woensdag 3 juni 2026

Historica Anne-Lot Hoek ontdekte het verzwegen verleden van oud-Milieudefensie-voorman Donald Pols

 



Pro-apartheid

Historica Anne-Lot Hoek ontdekte het verzwegen verleden van oud-Milieudefensie-voorman Donald Pols

Hoe zag het verleden van milieuactivist Donald Pols eruit in Zuid-Afrika? Historica Anne-Lot Hoek beschrijft hoe ze ontdekte dat Pols als student voorzitter was van een extreemrechtse beweging en hoe hij daarover zweeg.
Een screenshot uit een gefilmde demonstratie van het extreemrechtse Afrikaner Studente Front (ASF), waar Donald Pols voorzitter van blijkt te zijn geweest.
Dit artikel is geschreven door
Aan de Universiteit Pretoria, in de hoofdstad van Zuid-Afrika, stond op 29 april 1991 een belangrijk optreden gepland: dat van ANC-leider Nelson Mandela. Een jaar na zijn vrijlating waren het roerige tijden in Zuid-Afrika. De Nationale Partij, de politieke partij die in 1948 de apartheid had ingevoerd, onderhandelde nu met Mandela over het einde van dat systeem.
Maar extreemrechtse partijen en organisaties wilden onder geen beding dat hun zwarte landgenoten aan de macht kwamen. Ze pleitten voor een witte ‘Volksstaat’. De bekende anti-apartheidsdominee Beyers Naude had na Mandela’s vrijlating voor extreemrechts gewaarschuwd: ‘Ze hebben gezegd dat ze bereid zijn om de wapens op te nemen. En ik denk dat ze menen wat ze zeggen.’
Mandela, die na 27 jaar gevangenschap onder grote internationale druk in 1990 was vrijgelaten, werd het spreken daarna vaak moeilijk, maar vrijwel nooit onmogelijk gemaakt. Dat gebeurde slechts één keer, en wel op die bewuste dag aan de Universiteit Pretoria.
Hij was daar uitgenodigd door linkse studentenorganisaties. Op beelden van de bijeenkomst is te zien hoe een enorme joelende menigte zich op de campus bij een podium had verzameld. Volgens sommige bronnen ging het om wel 7000 studenten. De linkse studenten, zwart en wit, zijn te zien met ANC-vlaggen en -banden om het hoofd geknoopt. Ze zingen uit volle borst Nkosi sikelel’ iAfrika, het ANC-bevrijdingslied.

Germaans runenteken

Onder leiding van het extreemrechtse Afrikaner Studente Front (ASF) waren ook zo’n tweehonderd pro-apartheid studenten aanwezig die ‘ANC tuig!’ scandeerden en het apartheidslied Die Stem zongen. Een van hen stak een ANC-vlag in brand en hield die onder luid gejuich omhoog. Ze hadden hun eigen vlag bij zich: rood met een zwart Germaans Odal runenteken erop, een teken dat door de SS is gebruikt.
Dan springt er ineens een oudere witte man het podium op en begint de zwarte studenten en de lijfwachten van Mandela weg te duwen. Diezelfde man, zo blijkt later uit de krantenberichten, had in 1958 ook al een ANC-voorman het spreken onmogelijk gemaakt door hem op het hoofd te slaan. Mandela is ook op de beelden te zien, rustig wachtend met zijn lijfwachten en enkele lokale ANC-leiders tot hij mag opkomen. Hij schijnt erop te hebben gestaan om te mogen spreken. Júíst aan de Universiteit Pretoria, van oudsher een bolwerk van de apartheid. Niet veel later vliegen er extreemrechtse jongeren het podium op. Er ontstaan opstootjes. De studenten nemen de geluidsapparatuur in beslag. Er wordt een kopstoot uitgedeeld. Op dat moment leiden zijn beveiligers Mandela weer van het podium af, zijn veiligheid kon niet worden gegarandeerd.
Een van de extreemrechtse studenten die het podium waren opgesprongen, een lange, slungelige figuur met een bril en een paarse band om zijn bos krullen geknoopt, was me al eerder op de beelden opgevallen als degene die een ANC-vlag in brand had gestoken. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar de man op de beelden lijkt veel op de man die later in Nederland oliegigant Shell voor de rechter zou dagen: Donald Pols. Ik krijg dat later ook bevestigd van een journalist in Zuid-Afrika, die destijds ook student was en hem kende.

Opgehitste emoties van ‘rechtsdenkende witten’

En hij lijkt ook op de man op de foto waarmee dit onderzoek is gestart, die ik van een anonieme bron heb gekregen. Pols is daar op beeld te zien bij een demonstratie in 1990 van de Conservatieve Partij en de neonazipartij de Afrikaner Weerstandsbeweging van de nationalist Eugène Terre’Blanche in Pretoria. Ook de ASF-studenten waren daar met hun vlag bij aanwezig. Pols erkende recent dat hij inderdaad degene is op die foto.
Door NRC geconfronteerd met de beelden, gaf Pols deze week zijn apartheidsverleden toe en ontkende ook niet die dag aanwezig te zijn geweest. Hij ontkende wel de persoon te zijn op de videobeelden, nadat hij in eerste instantie wel had gezegd zichzelf te herkennen.
De destijds 19-jarige, in Pretoria geboren Pols blijkt zelfs de voorzitter van de ASF te zijn geweest. Hij vertelde de Amerikaanse krant Chicago Tribune destijds dat zijn organisatie was uitgedaagd door het zingen van Nkosi Sikelel’ iAfrika. ‘Dat was genoeg om de emoties van iedere rechtsdenkende witte op te hitsen’, aldus Pols. ‘We hebben de linkse studenten meermaals gewaarschuwd op de campus dat deze meeting emoties op zou hitsen die niet te beheersen waren. De meeting ging ondanks onze waarschuwingen toch door.’

De kern van het Afrikanerdom

Het contrast met de Donald Pols die we nu in Nederland kennen, is levensgroot: hier is hij bekend als bevlogen linkse milieuactivist en directeur van Milieudefensie. Zijn zaak tegen Shell werd wereldnieuws. Zijn recente overstap naar Tata Steel was landelijk nieuws.
Over Zuid-Afrika vertelde Pols in de Nederlandse media relatief weinig. Hij groeide op in een conservatief christelijk gezin vlak bij de grens van Botswana op een boerderij op de uitgestrekte graslanden tussen de dorpjes Nietverdien en Swartruggens. Wat hij daar niet bij vertelde, is dat dat tevens een kerngebied was van ultraconservatieve Afrikaners die fel tegen de afschaffing van apartheid waren. Vroeger behoorde deze provincie tot de Boerenrepubliek de Transvaal, van oudsher een strenggelovig plattelandsgebied, de kern van het Afrikanerdom.
Extreemrechtse Afrikaner bewegingen kregen hier veel steun toen de apartheid afbrokkelde. Pols groeide direct op naast Bophuthatswana, een van de ‘thuislanden’ waar de zwarte Tswana-bevolking gedwongen naartoe was verhuisd. Dat hij getuige was van harde raciale ongelijkheid, zoals hij dat later zou stellen, had er ook mee te maken dat de boerenbedrijven van de goedkope zwarte arbeid profiteerden en de zwarte bevolking op weinig vruchtbare grond was gezet.

‘Swart gevaar’

Vlak voor de omwenteling verhuisde het gezin Pols van het platteland naar een boerderij in de buurt van Pretoria, waarna Pols rechten ging studeren op de universiteit. Hij werd daar lid en voorzitter van de ASF, een organisatie die deel uitmaakte van een breder ecosysteem van conservatieve en extreemrechtse studentenclubs die zich sinds eind jaren tachtig aan de universiteit verzetten tegen de aankomende veranderingen in het land.
Deze clubs hadden banden met politieke partijen en bewegingen uiterst rechts van de Nationale Partij. Toen er na Mandela’s vrijlating grote demonstraties in Pretoria plaatsvonden voor de vrijlating van de vele politieke gevangenen die nog vastzaten en het ANC niet veel later vredesakkoorden ondertekende met de apartheidsregering, brak er onder veel conservatieve Afrikaners existentiële paniek uit: angst voor het ‘swart gevaar’ waarmee ze decennialang waren geïndoctrineerd, en de verdwijning van hun taal en cultuur.
Op beelden in het Apartheidsmuseum in Johannesburg is Terre’Blanche te zien die verwoed op een paard galoppeert, zwaaiend met een enorme rode vlag met runentekens erop. Pols’ AFS en andere studentenclubs waren onderdeel van die tegenreactie van extreemrechts op de aanstaande monumentale omwenteling. In een overzicht van de Universiteit Witwatersrand (Johannesburg) staat te lezen dat het ASF meerdere ANC-bijeenkomsten bruut verstoorde en zelfs waarschuwde voor extremere acties als het ANC zich niet zou realiseren ‘dat ze van de blanken af moesten blijven.’

‘Vrijheid van meningsuiting’

Meteen na de escalatie in Pretoria uitte de toenmalige Zuid-Afrikaanse premier De Klerk zijn zorgen over ‘een burgeroorlog’. De jaren 1990-1993 gelden als een scharnierpunt in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, toen verschillende krachten elkaar om de nog ongewisse toekomst van het ‘nieuwe Zuid-Afrika’ bevochten. Het ANC streed enerzijds met de Inkatha-beweging van Zulu-leider Buthelezi, en aan de andere kant met de racistische, extreemrechtse Afrikaner groeperingen.
De Universiteit Pretoria nam binnen een week na het verstoren van Mandela’s speech maatregelen: extreemrechtse studentenclubs, waaronder Pols’ ASF, werden verboden. Later, zo vond ik in de archieven van de universiteitskrant, werd het verbod door toedoen van de studentenraad weer ingetrokken, vanwege de ‘vrijheid van meningsuiting’.
Een maand later, op 17 juni 1991, schafte de regering apartheid af. De strijd was gestreden. Het was nu duidelijk dat niet Terre’Blanche, maar Mandela het nieuwe Zuid-Afrika zou gaan vormgeven. Pols en zijn ouders emigreerden naar Nederland, het land van zijn Nederlandse vader.
Donald Pols in 2025.
Bron 
Foto Veerle Haan/Lumen

Bang voor bijltjesdag

Pols zei daar achteraf in Het Parool over dat hij naar Nederland kwam om te studeren, waarmee hij in 1993 in Maastricht begon. En hij zei ook dat zijn Zuid-Afrikaanse moeder bang was geweest voor onrust, de gewelddadige machtsomwenteling in Zimbabwe lag daar nog vers in het geheugen. ‘Mijn moeder was bang voor bijltjesdag. Ze zei: in Nederland worden de studies gesubsidieerd. Dat leek me wel een goed idee.’
Toen Pols zich net in de kringen van de linkse krakersbeweging in Maastricht begaf, klonk zijn naam in een hoorzitting van de Truth and Reconciliation Committee (TRC), de verzoeningscommissie die in 1996 onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu in Zuid-Afrika van start was gegaan.
In deze TRC werd in dat jaar Jean du Plessis, een voormalige student aan de Universiteit Pretoria, verhoord. Hij was tot 12 jaar cel veroordeeld en vroeg amnestie aan bij de commissie. Hij vertelde dat hij een nazi was, een Holocaust-ontkenner die een ‘videocassette’ had gezien die voor hem bewees ‘dat er geen enkele Jood in de gaskamers is gedood gedurende de Tweede Wereldoorlog’. Hij geloofde in de superioriteit van het witte ras, ‘dat in essentie alleen bestaansrecht had.’ Aan de Universiteit Pretoria werd hij lid van de ASF, wat hij een reactionaire ‘far right wing’ organisatie noemde ‘onder de leiderschap van Donald Pols’. Over de bijeenkomst in Pretoria zei hij dat ze tevoren besloten dat Mandela geen bijeenkomst zou houden op de campus van de Universiteit Pretoria ‘en dat we die zouden verstoren, desnoods met geweld’.

ANC-vlag in lichterlaaie

Studenten in clubs als de ASF vormden vaak ook de intellectuele voorhoede van militante bewegingen. Zo zette Du Plessis vanuit de ASF een gewelddadige, ondergrondse neonazigroep op: de Nationalist Socialist Partisans, die later betrokken waren bij geweld tegen de politie, diefstal en wapenbezit.
Pols verwees in interviews vaak naar zijn bevoorrechte positie in Zuid-Afrika, maar verzweeg zijn pro-apartheidsverleden. Verder dan een spandoek is zijn activisme nooit gegaan, stelde hij zelfs in Het Parool. De krant die nota bene in 1991 een foto afdrukte waarop extreemrechtse studenten, waaronder vermoedelijk Pols, zijn te zien die een ANC-vlag in lichterlaaie zetten.
Hij stelde eerlijkheidshalve wel dat hij niets tegen apartheid had ondernomen, en dat hij pas in Nederland besefte dat zijn mooiste jaren ‘voor andere mensen de naarste van hun leven’ zijn geweest. Onderdrukkende systemen conditioneren mensen, zei hij daarover. ‘In het geval van apartheid was het eenvoudig: er zijn verschillen tussen mensen en die verschillen zijn door God gegeven.’ Hij doelde daarmee op de diep-conservatieve en racistische christelijke Afrikaner overtuigingen waarmee hij opgroeide.
Nelson Mandela en zijn vrouw Winnie steken hun vuist omhoog bij aankomst in Durban op 7 juli 1991, tijdens een rally ter afsluiting van het eerste ANC-congres in dertig jaar.
Bron 
Foto ANP / AFP

De empathische getuige

Toch positioneerde Pols zich in de media meestal als de empathische getuige of observator. In NRC vertelde hij in 2021 het verhaal over de zwarte tuinman Johannes op hun boerderij, die was gearresteerd bij een betoging tegen apartheid. Pols vroeg hem waarom hij had gedemonstreerd. “Ik dacht: je hebt alles, onderdak, eten, inkomen. Waarom leg je dat in de waagschaal voor een politiek protest? Het antwoord van Johannes was kort: ‘Donald, ik kon niet anders’.” Pas later begreep Pols die boodschap, zo gaf hij met schaamte toe, maar nog steeds zweeg hij over zijn eigen rol.
Ook vertelde hij in de media dat hij zijn inspiratie opdeed bij Mandela en zijn anti-apartheidsstrijd. Hij eert de ANC-voorman met een poster met een van diens quotes op zijn muur: ‘It always seems impossible until it’s done’. ‘Die gebruik ik vaak als voorbeeld, omdat de klimaatcrisis soms zo groot en onoplosbaar lijkt’, vertelde hij aan omroep Human.
De speech die Mandela had willen uitspreken op die middag in Pretoria in 1991 is bewaard gebleven door de Nelson Mandela Foundation. En die stond juist in het teken van het wegnemen van de angst bij Afrikaner studenten. Een van de dingen die Mandela wilde vertellen, is dat hij vrijheid voorstond voor zwart en ook wit Zuid-Afrika. En dat het Afrikaans door de zwarte bevolking niet alleen werd gezien als de taal van de onderdrukking, van de politie, ‘die taal van die tronk (gevangenis)’. Het was ook de taal van het nieuwe Zuid-Afrika, schreef hij, ‘n taal van bevryding’. Mandela had dus een belangrijke brug willen slaan, wat hem werd verhinderd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.