Op de boerderij bij Bethlehem beschermen Nederlandse pensionado’s de Palestijnse boer tegen de kolonisten
Westelijke Jordaanoever De boerderij van de familie Nassar op de Westelijke Jordaanoever wordt omringd door illegale Israëlische nederzettingen. Nederlandse vrijwilligers, veelal van pensioengerechtigde leeftijd, logeren op de boerderij om als menselijk schild te fungeren.
Daoud Nassar (56), mede-eigenaar van de Tents of Nations-boerderij bij Bethlehem.
— FOTO KOBI WOLF/NRCHet viel de Nederlandse vrijwilligers op dat Daher Nassar, de altijd vrolijke Palestijnse boer bij wie ze verblijven, nu zichtbaar ontroerd was. Elke keer dat hij op zijn trekker langskwam, groette hij de vrijwilligers die in de buurt liepen uitgebreid.
Daher had die dag geploegd aan de rand van de boerderij, dicht bij de Israëlische kolonisten aan de andere kant van het hek. Eentje stond op nog geen vijftig meter te kijken.
Daher en zijn familie zijn in het verleden zo vaak belaagd en geïntimideerd door de kolonisten, dat het hem zichtbaar raakte dat hij nu op die plek zijn werk kon doen in het bijzijn van de vrijwilligers. „Volgens mij is dat de essentie van onze aanwezigheid hier,” zegt vrijwilliger Gerrit Bruins.
Gerrit Bruins, Joop ten Kate en Mieke Scholte (allen 73) vertellen het verhaal een aantal dagen later in een van de vrolijk beschilderde grotten die zijn te vinden op het land van de familie Nassar. Op deze decemberochtend trekt storm Byron over het land en valt de regen met bakken uit de hemel. Daarom schuilen de Nederlandse vrijwilligers met een thermoskan koffie en een haperend kacheltje.
Zojuist hebben ze de NRC-verslaggever een rondleiding gegeven over de boerderij, zo’n tien kilometer van Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. Langs de composttoiletten, olijfgaarden en eenvoudige slaapvertrekken. De belangrijkste reden waarom de Nederlanders hier zijn, lag echter verscholen achter een muur van mist: de vijf illegale Israëlische nederzettingen die de ‘Tent of Nations‘-boerderij omsingelen.
Want ja, Gerrit en Joop vullen hun dagen met snoeiwerk en Mieke heeft haar handen vol aan het verzorgen van de dieren, maar de voornaamste bijdrage van de internationale vrijwilligers is hun aanwezigheid. De familie Nassar nodigt sinds 2002 vrijwilligers uit om langdurig op de boerderij te verblijven. Via hun aanwezigheid en „geweldloze weerstand” hopen ze het risico op aanvallen en intimidatie door kolonisten te verminderen.
In 1991 verklaarde de Israëlische staat – tegen het internationaal recht in – het land familie Nassar tot staatsland. Dat zette de deur open voor kolonisten om de familie te proberen weg te jagen en hun land in te pikken. „Kolonisten vernielden de afgelopen jaren onze watertanks, het hek rondom de boerderij en honderden olijfbomen,” zegt Daoud Nassar, de broer van Daher.

„Ze hebbens wegen over ons land aangelegd en ons bedreigd met wapens”, zegt Daoud. Ook het Israëlische leger vernietigde met bulldozers een groot aantal fruitbomen. Vaak gaat het mis als er even geen vrijwilligers aanwezig zijn, zoals tijdens de coronapandemie, toen reizen bijna niet mogelijk was.
Soortgelijke verhalen spelen zich af op de gehele Westelijke Jordaanoever, waar Israëlische kolonisten – met opgevoerde steun van de huidige Israëlische regering – steeds meer Palestijnen van hun land weten af te jagen. In december keurde de Israëlische regering nog eens negentien illegale nederzettingen goed, een besluit dat onder meer door Nederland werd veroordeeld.
Zicht op de Israëlische nederzetting Betar Illit vanaf de Tents of Nations-boerderij.
— FOTO KOBI WOLF/NRCZo bedreigend als het incident met boer Daoud Nassar en de gewapende kolonisten hebben de Nederlandse vrijwilligers het niet meegemaakt. „Eigenlijk is het vaak best saai”, zegt Gerrit Bruins lachend. Maar, vervolgt Gerrit, dat is nou juist precies de bedoeling. Niemand is hier op zoek naar sensatie.
Het is onderdeel van een drieledig plan om de boerderij te redden en de Palestijnse zaak te bepleiten, vertelt Daoud. „Ten eerste blijven we vechten voor onze rechten in de rechtzaal, ten tweede door positieve feiten op de grond creëren: de vrijwilligers helpen met het vergroenen van het land en het verbouwen van gewassen. En ten derde vertellen we ons verhaal in het buitenland: door zelf lezingen te geven of via vrijwilligers die terug naar huis gaan.”
Jonge pensionado’s
Sinds het begin van de oorlog in Gaza wint Tent of Nations aan populariteit. Vóór corona kwamen er jaarlijks een handvol Nederlandse vrijwilligers helpen op de boerderij, in 2025 waren dat er maar liefst 72. Maar wat beweegt die mensen − veelal „jonge pensionado’s” maar ook studenten en jongvolwassenen − om weken of maanden hier te bivakkeren, zonder warm water en met slechts een beperkte hoeveelheid elektriciteit van zonnepanelen en een generator?
Voor Gerrit was een bezoek aan Ramallah op de Westelijke Jordaanoever, negen jaar geleden, het moment dat het zaadje werd geplant. De voormalig ict-ondernemer adviseerde namens een ngo twee weken lang een lokaal bedrijfje over internationaal zakendoen. Het onrecht tegen de Palestijnen bleef hem altijd bij. „De wegblokkades, de wegen waar alleen Israëliërs op mochten rijden, het botte getreiter…” Thuis kon Gerrit zijn verhaal moeilijk kwijt. „Mensen wilden het niet horen. Het werd altijd een beetje goed gepraat.”
Met Joop kon Gerrit er wel over praten. De twee zijn oude schoolvrienden van het havo in Hoogeveen en zien elkaar tegenwoordig nog altijd vaak met Oud en Nieuw. Joop ten Kate, gepensioneerd klinisch chemicus, heeft zich al een paar weken niet geschoren. Dat doet hij liever niet met koud water. In het streng gereformeerde milieu waarin hij opgroeide, was er onvoorwaardelijke steun voor Israël. „We hadden twee joodse meisjes in de klas en tijdens de oorlog van ’67 stonden we allemaal te juichen als de Israëliërs de bommen op de juiste plek gooiden.”
Tegenwoordig denkt Joop er heel anders over. Hij begeleidt een Palestijnse arts uit Syrië, bij het behalen van haar basisregistratie in Nederland. Zij vertelde hem over haar grootvader, die in 1948 uit Palestina vluchtte en zijn hele leven heimwee bleef houden. Twee jaar geleden overleed hij, met de sleutel van de oude familieboerderij in Gaza in zijn hand. „Haar verhaal was voor mij een belangrijke drijfveer om hier te komen”, zegt Joop.
Aldo Baan (27) uit Utrecht aan het werk op de boerderij.
— FOTO KOBI WOLF/NRCNa jaren over de „Palestijnse zaak” te praten wilden Gerrit en Joop daadwerkelijk iets doen. Dat werd een maand lang logeren bij Tent of Nations. Joops vrouw en drie dochters van in de veertig vonden dat besluit aanvankelijk „heel ingewikkeld”, zegt hij. Het leek hen gevaarlijk. Met name zijn dochters schrokken ervan. „Maar papa, wat ga je daar dan doen?”, vroegen ze hem. Om toestemming heeft hij ze nooit gevraagd. „Wel mijn vrouw natuurlijk, dat was een ander gesprek.”
Na veel praten en appen stonden ook Joops kinderen achter zijn besluit. Bovendien stuurt hij het thuisfront iedere ochtend een berichtje. Zulke rituelen zijn belangrijk, leerde hij al op een voorlichtingsavond voor Tent of Nations in Utrecht. „Want voor de thuisblijvers is het vaak moeilijker.”
De Nassars zijn christenen. En Tent of Nations is een christelijk initiatief, eerder op de ochtend zat de grot vol met zo’n twintig bezoekende Amerikanen van de Katholieke Arbeidersbeweging, een activistisch liefdadigheidscollectief. Toch zijn lang niet alle vrijwilligers religieus. Ook Gerrit en Joop niet. De twee mannen twijfelden nog of ze niet op zoek moesten naar een „breder initiatief”, maar dachten zich het meest nuttig te konden maken bij Tent of Nations.
Tussen het werk door hebben de vrijwilligers het veel over het onrecht van de situatie. „Dan reflecteer je op het contrast”, zegt Gerrit. „Dat wij ’s avonds het licht uit houden om de batterij te besparen maar bij de Israëlische kolonisten aan de andere kant van het hek alle lampen aan gaan.”
Zoals veel Palestijnse gemeenschappen in Zone C (een gebied dat zo’n 60 procent van de Westelijke Jordaanoever beslaat en volledig door Israël wordt bestuurd) is de Tent of Nations-boerderij niet aangesloten op het stroomnet en heeft het geen toegang tot stromend water. De schaarse regen wordt zoveel mogelijk opgevangen en bewaard voor de warme zomermaanden.
Mieke Scholte (73) uit Rotterdam, nu wonend in Ierland, op de boerderij.
— FOTO KOBI WOLF/NRCDat alles betekent dat je als vrijwilliger bij Tent of Nations een simpel leven tegemoet gaat. „De luxe is weg,” zegt Mieke Scholte die met een blauw ski-jack aan in de grot zit. „Ik was me boven een emmer water en ik heb al weken geen make-up op.”
Mieke woont sinds 1988 in Ierland en was eigenlijk nooit zo activistisch. Dat veranderde met de geboorte van haar kleindochter, vlak voor het begin van de oorlog in Gaza. Het kindje kampte met ernstige medische problemen en lag drie maanden op de intensive care. De verzekering vergoedde alles, maar toch schrok Mieke van de rekening: zo’n 750.000 euro. „Ik vroeg me af wat een kinderleven waard is”, zegt ze. „Dat van mijn kleindochter blijkbaar dit bedrag, terwijl op datzelfde moment kinderen in Gaza simpelweg werden doodgebombardeerd.”
Als Mieke die beelden zag, zag ze haar kleindochter. Ze sloot zich aan bij een lokale steungroep voor Palestina, maar dat was niet genoeg. Ze wilde meer doen dan alleen „zwaaien met Palestijnse vlaggen”. Van vrienden hoorde ze vervolgens over Tent of Nations. Een jaar later zit ze hier zelf bij Bethlehem op de boerderij.
Kolonisten
Rondom de boerderij zijn de kolonisten altijd aanwezig. Vanaf de wc kunnen de vrijwilligers de kolonisten horen praten, er staan een stel wooncontainers op nog geen vijf meter van de composttoiletten vandaan, aan de andere kant van het hek.
Er is zelden interactie tussen de vrijwilligers en de Israëlische kolonisten. Soms roepen de kolonisten wat vanachter het hek, bijvoorbeeld dat de vrijwilligers vooral niet te hard moeten werken omdat de boel straks toch van hen is.
Eén keer, in januari 2025 was er een incident waar twee Israëlische militairen van rond de twintig op de boerderij, opkwamen en een vrijwilliger sommeerde mee te gaan naar hun commandant. Toen zij dat weigerde, belden de militairen met de kolonisten verderop. Die kwamen vervolgens dreigen de boel op de boerderij kort en klein te slaan als de vrijwilliger niet mee zou lopen.
De commandant in kwestie bleek uiteindelijk helemaal geen officier in het Israëlisch leger te zijn, maar het hoofd van de beveiliging van de nederzetting, en de vrijwilliger in kwestie was al gauw weet terug op de boerderij. Voor Palestijnen is het soms niet duidelijk of ze te maken hebben met het leger of kolonisten.
„Het is het systeem dat het land probeert in te nemen”, zegt Daoud. Soms komen er kolonisten in burgerkleding, terwijl dezelfde kolonisten de keer daarna in militair uniform verschijnen. Dus je weet soms niet of je te maken hebt burgers, beveiligers of militairen.”
Het incident van de meegenomen vrijwilliger een ook echt een eenmalig incident, benadrukt Meta Floor, al jarenlang nauw betrokken bij Tent of Nations. „De Westelijke Jordaanoever is heel gevaarlijk – maar voor Palestijnen. Zij zijn het doelwit, en niet de buitenlandse vrijwilligers.”
Om die reden ligt er gedurende het hele gesprek een telefoon bij de deur van de grot, waar de verbinding beter is. Zodat de Duitse vrijwilliger buiten op het terrein kan bellen in het geval er iets gebeurt met Daoud of Daher Nassar.
Thirza Vos (27) uit Utrecht aan het werk op de boerderij.
— FOTO KOBI WOLF/NRCHaalt de aanwezigheid van de vrijwilligers iets uit? Meta gelooft van wel. „Toen er in de eerste maanden na 7 oktober er amper vrijwilligers waren, reden de kolonisten meteen met graafmachines het terrein op om dwars over het land een weg aan te leggen, inclusief lantaarnpalen die zijn aangesloten op het stroomnet.” Hierdoor is een groot gedeelte van het land momenteel niet meer voor de familie bereikbaar.
„Eigenlijk helpen we elkaar”, zegt Daoud. „De vrijwilligers laten ons minder alleen voelen en tegelijkertijd bieden wij ook veel mensen die hier komen steun. Sommige vrijwilligers worstelen met familieproblemen, werkstress of andere zorgen. Eenmaal hier kunnen ze die relativeren.” Zo probeert de familie iets goeds uit het slechte te halen. „We willen mensen naar huis sturen met een boodschap van hoop.”
De familie Nassar heeft elke dag met de bezetting te maken, zegt Meta. „Zij hebben geen behoefte aan buitenlanders die vertellen hoe zij dit moeten oplossen, maar ze zoeken mensen die samen met hen optrekken.” Meta is ervan overtuigd dat als er geen Westerse aanwezigheid zou zijn, de familie Nassar niet meer op het land had gewoond.
Dat is de absurditeit van dit alles”, zegt Meta. „Het feit dat er witte, westerse mensen nodig zijn om de familie een gevoel van basisveiligheid te geven… dat toont voor mij aan hoe racistisch het Israëlische beleid is.”





Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.