‘Wie ben je’, zei Newsha toen, ‘en wat ben je aan het doen?’
In de serie zegt Newsha dat zij Erdbrink ten huwelijk heeft gevraagd. Erdbrink, nu: ‘Je moet eens weten hoeveel mensen in Nederland tegen me zeggen dat ik onder de plak zit. Dat is toch grappig, in het geëmancipeerde Nederland. En toen ze in 2015 de Prins Claus Prijs won, da’s echt een prestigieuze prijs, omschreven de kranten haar als de vrouw van Thomas. Ik probeerde uit te leggen dat ze haar daarmee voor de lezer bekender wilden maken, maar ze was er woest over.’ Newsha is nu vicepresident van het gerenommeerde fotoagentschap Magnum.
Het stel heeft geen kinderen. ‘Ik ga nu niet in huilen uitbarsten of zo’, zegt Erdbrink, ‘we hebben voor ons werk gekozen.’

Op en neer naar Hilversum

De series over Iran en Afghanistan maakte hij voor de VPRO. Onze man bij de vijand is de eerste die zal worden uitgezonden op Videoland, de streamingdienst van RTL. ‘Het is een all-inclusive vakantie versus het beklimmen van de Everest’, zegt hij over het verschil tussen werken bij RTL en de NPO. ‘Ik ben, en ik heb geteld, twintig keer op en neer naar Hilversum gereden voor gesprekken met mensen van de NPO. Daar kwam nooit iets uit. Bij de publieke omroep zitten ongeveer 33 directeuren, bij RTL drie.’
Erdbrink omschrijft Onze man bij de vijand als zijn moeilijkste werk tot nu toe. ‘Als je het lot van Afghaanse vrouwen laat zien, krijg je natuurlijk al snel de sympathie van de kijkers. Maar nu vraag ik ze om zich in te leven in de mensen – niet de politici – die we als onze vijand zien. De rode draad in mijn werk is interesse in de ander. En is de ultieme ander niet de vijand?’
Hij leest en ziet ‘geweldige reportages’ over de Oekraïners. ‘Maar het lijkt me dat Nederlanders ook gebaat zijn bij het horen van de mening van de vijand. Hoewel al die wereldleiders ons tegen elkaar op willen zetten, wil ik laten zien dat zelfs de ultieme ander niet heel anders is dan wij. De meeste Russen willen óók geen oorlog.’
Er zijn alleen nauwelijks westerse journalisten om dat op te tekenen. ‘De Russische ambassade zei dat ze al anderhalf jaar geen aanvraag meer hebben gekregen van een Nederlandse journalist.’
Misschien omdat ze journalisten gevangen zetten of, zoals in het geval van Volkskrant-journalist Tom Vennink, het land uitzetten? En Geert Groot Koerkamp zit er toch nu namens de NOS en de Volkskrant?
‘Zeker, hij doet geweldig werk en in de serie bedanken we hem ook voor zijn hulp. Ik wil ook niet beweren dat we echt de enige zijn. Ik denk wel dat geen westerse tv-crew zoveel vrijheden heeft gekregen als wij. Waarom hebben ze Vennink eruit gezet?’
‘Administratieve overtredingen.’
‘Dat zijn trucjes die ze altijd uithalen in autoritaire landen. Dat is mij in Iran ook gebeurd.’
Onder welke voorwaarden konden jullie filmen?
‘Die waren er niet. In mijn brief aan het ministerie heb ik geschreven dat ik alleen kom als ik mijn eigen verhaal mag vertellen. Dat vonden ze goed.
‘We hebben alles kunnen doen wat we wilden. Ik heb ook geen beelden met ze hoeven delen. En ik ben, voor zover ik weet, nergens achtervolgd. Al ga ik er wel vanuit dat ze onze telefoons hebben afgeluisterd. We moeten niet naïef zijn.
‘Een van de redenen dat ze me binnen hebben gelaten, is denk ik dat ik geen Rusland-expert ben, dat ik niets van hun cultuur weet en met een bleue blik het land binnenkom.’
Rond Onze man in Teheran heb je weleens minachtend gesproken over journalisten die zonder enige kennis van zaken van een land verslag doen. Doe jij dat nu niet ook?
‘Dat is een goed punt. Maar we hebben voor deze docuserie tweeënhalve maand vrij door Rusland kunnen reizen. Dat is op dit moment echt uniek. Ik kan het dus naar mezelf verkopen. Ik ken een Noorse journalist die twintig jaar geleden drie dagen in Iran is geweest en op basis daarvan nog steeds boeken schrijft.’
‘Je moet weten wat er omgaat in de hoofden van de Russen’, zeg je in de voice-over. Maar hoe kom je daarachter? Een kritische mening over president Poetin zullen ze niet snel delen, dan moeten ze misschien naar de gevangenis.
‘Zeker, maar we spreken wel Poetin-critici en ook zeggen de beelden veel meer dan de antwoorden. Bij sommige Russen zie je de aarzeling en het ongemak als ze over Poetin spreken.’
Toch had ik het idee dat Iraniërs en Afghanen veel kritischer op hun machthebbers durfden te zijn.
‘Absoluut waar. Ik had ook gehoopt dat er nog meer ruimte was voor de Rus om zich te uiten.’
Hoe verklaar je dat verschil?
‘Door de geschiedenis, denk ik. Van een afstandje lijkt Iran op een piramidevormige machtsstructuur, met één leider aan de top. Maar eigenlijk is het een land waar allerlei machtsblokken ruzie met elkaar maken. Daartussen kun je als burger veel ruimte vinden. Als je de camera aanzet, moet je de mensen bijna vragen om even niet in de camera te schelden, zo boos zijn ze. In Rusland heeft wél echt één man de leiding.
‘Maar ik denk ook dat – en dat vinden we niet leuk in Nederland – veel Russen Poetin ook gewoon geweldig vinden. Hij wordt, geholpen door propaganda, gezien als sterke man die na jaren van chaos orde op zaken heeft gesteld.’
Bron 
Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
Ook in deze serie heeft Erdbrink weer veel memorabele personages voor de camera gekregen. Tuta, een soldaat, is daar een van. Zijn gevecht tot de dood met een Oekraïense soldaat – eerst uitgevochten met vuurwapens, ten slotte met een mes – werd vastgelegd door een drone en een helmcamera.
‘Laat me vredig’, kermt de creperende Oekraïner aan het einde van het filmpje en zijn leven tegen Tuta, die nog bovenop hem zit met een mes. ‘Mama, dit was het, vaarwel. Wacht, laat me in vrede sterven. Je hebt me al overal opengesneden. Laat me langzaam heengaan. Het doet ontzettend veel pijn. Deze wereld is zo mooi. Jij was de beste vechter ter wereld. Vaarwel broer.’ Tuta, die inmiddels wegstrompelt, zegt dan ook: ‘Vaarwel broer.’
President Poetin bombardeert Tuta hierop tot staatsheld, zegt Erdbrink, die vier dagen met hem is opgetrokken. ‘In het gesprek zie je dat hij door probeert te gaan met zijn leven, maar dat zal nooit meer hetzelfde zijn. Hier zie je hoe zinloos oorlog is. De Oekraïner is dood, de Rus voor het leven getraumatiseerd.’
Waarom denk je dat mensen zich bij jou zo snel openstellen?
‘Volgens mij is het geen bijzondere gave. Ik vind het het moeilijkst om in Nederland contact te maken. In autoritaire landen heerst sneller saamhorigheid, want er is een gemeenschappelijke vijand. Het prachtige van Nederland is dat je totale vrijheid hebt, maar je hebt ook de totale vrijheid om iedereen de hele tijd te negeren.
‘Ik denk dat het ook helpt dat ik niet kom om iemand te veroordelen. Ik kom niet om te zeggen hoe het zit. Ik zeg: ‘Hey, I am from Holland, are you afraid of me?’ Dat leidt tot een ander gesprek.’
Moet je ze niet soms wel tegenspreken? In Marioepol zegt een man dat het lokale theater niet door Russische raketten, maar door Oekraïense explosieven is vernietigd. Daarna zeg je in de voice-over dat de waarheid zich niet makkelijk laat vangen. Moet je niet zeggen: de Russen hebben het gedaan.
‘We spreken heel vaak mensen tegen, maar toen dat theater vernietigd werd, was ik er niet bij. Hoe weet ik nou dat het een Russische raket was, behalve dat dat het meest logisch is?’
Amnesty International heeft een rapport van 72 pagina’s aan de aanval gewijd.
‘Dat hebben we ook gelezen, alleen hebben we ons niet gefocust op de raket, maar op het dodenaantal, waar discussie over is. We maken trouwens wel duidelijk dat de man die claimt dat Oekraïne het gedaan heeft, een enorme windvaan is.’
Wat vind je van de westerse verslaggeving van de Oekraïne-oorlog?
‘Je moet je als journalist niet te veel vereenzelvigen met een verhaal. Ik weet dat dit grappig klinkt uit mijn mond, omdat ik 25 jaar in Iran zit, maar ik denk dat ik wel consequent heb gezegd wat voor vreselijke dingen Iraanse leiders doen. Als je nu correspondent in Oekraïne bent, zul je ook de schaduwkanten van de staat moeten laten zien. Ik zie weleens beelden waarop mensen vanwege de mobilisatie van straat worden getrokken. Dat onderwerp staat niet aan de top van de journalistieke agenda.’
Zijn telefoon gaat. ‘Wacht even’, zegt hij. ‘Hamidreza.’ Erdbrink klinkt bezorgd. ‘O my god’, is tussen het Farsi te horen. Meteen daarna loopt hij naar de televisiehoek en belt hij Newsha. Vervolgens, tegen de journalist: ‘Hamidreza belt net en zegt dat het gerucht gaat dat ze hun wooncomplex, dat ik je op het filmpje liet zien, moeten ontruimen. De Israëliërs willen het gebouw ernaast raken.’
Een Iraanse oppositiezender verspreidt mededelingen van het Israëlische leger over te bombarderen doelwitten, zegt Erdbrink. ‘Ik heb Newsha gevraagd daarnaar te kijken. Zij is met Iraanse vrienden in Den Haag en kan dat sneller uitzoeken.’
Als jij naar die zender wil kijken, moet je het natuurlijk doen.
‘Laten we maar voor de televisie gaan zitten. Dan kunnen we daar verder gaan.'
De YouTube-app vertoont eerst een reclame van een koffiebonenmerk, waarna op de zender Iran International de rookpluimen boven Teheran te zien zijn, afgewisseld met beelden van tv-presentatoren en Trump. ‘Gast, het is niet normaal’, zegt Erdbrink. ‘Er wordt de hele tijd gebombardeerd. The revolution is televised.’
Newsha belt. ‘Het gerucht klopt’, zegt Erdbrink na afloop van hun gesprek. ‘Ze moeten ontruimen.’ Hij geeft het telefonisch door aan Hamidreza, die al naar de parkeergarage was vertrokken.
Is hij daar veilig?
‘Dat lijkt me wel.’
Erdbrink gaat op de grond zitten, met zijn rug tegen de bank. Een paar minuten later appt Hamidreza dat alle buren inmiddels in de parkeergarage zitten. Erdbrink: ‘Het voelt ook zo gratuit om nu iets als ‘hou vol’ of ‘wees niet bang’ te sturen.’
Bron 
Newsha Tavakolian/ Magnum Photos
In het afgelopen ‘rare jaar’ leefde Erdbrink in ‘best veel werelden’ tegelijk, zegt hij een poos later, weer aan tafel. ‘Iran gleed af richting chaos. Ik moest vaak op en neer naar Rusland, waar ik ook niet makkelijk over wil doen. En mijn vader heeft alzheimer, dat vind ik moeilijk om mee te maken. Ik denk dat mijn overlevingsmechanisme is om het te compartimentaliseren. Als ik over tien dagen naar Iran ga, ga ik daar negen dagen niet over nadenken. Voor mij werkt dat.’
Maar je bent hier voortdurend met Iran aan het bellen?
‘Zeker. Als Hamidreza om mijn hulp vraagt, laat ik alles vallen. Maar de rest van de dag probeer ik bezig te zijn met Nederland. Ik moet er nu voor waken dat de dingen niet toch door elkaar gaan lopen. Vandaag dacht ik aan de vriend die ik niet kon bereiken en ging ik toch fantaseren: misschien is er wat gebeurd, misschien is hij dood? Toen vreesde ik opeens dat mijn mechanisme wellicht alleen werkt als er niet iets vreselijks gebeurt. Terwijl die kans er natuurlijk wel is.’
Jullie gaan hoe dan ook weer terug naar Iran?
‘Als er morgen een wapenstilstand wordt gesloten, zegt Newsha direct dat we moeten gaan.
‘Mocht er een rooskleuriger toekomst zijn voor Iran, dan wil ik daar graag deel van uitmaken. Misschien begin ik een mediabedrijf. Of een bar. Maar ook als de toekomst slechter is, gaan we terug. Dan maken we het beter, allereerst met de mensen om ons heen.’
Als het interview ten einde is, is het dinsdagochtend. Erdbrink loopt met de interviewer mee naar buiten, ook om Newsha te ontvangen, die bijna thuis is van haar vrienden in Den Haag. ‘Ze moet er nu zo ongeveer zijn’, zegt hij.
De volgende ochtend appt Erdbrink dat Hamidreza door alle bombardementen toch overweegt de stad te verlaten. Drie minuten later stuurt hij: ‘Je vroeg nog hoe ik sliep: vannacht niet!’

zondag 15 maart 2026

Wetenschappers: ‘Zet streep door staatssteun aan Tata Steel’




 Nieuws

Wetenschappers: ‘Zet streep door staatssteun aan Tata Steel’

De regering moet geen miljardensteun geven aan de staalfabriek van Tata in IJmuiden. Dat schrijven 117 wetenschappers dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De fabriek van Tata Steel, waarmee de overheid al vier jaar onderhandelt over een maatwerkafspraak.
De fabriek van Tata Steel, waarmee de overheid al vier jaar onderhandelt over een maatwerkafspraak.bron Arie Kievit voor de Volkskrant
Dit artikel is geschreven door

is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.

Een divers gezelschap van onder anderen economen, sociale wetenschappers en technologieonderzoekers vindt dat er een streep moet worden gezet door de ‘maatwerkafspraak’ waarover Tata Steel en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderhandelen. Zo’n deal is volgens hen op meerdere fronten ‘verspilling van schaarse middelen’.

Behalve veel geld kost het ook ruimte, duurzame energie en hoogopgeleid personeel om de staalfabriek overeind te houden. Ook legt het een groot beslag op het stroomnet. Het redden van ‘een bedrijf met onduidelijk toekomstperspectief’ gaat zo uiteindelijk ten koste van groei en verduurzamingsplannen van andere bedrijven, schrijven de economen.

Tata Steel en de overheid onderhandelen al vier jaar over zo’n maatwerkafspraak. Daarin belooft het staalbedrijf, de grootste CO2-uitstoter van Nederland, dat het de emissie van broeikasgassen versneld terugbrengt. Ook worden er afspraken gemaakt over uitstoot van fijnstof, zware metalen en moet Tata stank- en geluidsoverlast beperken. De overheid zou in ruil daarvoor zo’n 2 miljard euro bijdragen aan de investeringen die Tata moet doen om die doelen te bereiken.

Kritische stukken

Afgelopen jaren schreven meerdere wetenschappers al kritische stukken over de maatwerkafspraken voor Tata Steel. Het initiatief om economen samen één stuk te laten maken kwam van onderzoeks-ngo Somo. ‘We hebben de handen ineengeslagen, omdat we het gevoel hebben dat er politiek momentum is, nu er net een nieuw kabinet is aangetreden’, zegt de Rotterdamse ontwikkelingseconoom Irene van Staveren. ‘Het is nu of nooit.’

Het is volgens Van Staveren veelzeggend dat daarna zo’n grote groep collega’s (onder wie tachtig hoogleraren) de brief heeft ondertekend. ‘Dat het wetenschappers zijn van uiteenlopende disciplines toont aan dat dit niet meer gaat over de vraag of we de staalproductie in eigen land moeten houden. Het gaat ook om ruimte, stroomnet, arbeid, strategische onafhankelijkheid.’

De brief besteedt veel aandacht aan de levensvatbaarheid van een groene staalindustrie in Nederland. Daarvoor wil Tata op den duur overstappen van kolen als energiebron naar groene stroom en waterstof. Maar omdat groene energie in Nederland duurder is dan in bijvoorbeeld Zweden of Spanje, is de kans volgens de ondertekenaars groot dat de fabriek in IJmuiden nooit echt concurrerend zal worden.

De auteurs benadrukken dat het soms goed kan zijn om als overheid bepaalde bedrijvigheid te steunen. ‘Zoals recentelijk met chipmachinebouwer ASML bij Eindhoven is gebeurd’, zegt financieel econoom Arnoud Boot (UvA). ‘Daar is geïnvesteerd in een waardevol ecosysteem van bedrijven.’

Voortdurend bijleggen

‘Maar bij Tata loopt je vooral het risico dat je maar blijft bijleggen’, zegt Boot. ‘Dat hebben we eind jaren tachtig ook gezien met scheepswerven die toen overeind zijn gehouden. Die gingen toch failliet. En als je het bestaande blijft accommoderen, hou je iets nieuws tegen.’

Van Staveren: ‘Dat geldt heel sterk bij de angst om de banen die bij Tata zouden verdwijnen als het bedrijf failliet gaat. Maar er is grote behoefte aan technisch personeel en voor een fractie van die 2 miljard kun je mensen heel goed omscholen.’

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zegt in een reactie dat de kritiek ‘vanuit economisch perspectief voorstelbaar is’, maar dat de doelen van de maatwerkafspraken breder zijn en dat twee onafhankelijke commissies hebben geadviseerd ‘dat een maatwerkafspraak nodig is om de klimaatdoelen te behalen, de gezondheid van omwonenden te verbeteren en de kans op strategische importafhankelijkheid van Europa te verkleinen’.

De wetenschappers erkennen dat de staalindustrie in Europa van strategisch belang is. Maar het is volgens hen een slecht idee dat alle lidstaten dus maar hun eigen staalfabriek gaan subsidiëren.

‘Dat zou op Europees niveau moeten’, zegt Boot. ‘Bijvoorbeeld met een veiling. Waarbij de staalfabriek die met de minste subsidie groen staal kan produceren, de subsidie wint. Zo hou je de beste fabrieken overeind.’ Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wilde nog niet inhoudelijk op de brief reageren.

https://www.volkskrant.nl/economie/wetenschappers-zet-streep-door-staatssteun-aan-tata-steel~b0901004/