zondag 8 februari 2026

Hoe grootschalige oliefraude de veiligheid in de Rotterdamse haven bedreigt. ‘Onze goede naam en faam gaan eraan’

 





Hoe grootschalige oliefraude de veiligheid in de Rotterdamse haven bedreigt. ‘Onze goede naam en faam gaan eraan’

Illustratie van de Rotterdamse haven en een havenmedewerker met rondvliegende bankbiljetten.


De oliefraude rondom de Rotterdamse haven is uitgegroeid tot een miljoenenbusiness. Criminelen maken niet meer alleen slachtoffers onder zakenlieden, maar bedreigen inmiddels de veiligheid in de haven zelf. De Volkskrant deed onderzoek.

Dit artikel is geschreven door en 

Het nieuws in het kort

• Criminelen verdienen tientallen miljoenen euro’s per jaar met oliefraude rondom de Rotterdamse haven
• Corrupte havenmedewerkers helpen criminelen om toegang te krijgen tot terreinen van oliebedrijven
• Slachtoffers van de oplichting zijn handelaren en Nederlandse bedrijven, wier identiteit wordt misbruikt
• De veiligheid van kritieke infrastructuur staat op het spel, olieterminals willen de beveiliging opvoeren
B
innenvaartschipper Wim Bartelse (71), een voormalige IT-projectleider van KLM die zijn leven drastisch omgooide en nu met een klein vrachtschip door Europa vaart, kijkt nog eens goed naar het scherm van zijn computer. Ja, hij ziet het goed, bovenaan de zoekresultaten van Google. Bartelse Shipping staat er, een website waarvan hij nog nooit heeft gehoord.
Het is oktober 2025 en Bartelse ligt met zijn spits – een klein vrachtschip dat qua formaat is aangepast aan de Franse sluizen – afgemeerd in het noorden van Frankrijk. Hij is min of meer bij toeval in het vak gerold. Commerciële ambities heeft hij niet. Zijn ruim ligt vol met staalrollen, die hij vanuit Antwerpen naar het Franse gehucht Contrisson moet brengen.
En nu ziet hij de website met dezelfde naam als zijn eenmansbedrijf. In het Engels staat er dat het gaat om een ‘onafhankelijk opslag- en scheepvaartbedrijf’ met als hoofdactiviteit ‘de opslag en het transport van aardolie- en petrochemische producten’.
Nieuwsgierig klikt Bartelse door, om te zien welke naamgenoot er achter het nieuwe bedrijf zit. Maar als hij op de gelikte site zoekt naar contactgegevens, verschijnt zijn eigen adres in Heemstede in beeld. ‘Toen wist ik: hier klopt geen klote van.’

Identieke teksten

Enige handigheid met computers heeft hij wel, dus hij doet een onderzoekje naar de herkomst van de site. Als blijkt dat deze in Rusland is geregistreerd en dat ook de teksten op de site naar Rusland verwijzen, moet hij even slikken. ‘Het voelde unheimisch’, zegt hij. ‘Iemand had er dus moeite in gestoken om mijn gegevens te misbruiken voor deze Russische site. Maar waarom?’
Bartelse belt de politie, die volgens hem geen aangifte wil opnemen omdat hij geen schade heeft. Hij belt de fraudedesk, die hem terugverwijst naar de politie. Hij belt de douane, de Fiod en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). Maar niemand kan hem helpen. Uit wanhoop belt hij uiteindelijk de Volkskrant.
Het enige aanknopingspunt is op dat moment de website zelf. Die staat vol mooie teksten over dampverwerkingssystemen, veiligheidscertificaten en milieuvriendelijke strategieën. Maar uit online onderzoek van de Volkskrant blijkt al snel dat zinsdelen, zinnen of soms zelfs hele alinea’s ook op andere sites van opslag- en oliebedrijven voorkomen.
Binnen een paar weken ontstaat zo een lijst van 134 bedrijven die allemaal soortgelijke teksten gebruiken en claimen olie of opslag aan te bieden. Bijna allemaal ogen ze identiek.
En bijna allemaal richten ze zich op de haven van Rotterdam.
Illustratie van opslagtanks in de haven.
Bron 
Thomke Meyer

Vervalste havendocumenten

Al zeker vijftien jaar lang wordt de Rotterdamse haven geplaagd door een fenomeen waarop het maar geen grip krijgt. Olie- en opslagfraude, ook wel storage spoofing, begon als een relatief simpele vorm van oplichting. Inmiddels is het uitgegroeid tot een miljoenenbusiness en een serieus probleem voor de haven, met veiligheidsrisico’s en internationale reputatieschade tot gevolg.
Na de tip van binnenvaartschipper Bartelse onderzocht de Volkskrant de afgelopen maanden deze relatief onderbelichte vorm van criminaliteit. De krant analyseerde honderden websites, kreeg inzage in vervalste havendocumenten, onderzocht bedrijfsgegevens in buitenlandse handelsregisters, achterhaalde betaalgegevens en sprak met zeven bronnen in en rond de haven.
In totaal analyseerde de krant 421 verdachte websites. Ruim 40 procent blijkt geregistreerd in de Verenigde Staten, ongeveer 30 procent in Rusland en zo’n 10 procent in Nederland. Het merendeel wordt gehost door servers in het land van registratie. Alles wijst erop dat internationale criminele netwerken achter de fraude zitten. De criminelen misbruiken in veel gevallen namen van bestaande Nederlandse bedrijven, zoals Benya BV (waarover later meer), Cornelissen Bleiswijk en Harlingen Holding.

Niet-bestaande opslag en olie

Het patroon is steeds hetzelfde: criminelen doen zich voor als zakenmensen en bieden opslagruimte of olie aan die niet van hen is, of die überhaupt niet bestaat. Daarvoor gebruiken ze identiteiten van bestaande bedrijven, professioneel ogende websites en vervalste documenten die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn, inclusief Nederlandse paspoorten.
Havenmedewerkers worden volgens meerdere bronnen gerekruteerd om toegang te verschaffen tot besloten terreinen van tankterminals en raffinaderijen. Daar vergaren criminelen ‘bewijs’ voor het bestaan van hun nepbedrijf, bijvoorbeeld door het doen van zogenaamde kwaliteitstests van olie. Beeldmateriaal daarvan wordt verstrekt aan handelaren om de geloofwaardigheid te vergroten.
Het gebeurt allemaal op zo’n grote schaal dat de schade zich niet meer beperkt tot de opportunistische zakenlieden die in de verhalen trappen. In toenemende mate zijn de gevolgen zichtbaar in de haven zelf.
Buitenlandse ondernemers trekken wekenlang door het gebied, op zoek naar de olie waarvoor ze soms al tonnen hebben betaald. Bij bedrijven die vaak niets met olie te maken hebben, laten ze tankwagens voorrijden om de lading op te halen. Die blijkt niet te bestaan, waardoor soms grimmige situaties ontstaan. Bonafide ondernemers komen in een kwaad daglicht te staan, doordat hun bedrijfsgegevens door criminelen worden misbruikt om hun nepbedrijven geloofwaardiger te maken.
Hoewel de schade volgens betrokkenen de 100 miljoen euro per jaar nadert, is er nog niemand veroordeeld voor deze fraude. Partijen zoals het Havenbedrijf, de oliebedrijven en de opsporingsautoriteiten keken vooral naar elkaar.
Maar nu de criminaliteit zich ook steeds vaker fysiek rond de oliebedrijven manifesteert, worden ze gedwongen tot actie. Ingewijden vrezen dat dezelfde criminelen en corrupte havenmedewerkers ook ingezet zouden kunnen worden voor sabotageacties. De haven en specifiek de oliesector behoren tot de kritieke infrastructuur van Nederland. Het zijn plekken waar de dreiging van hybride sabotage groter is, en waar verstoring of uitval ernstige maatschappelijke ontwrichting tot gevolg kan hebben.

De route van de olie

Grondstoffenhandelaar Roger Berk kent de haven van binnen en buiten. Zijn bedrijf The Commodity Traders (TCT) houdt kantoor in het World Trade Center in Den Haag, maar hij doet meer zaken in Rotterdam, waar grote tankers uit onder meer de Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Noord-Europa dagelijks hun ruwe olie en olieproducten als diesel en kerosine lossen.
De Rotterdamse oliehandel is een wereld op zich. In totaal is er in de haven capaciteit voor 7,5 miljoen kubieke meter brandstof, zo’n drieduizend olympische zwembaden vol.
Zoals goudmijnen van oudsher criminelen aantrekken vanwege het grote winstpotentieel, gebeurt dat ook bij olie. Maar sinds een paar jaar is de fraude in Rotterdam volgens Berk geïntensiveerd en verhard. En min of meer tegen wil en dank is zijn bedrijf er middenin verzeild geraakt.
Om te snappen hoe het werkt, moet je de route van de olie begrijpen, vertelt Berk. Nadat de tankers hun lading in de haven hebben gelost, zijn er grofweg twee mogelijkheden. Ruwe olie wordt verwerkt in vier grote raffinaderijen van multinationals als Shell, BP en ExxonMobil. Andere olieproducten komen terecht in ronde, witte opslagtanks van onafhankelijke tankterminals. De olie is niet hun eigendom, zij krijgen betaald voor het overslaan en opslaan ervan in afwachting van de verkoop.

Kwetsbaar voor fraude

Voor Berk en andere handelaren begint het dealen vaak al als de olie nog op volle zee is. Soms kopen ze een hele voorraad, soms een deel ervan. Dat proces gaat door als de olieproducten in de opslagtanks zitten. Olie kan maandenlang in dezelfde tank blijven, maar ondertussen meermaals van eigenaar wisselen. Middels contracten en tankcertificaten – officiële documenten die bewijzen dat een bepaalde hoeveelheid olie fysiek is opgeslagen in een specifieke tank – worden de eigendomswisselingen vastgelegd.
Dat de olie tijdens de transacties onzichtbaar in de tank blijft, is ook wat het proces kwetsbaar maakt voor fraude. En daarmee aantrekkelijk voor criminelen die zich via ogenschijnlijk legitieme bedrijven tussen de handelaren weten te mengen. Vooral buitenlanders die nog niet lang ‘in de olie zitten’, en niet bekend zijn met de gebruiken in Rotterdam, worden daar slachtoffer van.
De afgelopen jaren is het aantal fraudezaken in Rotterdam geëxplodeerd. ‘We kregen steeds meer aanbiedingen van bedrijven of tussenhandelaren waarvan we dachten: dit is foute boel’, zegt Berk. ‘Bedrijven die bijvoorbeeld vliegtuigbrandstof aanbieden in hoeveelheden die totaal ongebruikelijk zijn. Of die adressen opgeven waar wij dan even langsrijden, en meteen zien dat het niet klopt.’
Hij uit zijn zorgen bij Ferm, een samenwerkingsverband tussen onder meer het Havenbedrijf, de gemeente Rotterdam en de Zeehavenpolitie, dat de haven weerbaarder moet maken tegen online bedreigingen. Ferm houdt een openbare zwarte lijst bij, die eind januari 1.283 malafide websites van bedrijven telde. Ruim 340 daarvan zijn nog in de lucht.

Storage spoofing

Voor Berk het wist, zat hij ineens in een werkgroep die zich specifiek richt op storage spoofing, een verzamelterm die voor de fraude is bedacht. ‘Wij kennen de taal van de olie’, zegt Berk. ‘Omdat we al zo lang in deze business zitten, weten we wel ongeveer wanneer iemand onzin verkoopt. Maar veel buitenlandse handelaren begrijpen dat niet. En die kunnen ook niet even fysiek bij een bedrijf gaan kijken.’
Bij gebrek aan initiatieven vanuit de overheid is zijn bedrijf TCT sinds 2025 het formele meldpunt voor ondernemers die zijn opgelicht, of die twijfelen aan een deal waaraan ze werken. In 2025 kreeg het bedrijf 1.233 pogingen tot oplichting onder ogen, een fractie van het werkelijke aantal. TCT registreerde ruim 9,5 miljoen euro aan daadwerkelijke betalingen. En ongeveer 2,5 miljard euro schade werd naar eigen zeggen door interventies van het bedrijf voorkomen.
In werkelijkheid gaat het waarschijnlijk om een veelvoud van die bedragen. ‘De meeste ondernemers die hierin trappen, schamen zich dood’, zegt Berk. ‘Die nemen hun verlies en schakelen door. Wij zien alleen mensen die nog hoop hebben dat hun geld terugkomt, die willen begrijpen wat hun is overkomen of die argwanend zijn over een deal.’
Sinds TCT officieel is betrokken bij de bestrijding van storage spoofing, en ook wordt vermeld op de speciaal in het leven geroepen website, verschijnen gedupeerde zakenlieden van over de hele wereld bij hun kantoor in Den Haag. ‘Dan staan ze ineens bij de receptie’, zegt Berk, ‘zonder afspraak en totaal wanhopig. En smeken ze bijna om hulp.’

Geen strafbaar feit

Het levert vaak vervelende, hallucinante gesprekken op. Zo zit Berk in april 2025 met zakenlieden uit Canada en Mexico in het Hilton in Rotterdam. Het gezelschap is dan al twee weken in de stad, op zoek naar hun olie. Ze hebben 2 miljoen dollar betaald, maar van de olie ontbreekt elk spoor.
‘Toen ik vertelde dat ze waren opgelicht, en dat hun geld gewoon weg is, geloofden ze me niet eens’, zegt Berk. ‘Ze werden boos op mij, terwijl ik er zat om ze te helpen.’
De zakenlieden willen aangifte doen, dus belt Berk ter plekke Martin van den Bosch, een rechercheur van de Zeehavenpolitie die zich al vijftien jaar met het onderwerp bezighoudt. Van den Bosch stelt meteen een aantal standaardvragen: is er een Nederlands bedrijf bij betrokken? Nee. Gaat het om een Nederlandse website? Nee. Hebben ze Nederlandse telefoonnummers? Nee. Ging het geld naar een Nederlandse bankrekening? Nee. Berk: ‘Nou, zei Martin, dan is hier in Nederland geen strafbaar feit gepleegd, en kunnen ze hier geen aangifte doen.’
Van den Bosch noemt dit een van de ingewikkeldste aspecten van deze vorm van criminaliteit: vaak bevinden zowel de daders als de directe slachtoffers zich in het buitenland.

Daders blijven buiten schot

Meermaals heeft de rechercheur buitenlanders aan zijn bureau gehad die aangifte wilden doen. ‘Die kwamen dan bijvoorbeeld uit Amerika en waren 150 duizend dollar kwijt. Maar ja, wat moeten ze bij ons? Ze moeten in Amerika aangifte doen, dan moet er een rechtshulpverzoek komen richting ons. We zeggen dan ook al meteen: de kans dat we hier tot een succesvolle aanhouding komen is klein, omdat het in een constructie is gegoten waarbij de echte daders buiten schot blijven. Als je al iemand kunt aanhouden, dan zijn het de kleine visjes.’
Formeel zal het allemaal kloppen, zegt Berk, maar snappen doet hij het niet. ‘Niemand neemt verantwoordelijkheid. Niemand gaat achter die buitenlandse criminelen aan. Het probleem wordt ondertussen alleen maar groter. En de reputatie van de haven gaat kapot.’
Het Openbaar Ministerie (OM) zegt in een reactie dat oliefraude voor het OM Rotterdam ‘een betrekkelijk nieuw fenomeen is’. Wel heeft het OM in de afgelopen jaren enkele malen rechtshulpverzoeken vanuit het buitenland gekregen. Maar in eigen land kwam het lange tijd niet tot een grootschalig onderzoek.
Totdat in 2021 bij een poging tot oplichting een filmpje opdook van mannen die de raffinaderij van Shell waren binnengedrongen.

Incident bij Shell-raffinaderij

Bij de raffinaderij van Shell, langs de A4 bij Pernis, slenteren drie mannen over stalen loopbruggen tussen huizenhoge opslagtanks. Het is een doodnormale werkdag, maandag 31 mei 2021, even voor 11 uur ’s ochtends.
Het terrein van Shell, de grootste raffinaderij van Europa, is van de buitenwereld afgescheiden door hekken met drie rijen prikkeldraad erbovenop. Daarachter staan ronde, witte tanks met onder meer ruwe olie en kerosine, maar ook giftige chemische stoffen die vrijkomen bij raffinage. Bijna alles is licht ontvlambaar en explosief. Het is geen plek waar buitenstaanders welkom zijn.
Voorop gaat een man in een fluorescerend geel pak. Hij is medewerker van SGS, een internationaal vermaard inspectiebedrijf dat onder meer toezicht houdt op veiligheid en naleving van regels in de industrie. Al jaren werkt hij hier bij Shell, maar nu is hij op een andere missie. Met zijn veiligheidshelm, spatscherm, mondkapje en zonnebril is hij onherkenbaar.
Terwijl een van hen de tocht filmt (de beelden zijn in bezit van de Volkskrant) knielt de SGS-medewerker neer bij opslagtank 1234. Daar draait hij een kraantje open dat onderaan de tank is bevestigd, en laat drie doorzichtige flessen uit zijn rugzak vollopen met een zwarte vloeistof.
Beelden uit de video uit 2021, waarin te zien is dat mannen de raffinaderij van Shell zijn binnengedrongen en iets uit een opslagtank tappen.
Beelden uit de video uit 2021, waarin te zien is dat mannen de raffinaderij van Shell zijn binnengedrongen.
De camera zwenkt uit en filmt een krant die op de tegels naast de tank ligt, het AD Rotterdams Dagblad van die dag. Na deze klassieke criminele truc, vooral bekend van ontvoeringszaken waarbij de krant als tijdstempel wordt gebruikt, zit de klus erop.
Pas later, als het filmpje opduikt in oplichtingszaken rond oliefraude, ontstaan er problemen voor de mannen. Het is het begin van strafrechtelijk onderzoek Barrel. Op 10 februari begint de strafzaak die daaruit voortkomt.
Shell wil niet inhoudelijk reageren op het incident bij de raffinaderij. Wel bevestigt het bedrijf dat het aangifte heeft gedaan. SGS zegt ‘in het kader van het strafonderzoek’ gehouden te zijn tot ‘discretie/geheimhouding in deze zaak’, en wil niks zeggen over vermeende corruptie van zijn medewerker.
Het Openbaar Ministerie wil nog niet inhoudelijk ingaan op de strafzaak. In reactie op vragen over oliefraude stelt het wel dat ‘deze vorm van criminaliteit een ernstige ondermijning vormt van het vertrouwen in de logistieke olieketen en het vertrouwen in onder andere Shell en de Haven van Rotterdam’. Volgens het OM bestaat handel ‘bij de gratie van betrouwbaarheid’ en gaat het hier om ‘marktmanipulatie’ met zowel financiële gevolgen als reputatieschade ‘voor Nederlandse handels- en haveninstellingen’.
Oplichtingszaken zoals oliefraude zijn volgens het OM vaak lastig te bewijzen. ‘Dit vraagt veel en tijdrovend onderzoek, vooral om vast te stellen wie er achter het delict zit.’

Digitale sporen

De Volkskrant onderzocht de afgelopen maanden de onlinesporen van de oplichters. De websites blijken gecoördineerd te worden door ten minste één criminele organisatie. Dezelfde mailadressen worden tientallen keren gebruikt om sites te registreren. Teksten en opmaak zijn identiek en Nederlandse telefoonnummers hebben overeenkomsten die erop wijzen dat ze in één keer zijn aangeschaft.
De krant belde zestig van deze telefoonnummers. In de meeste gevallen waren ze buiten gebruik of werd er niet opgenomen. Vier keer werd er opgenomen, maar spraken de mannen slecht verstaanbaar Engels in onnavolgbare accenten. Ze ontkenden betrokkenheid bij fraude. Op de vraag waarom zijn site op de zwarte lijst staat, antwoordt een van hen: ‘Dat is normaal, iedereen in deze business staat op de zwarte lijst.’
Gesprekken met betrokkenen, documenten en digitale sporen leiden naar twee landen: Nigeria en Rusland. Maar hard bewijs dat de criminele netwerken vanuit deze landen opereren, ontbreekt.
Illustratie van het tappen uit de tank, zoals in het filmpje uit 2021.
Bron 
Thomke Meyer

Benya Logistic

Bij één fraudecasus kan de Volkskrant tijdens het onderzoek bijna live meekijken. Het gaat om een zaak rond Benya Logistic, een bedrijf dat de krant in november 2025, kort na de tip van binnenvaartschipper Bartelse, al opvalt. Precies dát bedrijf weet een maand later 80 duizend dollar afhandig te maken van de Zuid-Afrikaanse zakenman Hank Venter.
Al veertig jaar lang handelt Venter in mineralen. Hij runt meerdere bedrijven en heeft behalve in Zuid-Afrika ook kantoren in de Verenigde Staten en Zweden. Hij kijkt wat de markt wil, en handelt. Begin 2025, als president Donald Trump de groene ambities van de VS in de prullenbak gooit en met zijn ‘drill, baby, drill’-uitspraak de olie weer op één zet, ruikt hij dan ook een kans.
Via zijn oude netwerk vindt Venter al snel een koper voor olie, een overheidspartij die volgens hem ‘compleet betrouwbaar’ is en goed wil betalen. Verkopers zijn er ook genoeg. Het enige wat Venter nog moet doen, is opslagruimte regelen in Rotterdam, waar een schip van de koper de olie zal komen ophalen.
Wie het was, kan Venter zich niet meer herinneren, maar ergens in zijn zoekproces verwijst iemand hem naar het bedrijf Benya Logistic, een internationale speler die opslagtanks in Rotterdam zou bezitten. Op de website van het bedrijf, dat naar eigen zeggen een bv is, wordt gesproken over een Russische origine.
In september 2025 opent de Zuid-Afrikaan de onderhandelingen via e-mail. Zodra het serieus wordt, volgen er telefoongesprekken met terminalmanager Jonathan Philips, een man die volgens Venter lijkt te weten waarover hij praat. Uiteindelijk wordt er een contract gesloten voor de opslag van diesel voor vijf dagen ter waarde van 300 duizend dollar. In december 2025 betaalt Venter en maakt via een van zijn bedrijven de eerste 80 duizend euro over op een Amerikaanse bankrekening.
Deel van het (nep)contract van Benya Logistic.
Deel van het (nep)contract van Benya Logistic.

Rode vlaggen

Inmiddels blijken de contracten waardeloos, en neemt Jonathan Philips de telefoon niet meer op. ‘Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan’, zegt Venter telefonisch. Achteraf waren er volgens hem genoeg rode vlaggen. ‘Tijdens een videocall wilde meneer Philips bijvoorbeeld zijn beeld niet aanzetten, omdat de regels van de haven dat verboden. Nu denk ik: dat was natuurlijk onzin, het is de geheime dienst niet.’
Maar op dat moment had Venter haast. De koper had al een schip naar Rotterdam gestuurd. ‘Het moest binnen drie dagen geregeld zijn. Om het proces te bespoedigen, hebben we in december een eerste aanbetaling gedaan.’
Of de koper en verkoper van de olie ook in het complot zitten, betwijfelt Venter. ‘Volgens mij zijn dat betrouwbare partijen. Het probleem zit bij de opslag in Rotterdam. Inmiddels denk ik dat 99 procent van de aanbieders daar nep is. Je bent op zoek naar dat ene procent.’
De Volkskrant onderzocht de betaalgegevens van de mislukte deal. Het geld is op verzoek van Benya in twee tranches overgemaakt naar een rekeningnummer bij de Bank of America, dat toebehoort aan het bedrijf Legacy Advance Group Inc. Het bedrijf staat geregistreerd op een woonadres in Brooklyn, New York, onder naam van ene Zokhidjon U. Hij heeft vier andere bedrijven, waarvan drie dezelfde naam hebben met steeds een net iets andere spelling. Over U. zelf, of de functie van zijn bedrijven, is niks te vinden. Het lijken vooral dekmantels voor criminele activiteiten.
De website van Benya staat geregistreerd op een adres van een olieopslag nabij Moskou. Als contactpersoon is Viktor Korobko aangewezen, hij was eerder directeur van een Russische olieraffinaderij. Mogelijk is dit gedaan om vertrouwen te wekken bij potentiële klanten.
De site verwijst naar Benya BV, een inactief bedrijf dat in 2022 in Rotterdam is opgericht. De eigenaar daarvan zegt in een reactie niks met de site te maken te hebben. ‘Alles wijst er voor ons op dat onze bedrijfsnaam door derden wordt misbruikt.’

Strijd tegen fraudeurs

De zaak rondom Benya Logistic maakt duidelijk waarom het bestrijden van oliefraude zo ingewikkeld is. Maar niks doen is geen optie, zegt Willem-Henk Streekstra, directeur van Votob, de branchevereniging van tankopslagbedrijven. ‘Onze goede naam en faam gaan eraan, en die van de haven ook. De terminals proberen frauduleuze sites die hun naam gebruiken offline te halen. Maar dat is niet eenvoudig, want de bewijslast ligt bij hen.’
Van zijn leden hoort Streekstra dat er vage types door de haven rijden. Dat het grimmiger wordt. ‘Dat moeten we keren. Wij moeten er ook voor zorgen dat onze terminals fysiek beter worden beschermd. Vanwege deze fraude, maar ook vanwege de geopolitieke situatie. Je wil niet dat criminelen die nu toegang proberen te krijgen tot onze terreinen hun kennis straks voor andere doeleinden inzetten. We gaan de komende jaren, samen met de marechaussee en defensie, flink inzetten op fysieke veiligheid.’
Samen met het Havenbedrijf wil Votob ook de strijd tegen de fraudeurs intensiveren. De werkgroep tegen storage spoofing, die eerder viel onder Ferm, wordt nu in eigen handen genomen en uitgebreid. Ook hopen het Havenbedrijf en de branchevereniging op hulp van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Zakenman Hank Venter weigert zich ondertussen neer te leggen bij de gedachte dat criminelen er met zijn geld vandoor zijn. ‘Als ik het niet terugkrijg, ga ik all the way’, zegt hij vanuit Zuid-Afrika. ‘Ik zal honderdduizenden dollars uitgeven om die Philips in de gevangenis te krijgen.’
Maar eerst wil Venter nog een poging wagen om het ‘zelf op te lossen’, zegt hij eind januari. Er zijn op dat moment volgens hem ‘mensen onderweg naar Rotterdam’ om meneer Philips ‘te zoeken’. ‘Ze gaan naar de adressen die hij ons heeft gegeven’, zegt Venter. ‘Je mag me niet vragen wat ze gaan doen als ze hem daar aantreffen.’
https://www.volkskrant.nl/binnenland/hoe-grootschalige-oliefraude-de-veiligheid-in-de-rotterdamse-haven-bedreigt-onze-goede-naam-en-faam-gaan-eraan~b5fcd9bc/

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.