zondag 1 maart 2026

Lotfi El Hamidi: ‘Ik dacht dat het ergste geweest was. Maar we zijn terug bij af’














Lotfi El Hamidi: ‘Ik dacht dat het ergste geweest was. Maar we zijn terug bij af’

Verrechtsing Lotfi El Hamidi, ex-NRC en nu redacteur bij De Groene Amsterdammer, reflecteert in zijn nieuwe boek op hoe zijn wereld veranderde na 7 oktober 2023. „Kennelijk moeten mijn dochters óók weer dat gevecht aan.”
FOTO FENNA JENSMA
‘Hamas-sympathisant”. „Rot op naar je eigen land.” „Heldring [oud NRC-columnist] zou zich omdraaien in zijn graf.” Het zijn berichten uit de inbox van journalist Lotfi El Hamidi (39) toen hij nog chef van de opinieredactie van NRC was. Van ogenschijnlijk beleefd geformuleerde e-mails tot ronduit racistische opmerkingen op sociale media: El Hamidi zag het allemaal langskomen. Vaak was het alleen al zijn achternaam die deze reacties opriep. Of de keuze voor een bepaalde opinie in de krant vormde de aanleiding, maar veel was er niet voor nodig. „Op een gegeven moment kon het me niks meer schelen”, vertelt hij tijdens ons gesprek op een bijna lenteachtige maandag bij zijn uitgeverij Pluim in Amsterdam.
Haters gonna hate. Zo was het en zo is het. De bagger stroomt nog altijd zijn inboxen binnen, hij probeert het te negeren.
Die haatberichten waren ook niet de reden waarom El Hamidi begin vorig jaar zijn functie bij NRC neerlegde. Daarover later meer, maar kortgezegd ging het hem er vooral om dat hij zich wilde uitspreken. Nee, sterker: hij móést zich uitspreken. Behalve bij weekblad De Groene Amsterdammer, waar hij inmiddels redacteur is, doet hij dat nu in zijn nieuwe boek: Stakkers en wolven. Een tiental heldere, verhelderende en uitgesproken essays over de wereld – zijn wereld – van na de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023.
El Hamidi schrijft onder meer over de multiculturele volksbuurt in Rotterdam-West waar hij opgroeide, zijn reis naar Syrië en de bedevaart naar Mekka die hij met zijn moeder ondernam, en reflecteert aan de hand van andere denkers op de berichtgeving over Gaza en de giftige, ontmenselijkende taal die er vaak mee gepaard gaat.
Taal is een thema in Stakkers en wolven. Het zit al in de titel, die verwijst naar een column van Gerrit Komrij uit 1989, over de Rushdie-affaire. „We gaven ze zelf de stok waarmee we nu worden geslagen. We hebben ze als stakkers verwend en krijgen ze als wolven terug.” Met ‘ze’ bedoelde Komrij de moslims in Nederland.

In je vorige boek, Generatie 9/11 uit 2022, beschreef je hoe de aanslagen op de Twin Towers het leven van moslims jarenlang beïnvloedden. Toen eindigde je redelijk positief. Dat optimisme is nu verdwenen.

„Ik dacht toen dat het ergste achter de rug was. Een nieuwe generatie diende zich aan, veel discussies over de islam leken sleets geworden. We konden weer over andere onderwerpen praten: over klimaat, over sociale ongelijkheid, over rechten van seksuele minderheden.”

Wat is er veranderd?

„7 oktober is gebeurd, gevolgd door de vernietigende Israëlische vergelding. En de grote verkiezingswinst van de PVV, anderhalve maand later. Het voelt alsof de tijd is teruggedraaid. Toen waren het de Twin Towers en de opkomst van Fortuyn, nu is het Gaza en de monsterzege van Wilders.”

Je was zestien ten tijde van de aanslagen op de Twin Towers in 2001, en dus al politiek bewust.

„Pim Fortuyn had het kort daarna over ‘een vijfde colonne’, over ‘straten heroveren’. Mijn wijk werd een ‘veiligheidsrisicogebied’. Als Marokkaanse Nederlander werd je als potentiële terrorist aangekeken. Je kon niet anders dan politiek bewust zijn.”
FOTO FENNA JENSMA

Hoe reageerde je destijds?

„Ik verzette me ertegen. Weet je, de problemen die Fortuyn aankaartte kwamen op mij en mijn vrienden vreemd over. Hij had het over ‘importbruiden’ en ‘agrarische cultuur’. Er waren in die jaren wel degelijk problemen, maar mijn generatie dacht: waar hééft die man het over? Wij waren stedelingen, geboren en getogen in Rotterdam. Wij hadden het gevoel dat Fortuyn het over onze ouders had. Niet dat we op hen wilden lijken, met hun gebrekkige Nederlands en Al Jazeera permanent op de achtergrond. We wilden vooruit, modern zijn, Amerikaanse muziek en films consumeren. Maar onze ouders konden zich niet verweren en dat vonden we oneerlijk.”
De problemen die Fortuyn aankaartte kwamen mij en mijn vrienden vreemd over. Mijn generatie dacht: waar hééft die man het over?
De „lange schaduw van 9/11” hangt na bijna 25 jaar „nog steeds over het land”, schrijft Lotfi El Hamidi in Stakkers en wolven. Als ik daarnaar vraag, vertelt hij dat hij een paar jaar geleden zijn oudste dochter moest uitleggen wat Wilders bedoelde met zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Ze was negen jaar oud en vroeg: waarom heeft die meneer zo’n hekel aan ons?
Hij antwoordde dat er in de wereld nu eenmaal mensen zijn die andere mensen haten.
Dat antwoord confronteerde hem vooral met zijn eigen houding. Had hij met de moslimhaat leren leven? En waarom eigenlijk? Hij besloot niet meer te doen alsof dat nu eenmaal bij het leven hoorde. „Ik heb lang gedaan alsof het wereldnieuws een kwestie was van manoeuvreren tussen meningen en sentimenten. Dat kan ik niet meer.”

Je schrijft dat je boek een antwoord is op het oprukkende fascisme en een aanklacht tegen de morele onverschilligheid van het Westen. Had je het gevoel dat je je lang genoeg had aangepast?

„Al die jaren heb ik me ingehouden. Niet dat ik mezelf verloochende, maar eerst was ik dat boze jongetje, daarna heb ik m’n plek bevochten. Ik heb kansen gekregen en ik heb ze gepakt. Ik dacht: ik ben er. De meeste van mijn generatiegenoten met een migratieachtergrond hebben iets van hun leven gemaakt. Het zijn niet allemaal chirurgen of advocaten geworden, maar gewoon: ze hebben een gezin gesticht, ze werken, draaien mee in de samenleving.”

Het zijn ‘hardwerkende Nederlanders’…

„Ze hebben zich ‘ingevochten’, zoals Rutte wilde. Ze hebben zich gecommitteerd aan deze samenleving en nu ineens horen ze er tóch niet bij. Ook mijn kinderen niet. Dit is de vierde generatie van mijn familie die hier woont, maar kennelijk moeten mijn dochters oók weer dat gevecht aan. En dat is vermoeiend.”

Zijn we voor jouw gevoel terug bij af?

„We zijn terug bij af. Je wilt je kinderen zorgeloos zien opgroeien, je bent ze ook optimisme verplicht. Dat is moeilijk op te brengen.”
Lotfi El Hamidi was van 2017 tot vorig jaar werkzaam bij NRC. Eerst als columnist, later als chef van de opinieredactie. Zijn opa was in de jaren zestig via Algerije en Corsica als gastarbeider naar Nederland gekomen om bij DAF te gaan werken. Dezelfde Rotterdamse vrachtwagenfabriek waar ook zijn vader zijn leven lang werkte. „Hij was het archetype blue-collar arbeider.”
El Hamidi ging na „een aantal” mbo-opleidingen – „economische dingen” – te hebben „geprobeerd” geschiedenis studeren aan de Erasmus Universiteit. Hij was korte tijd leraar maatschappijleer en geschiedenis op een middelbare school en tussendoor mengde hij zich op – toen nog – Twitter in politieke discussies en schreef hij een paar opiniestukken voor de Volkskrant.
Toen hij een bericht deelde over een vacature bij De Groene Amsterdammer waarin met nadruk om mensen met een biculturele achtergrond werd gevraagd, appten twee redacteuren van het blad hem: waarom reageer je zelf niet? Dat deed hij. Hij stopte als leraar en werd journalist, ging naar het links progressieve weekblad, vertrok naar NRC en is sinds begin 2025 terug bij De Groene.

Je bent niet bang om stellig te zijn. Je schrijft: „Mochten er ooit concentratiekampen terugkeren in Europa, dan lijdt het geen twijfel wie daarin terecht zullen komen.”

„De verkiezingszege van Wilders, en nog steeds de groei van radicaal-rechts en ook extreemrechts met de FVD, hebben bij de islamitische gemeenschap een enorme angst ingeboezemd. Net als de nasleep van 7 oktober. Ze zijn bang dat de minachting van mensenlevens dáár vroeg of laat ook hier zal worden toegepast.”

Ben je daar zelf ook bang voor?

„Ik ben niet bang aangelegd, wel waakzaam. Ook westerse democratieën zijn in staat tot gruwelijke dingen, kijk maar naar het dodelijke migratiebeleid. We besteden het uit aan dictaturen om de zogenoemde instroom in te dammen en wanneer het mensen toch lukt hier te komen, doen we er alles aan om ze het leven zo zuur mogelijk te maken. Of neem de remigratie-discussie. Alsof dat een normale politieke discussie is. Het is extreem-rechts vocabulaire voor de grootschalige uitzetting van mensen met een migratieachtergrond.” Hij kijkt me aan. „Over wie hebben we het dan?”

Nou?

„Er wordt gezegd: we bedoelen alléén de mensen die graag terug willen naar het land van herkomst, we bedoelen alléén criminele buitenlanders. Maar het is een glijdende schaal. What’s next? Want stel dat ik een fiscale overtreding bega, en ik heb een dubbel paspoort, moet ik dan straks ook weg?”

Noem je dit als voorbeeld of vrees je serieus een dergelijk scenario?

„Het is natuurlijk nu nog een overdrijving, maar het principe blijft hetzelfde: als je Nederlanders met een dubbel paspoort anders gaat bestraffen dan Nederlanders met één paspoort, dan effen je het pad voor radicale partijen om de lijn door te trekken.”

Na de rellen rond de voetbalwedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv in november 2024 hadden politici het over het afnemen van het Nederlands paspoort…

„Het is meten met twee maten. Het gelijkheidsbeginsel komt dan in het geding. Zo bekeken is zo’n concentratiekamp helemaal niet zo ver gedacht. Het is een kwestie van wie er aan de macht is. We zien het in de Verenigde Staten, in andere landen in Europa. Wie kan mij garanderen dat het hier niet zo ver komt?”

Nadat Wilders in 2023 met 37 zetels de verkiezingen won, mailde een collega je: ‘Keep up the good spirit. Wij zijn met de meesten.’

„Ja.”

Je zucht.

„Ik hoor het al zo lang. Mijn collega had een nederlaaggevoel, dat klopt, maar ik dacht: jij hebt niet verloren, je bent gewoon teleurgesteld dat je favoriet niet gewonnen heeft.”

Het was toch aardig bedoeld?

„Ja, ook dat snap ik, maar de klappen vallen toch echt in mijn hoek.”

Noem die klappen eens.

„Mensen met een migratieachtergrond zijn na zo’n verkiezingsuitslag weer iets minder veilig. Door zo’n rechtse verkiezingszege ligt voor collega’s, buren, de lat lager om dingen te roepen als ‘buitenlanders eruit’.”

Voel jij je ook minder veilig?

„Ik kan nog voor mezelf opkomen, al ben ik onderweg naar de moskee alerter. En ik maak me zorgen om familieleden die een hijab dragen. Ik weet dat Nederland nou eenmaal een rechts land is, maar na elke verkiezingsuitslag word ik een beetje wantrouwig. Dan kijk ik in de trein om me heen en denk: minstens een op de vijf hier heeft waarschijnlijk radicaal-rechts gestemd.”

Zullen die ‘klappen’ met het kabinet-Jetten niet minder worden?

„Nee. Rob Jetten moest zich tijdens de verkiezingscampagne haast in een Nederlandse vlag wikkelen om rechts nog wat kiezers te kunnen afsnoepen. En Yeşilgöz die het had over ‘Nederlanders die zich zorgen maken of Nederland nog wel Nederland blijft’. De goede verstaander heeft meteen door wie ze daarmee bedoelt.” Hij laat een korte stilte vallen. „Bij de Maccabi-rellen had Yeşilgöz het over ‘oerconservatieve imams’ en ‘buitenlandse staatszenders’. Sorry, weet je, dit is de derde, vierde generatie. Die kijken niet naar satellietzenders, die gaan niet naar de moskee om naar een imam te luisteren die geen Nederlands spreekt.”

Is het een herhaling van de taal van Fortuyn?

„Het is hetzelfde sjabloon. Het gaat niet om werkelijke mensen.”
FOTO FENNA JENSMA

Zie je ook verschillen tussen de nasleep van 11 september 2001 en die van 7 oktober 2023?

„Rond 2000 was er nog morele verontwaardiging. Als er werd gezegd ‘alle Marokkanen het land uit’, dan reageerden politici van links tot liberaal-rechts met: ‘Dat kun je toch niet zeggen! Je kan de daden van een kleine groep niet op de rest van de Marokkaanse gemeenschap projecteren’, et cetera. Dat gebeurt nu niet meer. Wat veel politici nu doen is preventief capituleren, zoals een collega het formuleerde. Nu hoor je: ‘Het zijn terechte zorgen over migratie en het woningentekort. De Nederlander herkent zijn eigen land niet meer, ja, dat kan ik me voorstellen’. Er is geen verzet.”
Hij begint over het ‘Fortuyn-trauma’. Toen Pim Fortuyn opkwam hadden veel kranten het gevoel dat ze iets hadden gemist, vertelt hij. Daarop ontstond een overcompensatie waarbij de witte, boze burgers vrijuit hun racistische meningen in de media mochten uiten. „Die groep mocht gewoon leeglopen. We moeten ze horen, werd er gedacht, erachter komen wat de voedingsbodem is.”

Je hebt zeven jaar voor NRC gewerkt. Waarom ben je weggegaan?

„Omdat ik vastgebonden zat aan het bureau. Ik werd chef Opinie vlak voordat 7 oktober plaatsvond. Een ongelukkige timing. Ik wilde schrijven over Gaza, omdat ik geloofde dat mijn pen iets kon toevoegen. Ik wilde woorden geven aan het verdriet en de machteloosheid waar zoveel mensen mee zaten. Die gevoelens had ik namelijk ook. Ik wilde stukken maken over de verrechtsing van Nederland, over het normaliseren van radicaal-rechts. Dat kon niet.”

Ook niet in een andere functie binnen de krant?

„Nee. Columnisten hebben nog een bepaalde vrijheid, maar als redacteur ben je het gezicht van de krant. Je moet eigenlijk juist een toontje lager zingen.”

Je was ook teleurgesteld dat de krant pas eind november 2024 in het hoofdredactioneel commentaar schreef dat de situatie in Gaza ‘veel kenmerken van een genocide’ vertoonde.

„Ja. Ik was teleurgesteld dat de krant niet de voorhoede was die ik dacht dat die was. Internationaal recht, mensenrechten, dat zijn onvervreemdbare rechten. Het moet niet uitmaken of de slachtoffers Palestijnen zijn of moslims, maar in dit geval was het gecompliceerder omdat de daders deels nazaten van de Holocaust zijn. Kijk, een krant wil divers zijn, maar tegelijk wil de redactie niet dat het ongemakkelijk wordt. Terwijl ongemak onderdeel van diversiteit is.”

Hoe ziet dat ongemak eruit?

„Zelfreflectie is niet de sterkste kant van de journalistiek, is mijn ervaring. Als iemand bijvoorbeeld vraagt waarom bepaalde woorden of frames klakkeloos worden overgenomen, wordt er meestal defensief gereageerd. Mensen klapten dicht, het gesprek werd niet gevoerd.
In zekere zin wordt de kritische stemmen verweten dat ze goed hebben opgelet tijdens geschiedenisles
„Van mij hoeft het niet bevoogdend. Ik hoef geen aai over m’n bol, ik hoef niet te horen dat het allemaal goed komt. Daar koop ik niks voor. We moeten aan het werk, stelling nemen, de waarheid blootleggen en die benoemen. Dat is wat ik dacht. In zekere zin wordt de kritische stemmen verweten dat ze goed hebben opgelet tijdens geschiedenisles. Namelijk dat ze op de hoogte zijn van de gruwelen van de Jodenvervolging en daarom konden constateren dat het in Gaza een bepaalde kant op ging. De tekenen waren zichtbaar: het ontmenselijken, isoleren, uitmoorden… Het hoeven er geen zes miljoen te zijn om de parallel te kunnen trekken.”

Bij De Groene Amsterdammer kun je dat wel opschrijven?

„Ja, daar is engagement geen vies woord.”

Het is wel een kleine linkse bubbel.

„Ik kan mijn stukken schrijven, ik kan meedoen aan panelgesprekken, lezingen, ik kan mezelf uitspreken op sociale media. Dus ik heb nu een groter podium, ironisch genoeg.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.