PBL: kabinet moet scherpere keuzes maken voor toekomstig ruimtegebruik
Het kabinet moet scherpere keuzes maken bij het benutten van ruimte, wil het in de toekomst genoeg plek hebben voor wonen, werken, landbouw en natuur. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag in een advies over de Ontwerpnota Ruimte, op verzoek van het kabinet.
De Ontwerpnota moet uiteindelijk leiden tot de definitieve Nota Ruimte, een groot en belangrijk beleidsdocument waarin staat hoe Nederland er de komende decennia uit moet gaan zien. Volgens het PBL is de Ontwerpnota zoals die er nu ligt een goed begin, maar moet het plan op een aantal punten flink worden aangescherpt.
Zo stelt de Ontwerpnota dat de ruimte in Nederland schaars en waardevol is, maar wordt er voor alle sectoren (bijvoorbeeld wonen, defensie en bedrijvigheid) en daarbovenop uitbreiding van het energienetwerk samen nog altijd meer ruimte geclaimd dan er in Nederland te vergeven valt.
Het kabinet moet volgens het PBL „prioriteit aanbrengen”, de pijnlijke keuzes niet uit de weg gaan en duidelijk aangeven dat het één soms ten koste moet gaan van het ander.
De vraag of het ook met minder kan wordt nauwelijks gesteld, zo concluderen de onderzoekers: „Het is essentieel de bestaande ruimte efficiënter te gebruiken en beter te onderbouwen waar meer nodig is.”
‘Natuuruitbreiding is noodzakelijk’
Ook mist er in de Ontwerpnota op sommige punten volgens het PBL samenhang. Zo staat er bijvoorbeeld woningbouw geschetst op plekken waar nu juist weinig mensen wonen. Dat is riskant, zo stelt PBL-programmaleider David Hamers in een toelichting: „Woningbouw moet aansluiten bij de vraag. Mensen hebben woningen nodig met werk, recreatiemogelijkheden en voorzieningen.”
De onderzoekers missen ook een „samenhangende visie” tussen energie-infrastructuur en zaken als wonen, bedrijvigheid en de natuur. Kortgezegd: als je nieuwe een woonwijk wilt aanleggen, moet daar ook energievoorziening naartoe – en andersom heeft grootschalige infrastructuur op zichzelf weinig zin als er in de buurt geen doel voor is.
Het PBL is verder kritisch op de uitzonderingspositie voor de landbouw, die onder demissionair minister Keijzer (Ruimtelijke Ordening, BBB) werd toegevoegd aan een eerdere versie van de Ontwerpnota. Keijzer vindt dat het behalen van Europese natuurdoelen niet ten koste mag gaan van landbouwgrond.
De aanname dat er op bestaande landbouwgrond ook al veel gedaan kan worden om die natuurdoelen te behalen, trekt het PBL in twijfel: dit zal „niet voldoende” zijn om aan de Europese richtlijn te voldoen. Uitbreiding van natuurgebieden blijft volgens de onderzoekers nodig. „Om de natuurdoelen te bereiken is het noodzakelijk dat agrarisch grondgebruik wordt aangepast.”
Om de strenge Europese doelen voor bodem- en waterkwaliteit te halen, moet het kabinet concreter maken wat het daaraan wil doen, zo stelt het PBL. In de huidige Ontwerpnota blijft de verbetering van de waterkwaliteit nu onderbelicht. Het idee dat er bij ruimtelijke ordeningskwesties als eerste wordt gekeken naar de bodem- en waterkwaliteit, moet volgens de onderzoekers sterker terugkomen.
Die conclusie is opmerkelijk omdat het uitgangspunt ‘op water en bodem sturend’ onder het huidige demissionaire kabinet juist werd losgelaten. Minister Keijzer, die erg begaan is met het versoepelen en afschaffen van regels, liet daarnaast ook lokale regels los die gemeenten dwingen om eerst binnen de bebouwde grenzen te bouwen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.