dinsdag 5 juli 2022

Wat is de bijdrage van (Nederlandse) veeteelt op de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen?

 

Karin Groenestein Karin Groenestein 

Wageningen University


Wat is de bijdrage van (Nederlandse) veeteelt op de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen

20 februari 2021


In 2018 was de landbouw verantwoordelijk voor de uitstoot van 26,5 megaton CO₂, 14% van het Nederlandse totaal (1 megaton is 1 miljoen ton = 1 miljard kg). Van die 26,5 megaton werd 70% uitgestoten door de veehouderij. 


De veehouderij veroorzaakt weinig CO₂ door het gebruik van fossiele brandstof, het gaat vooral om de uitstoot van methaan (CH₄, door dieren en uit mest) en lachgas (N₂O, uit mest).

 

Van de Nederlandse methaanemissie komt 75% uit de veehouderij, van de lachgasemissie is dat 45%.

#landbouw #broeikasgassen #veeteelt


Dit antwoord gaat specifiek over de uitstoot waar Nederland op afgerekend wordt in het Klimaatakkoord, zoals gerapporteerd aan de IPCC, maar de productie en import van bijvoorbeeld soja veevoeder veroorzaakt ook uitstoot van broeikasgassen. Deze factoren zijn in onderstaande berekeningen niet meegenomen (!).
pexels-frank-grün-5600104.jpg

Afbeelding door Frank Grün via Pexels


Alle sectoren in Nederland stootten in 2018 188 megaton CO₂ eq. uit, 26,5 megaton daarvan kwam uit de landbouw [1]. Niet alle broeikasgassen hebben een even groot effect op de opwarming van de aarde. 

Zo is methaan (CH₄,) ongeveer 28 keer zo sterk als CO₂. Lachgas (N₂O,) is nog veel sterker; wel 298 keer zo sterk als CO₂. Broeikasgassen berekenen we in CO2-equivalenten. 

Dat betekent dus dat we 1 kg methaan ‘tellen’ als 28 kg CO₂-equivalenten (CO₂ eq.) en 1 kg N₂O, als 298 kg CO₂ eq.


In de grafiek hieronder zie je dat de veehouderij nauwelijks bijdraagt aan de CO₂ emissie, maar wel verantwoordelijk is voor 75% van de emissie van CH₄, (13 megaton CO₂-eq) en 45% van N₂O (3,6 megaton CO₂-eq).



178-1 graph




Hoe ontstaan die emissies in de veehouderij? De bijdrage van de veehouderij loopt via vier sporen: fossiele energie, vertering van voer, mest en ammoniak. Hieronder zal ik per spoor een nadere toelichting geven.


Spoor 1: fossiele energie

Het eerste spoor betreft het gebruik van fossiele brandstoffen. Denk aan het gebruik van diesel voor de tractor of de elektriciteit die nodig is voor het koelen van de melk in de koeltank, of de verwarming en ventilatie in de stallen. Wanneer de energie afkomstig is van diesel, of van grijze stroom draagt de CO₂ die daarbij vrijkomt bij aan het broeikasgaseffect. 

De grootste bijdrage van CO₂ aan de landbouwemissies is toe te schrijven aan de glastuinbouw, de bijdrage van de veehouderij aan verbranding van fossiele brandstoffen is maar klein en wordt hier verwaarloosd. Het grootste gedeelte van het broeikaseffect door de veehouderij komt door CH₄, gevolgd door N₂O, Dit wordt uitgelegd in de drie andere sporen.


Spoor 2: dier

Methaan ontstaat in het maagdarmstelsel van dieren tijdens het verteren van voedsel. In het voedsel zitten organische stoffen, dit zijn de suikers, de vetten en de eiwitten in het voer. Om deze voedingstoffen beschikbaar te maken voor het dier, wordt het voedsel verteerd in het maagdarmstelsel van dieren. Bij het verteren van de organische stof onder zuurstofloze omstandigheden ontstaat, naast voor het lichaam nuttige bouwstoffen, ook CH₄.

Bij varkens gaat het om fermentatieprocessen in de darm, tijdens de darmvertering ontstaat CH₄ die het lichaam verlaat via scheetjes. Dat gebeurt trouwens ook bij mensen. Een varken produceert op deze manier ongeveer 5 gram CH4 per dag. 

Bij koeien gaat het anders, koeien kunnen leven op gras omdat ze maar liefst vier magen hebben om dat te verteren. Het zijn herkauwers. De keerzijde is dat bij deze vertering veel CH₄ ontstaat in de pens. Dat komt het dier weer uit via de bek (als boeren). Een koe produceert op deze manier ongeveer 350 g CH₄ per dag. Dat is dus 70 keer meer dan een varken. 

Je begrijpt nu dus dat het terugdringen van de methaanuitstoot door de veehouderij een belangrijk aandachtspunt is, waar we veel onderzoek naar doen.


Spoor 3: mestopslag

Het derde spoor betreft de uitstoot van broeikasgassen uit de mest van de dieren. Bij opslag van de mest kan CH₄ en N₂O, ontstaan. Als de mest onder zuurstofloze omstandigheden wordt opgeslagen, zoals in een mestput onder de stalvloer, ontstaat CH₄. Wanneer wel zuurstof beschikbaar is ontstaat N₂O,. Zuurstof komt moeilijk in drijfmest (mest en urine samen), maar als je het mengt met stro of ander plantaardig materiaal maak je het luchtiger. Door de zuurstof kan vervolgens N₂O, ontstaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld in composthopen. Omdat de meeste mest in Nederland bewaard wordt als drijfmest is deze N₂O,-bron in Nederland niet zo groot.


Spoor 4: bodem

Het vierde spoor waardoor door het houden van vee broeikasgassen ontstaat, loopt via de mest die op het land wordt uitgereden. Wanneer mest op het land ligt kan er veel zuurstof bij en ontstaat N₂O,. Een tweede dierlijke N₂O, bron vanuit de bodem ontstaat door ammoniak (NH3). NH3 komt net als CH₄ en N₂O, uit de mest wanneer het is opgeslagen in de stal of in een mestsilo en na het uitrijden van de mest. Eenmaal in de lucht, blijft het daar niet, maar ‘valt’ het uiteindelijk weer ergens op de grond. Dat noemen we depositie. Een klein gedeelte van deze NH3 reageert met zuurstof en wordt dan N2O. Ongeveer 10% van alle N₂O, is toe te schrijven aan deze zogenaamde ‘indirecte’ emissies en komt neer op zo’n 2% van de broeikasgasemissie uit de veehouderij. Niet alle emissies vanaf de bodem hebben dierlijke mest als oorsprong. Andere bronnen zijn bijvoorbeeld kunstmest en gewasresten.



178-2 graph



In de figuur staan de bijdragen van de vier sporen aan de broeikasgasemissie uit de landbouw. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat 14 procent van alle broeikasgasemissies in Nederland uit de landbouw komt en dat daarvan ca. 70% door de veehouderij veroorzaakt wordt en vooral bestaat uit CH4 en N₂O,. De grootste bijdrage wordt geleverd door CH₄ uit koeien en uit mest.


-------------------------------

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door 


Karin Groenestein.

Reviewer: Gert-Jan Monteny

Redacteur: Joseline Houwman


Gepubliceerd op: 20 februari 2021

Bronnen 

[1] Bruggen, C. van, A. Bannink, C.M. Groenestein, J.F.M. Huijsmans, L.A. Lagerwerf, H.H. Luesink, G.L. Velthof & J. Vonk (2020). Emissies naar lucht uit de landbouw, 1990-2018. Berekeningen met het model NEMA. Wageningen, WOT Natuur & Milieu, WOt-technical report 178.          https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/566415


[2] Moerkerken, A. en Smit, I., 2016. De Nederlandse landbouw en het klimaat. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Publicatienummer: RVO-075-1601/BR-DUZA.    https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/12/RVO_De%20Nederlandse%20landbouw%20en%20het%20klimaat_Broch_def.pdf


[3] Ruyssenaars, P.G., P.W.H.G. Coenen, J.D. Rienstra, P.J. Zijlema, E.J.M.M. Arets, K. Baas, R. Dröge, G. Geilenkirchen, M. ’t Hoen, E. Honig, B. van Huet, E.P. van Huis, W.W.R. Koch, L.A. Lagerwerf, R.M. te Molder, J.A. Montfoort, J. Vonk, M.C. van Zanten, 2020. Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990–2018 National Inventory Report 2020. DOI 10.21945/RIVM-2020-0031


https://www.klimaathelpdesk.org/answers/wat-is-de-bijdrage-van-nederlandse-veeteelt-op-de-totale-uitstoot-van-broeikasgassen/

De bedrijven van Quote 500-families die het boerenprotest aanwakkeren

 



De bedrijven van Quote 500-families die het boerenprotest aanwakkeren

Haagse Invloeden Deze week: agrobedrijven van vermogende families die meedelen in rijkssubsidies en het boerenprotest voeden. Ofwel: politieke moed versus minipolitiek, particulier eigenbelang versus nationaal natuurbelang.











Den Haag is een wereldje van meelopers en enkelingen met moed. Zo was het deze week ook, al is het contrast niet vaak zo scherp.

Christianne van der Wal, minister van Stikstof (VVD), presenteerde eind vorige week stikstofplannen waarop drie jaar terug al was gezinspeeld. ’s Avonds stonden de trekkers voor haar deur. Daags erna keerde het VVD-congres zich tegen haar. Zondagmorgen bleef ze haar plannen verdedigen bij WNL.

Boeren boos, eigen partij boos, collega’s met bleke gezichtjes – en toch doorzetten.

Maar het bleef Den Haag: twee dagen later waren alsnog voldoende meelopers op de been. Na de tegenstem van VVD-leden begon de CDA-fractie te wieberen. De CU miste elementen in de plannen.

Bij D66 dachten ze dat het verzet weinig voorstelde – niet één coalitiefractie betwistte de doelstellingen – maar je kon ook denken: als drie coalitiepartijen de boze boeren al na vier dagen tegemoet komen, weet niemand hoe het over vier maanden zal zijn.

Helemaal nu de VVD trekken vertoont die we eerder bij PvdA en CDA zagen: verminderde populariteit van de premier, opstandigheid in de partij.

Het maakt het stikstofdossier een bepalend vraagstuk van deze tijd: politieke hoogspanning, nieuwe ordening van de openbare ruimte, en – het wordt vaak vergeten – een confrontatie tussen particulier grootkapitaal en de overheid.

Want hier spelen niet alleen belangen van boeren en hun trekkers, maar ook van relatief onbekende Quote 500-bedrijven die bereid zijn, gesteund door sommige Kamerleden, het gevecht tegen dreigend omzetverlies aan te gaan.

En er overigens nooit moeite mee hadden bij diezelfde overheid subsidie op te halen.

Minister Henk Staghouwer (Landbouw, CU) was nog geen drie maanden in functie of hij had, op 25 maart, een onderhoud met Jan Anker. Jan Anker is de baas van Royal A-ware, een zuivelgigant (omzet vorig jaar 2,2 miljard euro, winst 51 miljoen) met tientallen dochterbedrijven in kaassoorten, room, yoghurt, etc.

Het eigen vermogen van Royal A-ware stond in 2020 op 120 miljoen euro, waarmee Jan Anker de Quote 500 haalde.

Met twee andere landbouwreuzen annex familiebedrijven is A-ware ook actief in het stikstofdebat: zacht op de Haagse relaties, hard op de inhoud. Het zijn de veevoedergigant Royal De Heus (omzet in 2020: 3,2 miljard, winst 125 miljoen), waarvan de eigenaar, de familie De Heus, volgens Quote de vijfde rijkste familie van het land is, met een eigen vermogen van 1,4 miljard euro. En de VanDrie Group (2020: omzet 2,3 miljard; winst 75 miljoen), een wereldspeler in mestkalveren. Het eigen vermogen van de familie Van Drie wordt geschat op 1,2 miljard euro.

Voor deze agrogiganten betekent een kleinere veestapel vrijwel zeker krimp van de omzet. De Heus zou minder veevoeder verkopen. Van Drie zou minder mestkalveren slachten. Voor zuivelgigant Royal A-ware speelt ook nog dat het bedrijf vrij recent zijn productiecapaciteit uitbreidde (met anderhalf miljard liter melk, in Heerenveen) en zijn afhankelijkheid van melkveehouders vergrootte: bedrijf zoekt boeren.

Zo hebben deze drie ieder voldoende motivatie om het stikstofbeleid te bestrijden. Particulier eigenbelang versus nationaal natuurbelang.

Hun PR is soms verfijnd, soms confronterend. Mensen moeten ervan doordrongen worden dat ze zonder landbouw geen voedsel meer hebben. Een oud ideetje van een nu bekend politicus. In 2017 organiseerde het bedrijfsblad Vooruit van De Heus een gesprek over het imago van de sector, waarin Caroline van der Plas (toen van de varkenshouderbond NVV) de aanpak lanceerde: „Wij maken uw voedsel.”

Ook willen de drie het imago van de boer verzachten. Dit voorjaar zond RTL4 de reeks Wie de boer niet kent uit, waarin BN’ers „ontdekken” dat „boeren, dieren en duurzaamheid” samengaan. De reeks werd gesponsord door A-ware, De Heus en VanDrie. Actiegroep Agractie, die het boerenprotest van volgende week organiseert, reageerde enthousiast.

Maar eerder lanceerden de drie ook een andere ambitie: kort nadat het coalitieakkoord met de stikstofplannen uitkwam, werd bekend dat ze de Stichting Agri Facts financieel gaan steunen.

Agri Facts wordt door Haagse opponenten wel deel van ‘De Twijfelbrigade’ genoemd. De stichting deed vlak na de uitbraak van de stikstofcrisis in 2019 van zich spreken met groots gepresenteerd eigen onderzoek, in opdracht van het Mesdag Zuivelfonds, waarin de bijdrage van de landbouw aan de stikstofcrisis achteraf foutief werd voorgesteld. En dit jaar dreigde Agri Facts Tjeerd de Groot (D66) met gerechtelijke stappen na een kritische uitlating over de stichting.

Het is de harde kant van het verzet: stimuleer twijfel, pak critici aan. Jan Anker van A-ware begon najaar 2019 in het FD al over onzekere berekeningen en metingen: ,,Zolang er discussie is over de getallen, normen en wijze van meten (-), moeten we geen bedrijven laten verdwijnen.’’ Vorige week in Boerderij: „Ik heb (-) geen verstand van stikstof en kooldioxide maar de vraag is of het daadwerkelijk allemaal van de koeien komt.”

A-ware, De Heus en VanDrie keerden zich deze week met eigen verklaringen frontaal tegen de stikstofplannen. A-ware noemde uitkoop van boeren „onnodig en onacceptabel”. De Heus, wiens lobbyist eerder bij de VVD-fractie werkte: „Wij steunen de aangekondigde acties.” VanDrie: „Wij staan pal naast de boer!”

Hoe paradoxaal allemaal: in de databank van de topsector Agri & Food van Economische Zaken en in andere databanken kun je talrijke gedeeltelijk gesubsidieerde projecten terugvinden (duurzame zuivelketen, duurzaam vlees, veilig voedsel, optimaal babyvoedsel, tegengaan voedselverspilling etc.) waaraan dezelfde bedrijven de laatste tien jaar met anderen meededen.

Ik mailde ze erover. Alleen veevoeder De Heus reageerde inhoudelijk: deelname aan publiek-private projecten ontneemt een bedrijf niet het recht „voor je belang op te komen”.

VanDrie bleef stil. Terwijl ik verreweg de meeste projecten en regelingen terugvond die gunstig voor dit bedrijf zijn. Zo werd het bedrijf in 2014 wegens haar ,,belangrijke rol in de kalfsvleessector’’ uitgenodigd voor een gesprek met toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (Landbouw) nadat de Europese slachtpremie voor mestkalveren was afgeschaft. Ter compensatie zegde Dijksma de sector een duurzaamheidssubsidie van 60 miljoen euro in zes jaar toe, schreef ze de Kamer, en volgens betrokkenen was duidelijk dat vooral VanDrie profiteerde.

En toen LTO eind 2021 meldde dat 30 miljoen hiervan niet is uitgekeerd, wat het ministerie bestrijdt, zag je een ander aspect van de nieuwe landbouw: Caroline van der Plas (BBB) stelde Kamervragen.

En de vraag is nu: moet de politiek zich laten leiden door dit complex van megabedrijven en landbouwvriendelijke politici?

Voor iedereen, zeker coalitiepartijen, zou het een bijzondere uitkomst van de nieuwe bestuurscultuur zijn. Dan vertonen coalitiepartijen exact het onberekenbare gedrag waardoor eerder gelaakte gewoontes als strakke regeerakkoorden, coalitieoverleg en sensibilisering van Kamerleden ontstonden.

Intussen staat het bestel zwakker dan ooit. Als de VVD instort – niet langer ondenkbaar – is de vorming van een nieuw kabinet gezien de versplintering niet vanzelfsprekend meer. Ook dat staat op het spel.

Zo plaatst het stikstofbeleid Den Haag voor elementaire keuzes. Tussen algemeen belang en dat van megavermogens. Tussen moed en minipolitiek. Tussen regeerbaarheid en iets dat gevaarlijk veel op de grote kladderadatsch begint te lijken.

https://www.nrc.nl/nieuws/2022/06/17/de-bedrijven-van-quote-500-families-die-het-boerenprotest-aanwakkeren-a4133870

Pieter Boot: 'Klimaatbeleid is een wonder, zo kan je het ook zien'


Pieter Boot: 'Klimaatbeleid is een wonder, zo kan je het ook zien'

Orla McDonald 

Jarenlang was Pieter Boot een van de ambtelijke zwaargewichten die het kabinet waarschuwden dat de klimaatdoelen niet gehaald werden. Nu gaat de onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving met pensioen. In een afscheidsinterview blikt hij terug op drie decennia klimaatbeleid.


Pieter Boot is een bekende naam in de ambtelijke en politieke gremia in Den Haag. Hij heeft het ministers door de jaren heen aardig lastig gemaakt. Foto: Leroy Sankes voor het FD

In het kort

  •  •  Pieter Boot rekende jarenlang de klimaatplannen van het Nederlandse kabinet door.
  • •    Hij constateerde bij herhaling dat Nederland zijn klimaatdoelen niet haalt.
  • •   Boot is positief over de verduurzaming in de industrie, maar is kritisch op de landbouw.
  • •   Hij ziet op dit moment geen heil in het investeren in kernenergie.

Er zijn weinig mensen die met zoveel kennis kunnen terugblikken op het Nederlandse klimaat- en energiebeleid van de laatste decennia als econoom Pieter Boot. Als sectorhoofd bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rekende hij jarenlang de Nederlandse klimaatplannen door. Keer op keer tikte hij kabinetten op de vingers: Nederland haalt zijn klimaatdoelen niet. Nu gaat Boot met pensioen.

Eeuwig werkend in de schaduw van een minister of directeur, is Boot bij het grote publiek nauwelijks bekend. Zijn strepen verdiende hij binnen de ambtelijke kringen in Den Haag. Naast onderzoeker bij het PBL, was Boot onder meer acht jaar lang directeur Energie en Duurzaamheid op het ministerie van Economische Zaken.

'Koppig', is het woord dat vaak valt op Boots afscheidssymposium eind mei. Bekende namen uit de publieke wereld zijn aanwezig: Laura van Geest, directeur van het CPB, Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatoverleg en natuurlijk Boots baas: de directeur van het PBL, Hans Mommaas. In hun afscheidspraatjes vertellen zij dat Boot het ministers door de jaren heen aardig lastig heeft gemaakt. 'Dan werd me gevraagd: kan Boot niet even dimmen? De doorrekening van het Klimaatakkoord komt wel erg slecht uit', zegt Mommaas.

‘Er bestaan geen landen die hun klimaatdoelen met gemak halen’

Boots carrière omvat de periode waarin het reduceren van broeikasgassen een steeds prominentere rol kreeg. De PBL-doorrekening van het klimaatbeleid staat bij politici en bedrijfsleven inmiddels net zo dik gedrukt in de agenda als de publicatie van de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Het PBL is in 2019 in de Klimaatwet verankerd als controlerende partij. Concludeert het planbureau dat klimaatdoelen achterblijven, dan moet de zittende coalitie het beleid aanscherpen.




In zijn rol van onderzoeker spreekt Boot vooral in bandbreedtes en waarschijnlijkheden, maar wat vindt het klimaatgeweten van Nederland eigenlijk zelf van de energietransitie? Zijn kerncentrales in Nederland een goed idee? 'Doe het maar niet', zegt Boot voor nu.

Wat heeft hij zelf met het klimaat? Boot is niet het cliché-type duurzame geitenwollensokkenman. 'Ik ben daarin behoorlijk gemiddeld. Ik eet wel vlees, maar slechts af en toe. Ik probeer mijn 17-jarige auto zo lang mogelijk af te rijden en ik heb mijn huis verduurzaamd. Zonnepanelen, isolatie dat soort zaken', zegt hij.

‘Ik zie in de landbouwsector de minste vooruitgang. Boeren hebben een sterke lobby en het enige dat ik van hen hoor is dat ze al heel veel doen’

Ter gelegenheid van zijn pensionering publiceert Boot een bundel met opiniestukken die hij schreef voor de energiewebsite Energiepodium.nl. De titel: Een spiegel van onze tijd. Columns over energie en klimaat 2008-2022. Op een zonnige dag begin juni legt het FD Boot in een afscheidsinterview een aantal citaten uit deze bundel voor. Wat volgt is een gesprek over dertig jaar Nederlands klimaatbeleid.

Een citaat uit het voorwoord van uw bundel is: “Nederland was een fossiel land en is dat nog steeds.” (mei 2022)

'Kijk naar de cijfers. Ons energieverbruik is voor 80% tot 85% fossiel. We horen bij de grootste gasverbruikers in Europa en voor olie is dat niet veel anders. Iedereen heeft het nu over het hoge aandeel gas dat Duitsland uit Rusland nodig heeft, maar het aandeel gas in het landelijk energieverbruik ligt in Nederland veel hoger dan in Duitsland. Jarenlang hebben wij goedkoop aardgas gewonnen in Groningen. Energie-intensieve industrie is om die reden naar Nederland gekomen.'



Hieruit spreekt niet de hoop dat Nederland snel verduurzaamt.

'Niemand heeft de neiging om meer te doen dan strikt noodzakelijk. De broeikasgasreductie in Nederland wordt bereikt op verschillende plekken: van de industrie- en energiesector en bij mensen thuis tot verkeer en landbouw. De sectoren hebben ieder eigen doelen voor het reduceren van broeikasgassen. Maar als in één sector de uitvoering stokt, is het niet zo dat de rest iets extra's gaat doen. Zo haalt Nederland zijn klimaatdoelen dus niet.'


‘Nederland had eerder met de uitvoering van klimaatbeleid moeten beginnen’


U heeft vaak moeten concluderen dat Nederland zijn klimaatdoelen niet haalt. Hoe kan dat?

'Het simpele antwoord daarop is: omdat verandering inherent moeilijk is'.

Kan de politiek met strenger beleid verduurzaming afdwingen?

'Pas sinds het sluiten van het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 wordt gevoeld dat klimaatbeleid echt streng moet zijn omdat het anders niet van de grond komt. Voorheen committeerden landen en bedrijven zich aan vrijwillige afspraken. Dat werkte redelijk; de uitstoot is in Europa wel wat omlaag gegaan, maar niet genoeg. Het laaghangende fruit is nu geplukt. De komende tien jaar moeten regeringen moeilijke keuzes durven maken en elk land kent zijn taboes. In Nederland trapt de regering bijvoorbeeld met een duurzaam verkeersbeleid weinig mensen op de tenen, terwijl dat in Duitsland gevoelig ligt. Hier zijn de industrie en vooral de landbouw grote pijnpunten.'


Boot constateert dat iedereen op klimaatgebied de neiging heeft om niet meer te doen dan strikt noodzakelijk. Foto: Leroy Sankes voor het FD

Een ander citaat: “In 2019 – voor de coronacrisis – was de emissiereductie in Nederland sinds 1990 18%, tegen gemiddeld 25,9% in de EU. Nederland loopt voortdurend iets achter.” (mei 2022)

'Nederland had eerder in volle omvang met de uitvoering van klimaatbeleid moeten beginnen. Onder de kabinetten Balkenende ging veel tijd verloren. In het parlement maakten linkse partijen ruzie met rechtse partijen. De linkerkant vond dat we te weinig deden aan het milieu, de rechterkant vond het teveel. Jacqueline Cramer, minister van Milieu in één van die kabinetten, probeerde dat vlot te trekken. Zij had goed klimaatbeleid dat toch van tafel is geveegd. Soms heb je fantastisch beleid, maar is de tijd er niet rijp voor. Dat is de les die ik uit het verleden trek.'

Nederland wordt in de EU vaak genoemd als vieste kind van de klas.

'Op het gebied van hernieuwbare energie waren we een tijdlang de slechtst presterende lidstaat. Nu maken we een inhaalslag met zonnepanelen en wind op zee. De onafhankelijke controleurs van klimaatplannen van landen die de wereld ziet als koplopers op klimaatgebied, zoals Denemarken en Zweden, concluderen echter dat ook zij hun doelen niet halen. Er bestaan geen landen die hun klimaatdoelen met gemak bereiken. Daarom zijn organisaties als het PBL zo belangrijk. Zij vertellen kabinetten dat er meer moet gebeuren en dat werkt stimulerend.'

Heeft u er vertrouwen in dat het huidige kabinet de klimaatdoelen haalt?

'Ik zie een coalitie die het heel graag wil en daar ook geld voor uittrekt. Als het de komende drie jaar niet lukt, dan weet ik niet wanneer wel.'

Waar zou het mis kunnen gaan?

'Ik maak mij veel zorgen over de landbouwsector. Daar zie ik geen vooruitgang. Boeren hebben een enorm sterke lobby en het enige dat ik van hen hoor is dat ze al heel veel doen. Bij de industrie klonk vier jaar geleden hetzelfde geluid, maar nu heeft de industriële sector door dat verduurzaming noodzakelijk is. Bovendien trekt het kabinet forse subsidies uit en heeft het een nationale CO₂-belasting ingevoerd. De industrie is er nog niet, maar er zijn plannen gemaakt en regels ingevoerd. In de landbouwsector zie ik überhaupt nog geen concrete plannen'.

Een ander citaat: “Het is vooralsnog niet evident dat kernenergie een goede optie voor Nederland na 2030 zou zijn, maar het is kortzichtig daar geen debat over te voeren.” (september 2020)

'Aan de ene kant kan ik beargumenteren waarom Nederland geen kerncentrale zou moeten willen. Het is duur en er komt radioactief afval vrij, waarvoor nog geen goede oplossing is gevonden. Aan de andere kant zijn er valide argumenten voor te noemen. De belangrijkste is dat een energiesysteem op enkel zonne- en windenergie kwetsbaar is.'

Wel of geen kerncentrale in Nederland. Heeft u een voorkeur?

'Doe het maar niet. Ik ben 55% tegen en 45% voor. Als er een bedrijf komt dat het goedkoper wil doen dan de miljarden die een nieuwe kerncentrale nu lijken te gaan kosten, kan ik van mening veranderen. Belangrijker dan mijn persoonlijke mening is dat Nederland een goede discussie erover voert. Daarna moet de politiek een keuze maken.'


‘Als het deze kabinetsperiode niet lukt om te verduurzamen, dan weet ik niet wanneer wel’


Geen citaat, maar een anekdote van een PBL-collega: “De druk van politici op het planbureau is groot. Zelfs Mark Rutte bemoeit zich met publicaties.” (afscheidssymposium Boot, mei 2022)

'Gelukkig bellen ze mij niet, maar de directeur van het PBL, Hans Mommaas. Ik herinner mij de publicatie van de doorrekening van het ontwerp-Klimaatakkoord op 13 maart 2019. Er werd gevraagd of wij dat twee weken konden uitstellen, want de Provinciale Statenverkiezingen vonden op 20 maart plaats. Gelukkig hadden we op onze website de publicatiedatum al aangekondigd; dat is een extra argument om voet bij stuk te houden.'

Politici moeten toch de onafhankelijkheid van planbureaus respecteren?

'De Provinciale Statenverkiezingen zijn voor politici belangrijker dan de onafhankelijke positie van het PBL. Soms is de druk zo groot dat mensen uit steeds hogere posities bellen om maximale druk uit te oefenen. Dan helpt het als je naast inhoudelijke argumentatie over de wetenschappelijke onafhankelijkheid ook zoiets praktisch als een al aangekondigde publicatiedatum kunt gebruiken.'

Er kwam in uw tijd publiek commentaar op het planbureau. U zou verouderde cijfers gebruiken en een politiek linkse mentaliteit hebben.

'Het PBL steekt ontzettend veel tijd in het goed overbrengen en uitleggen van de ingewikkelde sommen die het maakt. Ik heb het idee dat het vier jaar geleden gemakkelijker was dan nu, omdat mensen minder aannemen van wetenschappers. Toch vind ik meer inhoudelijke kritiek juist positief; de wetenschap moet zichtbaar zijn.'

Hoe gaat u ermee om wanneer u kritiek krijgt?

'Laat ik een voorbeeld geven. Een paar jaar geleden zei ik tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer dat Nederland niet het land is dat bepaalt of de mondiale temperatuur zal stijgen of zakken, omdat ons land daarvoor te klein is. Thierry Baudet (fractievoorzitter van Forum voor Democratie, red.) pikte dat op en maakte een filmpje voor op sociale media, met de strekking: 'kijk het PBL zegt dat klimaatbeleid geen zin heeft.' Daarmee trok Baudet mijn uitspraak uit de context. Ik heb hem toen gemaild of ik langs kon komen om de PBL-doorrekeningen uit te leggen.'

Ging Thierry Baudet op uw uitnodiging in?

'Ik ben met een andere PBL-onderzoeker twee uur langs geweest. Naast Baudet waren een medewerker en een Provinciaal Statenlid van de partij aanwezig. Baudet zelf werd na vijf minuten gebeld en trok zich terug, maar de andere twee waren zeer geïnteresseerd. Met hen hebben we een goed gesprek gehad op basis van argumenten. We waren het uiteindelijk niet met elkaar eens, maar opmerkelijk genoeg is een dergelijk filmpje nooit meer gepubliceerd. Destijds was Forum niet zo geradicaliseerd als nu. Als er met een organisatie te praten valt, dan moet je dat altijd proberen.'

Heeft u nog een slotcitaat?

'Landen kunnen niet anders dan op basis van vrijwilligheid gezamenlijk klimaatbeleid maken. Elk land maakt kosten en de opbrengst is voor de wereld. Er is geen wereldregering die vooruitgang af kan dwingen en dus moeten we het met elkaar zien te rooien. We zijn er nog niet, maar dat het ons überhaupt lukt om klimaatbeleid te maken is een wonder. Zo kan je het ook zien.'

https://fd.nl/politiek/1441445/het-laaghangend-fruit-is-geplukt-regeringen-moeten-nu-moeilijke-klimaatkeuzes-maken