‘Niet het internationaal recht schiet tekort, maar staten en politici’
Internationaal recht Ter rechtvaardiging van de Amerikaans-IsraĆ«lische aanval op Iran wordt veelvuldig gezegd dat het internationaal recht tekortschiet. NRC polste acht rechtsgeleerden. „Een ‘moreel juiste’ oorlog? We leven niet in de tijd van de kruistochten.”
Rookpluimen stijgen op bij een oliedepot dat is getroffen bij de Amerikaans-Israƫlische aanvallen in de buurt van Teheran.
— FOTO KAVEH KAZEMI/GETTY IMAGESIs Pedro SĆ”nchez naĆÆef? Dat verwijt kreeg de Spaanse premier toen hij, als enige westerse regeringsleider, stelde dat de Amerikaans-IsraĆ«lische aanval op Iran het internationaal recht schendt. Zelf noemt SĆ”nchez het juist naĆÆef dat geweld de oplossing zou zijn. Spanje zal „niet medeplichtig zijn aan iets wat slecht is voor de wereld en bovendien indruist tegen onze waarden en belangen”.
Maar het internationaal recht ligt politiek onder vuur, en zeker niet alleen bij radicaal-rechts. In reactie op SĆ”nchez zei de Franse oud-premier en macronist Gabriel Attal deze week in NRC: „Als je de schending van het internationaal recht moreel veroordeelt, maar je niet over de machtsmiddelen beschikt om het respect ervoor af te dwingen, dan maakt dat je uiteindelijk zwakker, niet sterker.”
En zo wordt, ter rechtvaardiging voor de aanval op Iran, wel meer gezegd dat het internationaal recht tekortschiet. Dat recht heeft volgens critici niet kunnen verhinderen dat het regime in Teheran zijn eigen bevolking uitmoordt. Het recht op zelfverdediging is wel erg beperkt geformuleerd, vinden ze, en bovendien: willen de Iraniƫrs zelf niet graag bevrijd worden?
NRC legde enkele van deze argumenten voor aan acht academici op het gebied van het internationaal recht.
1Maakt het je zwakker als je de schending van het internationaal recht moreel veroordeelt zonder het respect ervoor te kunnen afdwingen?
Het internationaal recht is altijd maar in beperkte mate afdwingbaar geweest, zegt de Groningse hoogleraar Marcel Brus. „Het is gebaseerd op de vrijwillige bereidheid om grenzen aan gedrag te accepteren om conflicten in de wereld beheersbaar te houden. Hoewel imperfect heeft het bijgedragen aan een redelijk stabiele wereldorde.”
De snelheid waarmee de consensus onder deze gedachte aan de kant geschoven wordt, ook door centrumpolitici, is „zeer zorgwekkend”, zegt Brus. „Men beseft kennelijk niet dat de fundamentele ontkenning van het internationaal recht door de Amerikaanse president Trump en de zijnen een zeer snelle en onverwachte olievlekwerking kan krijgen, op tal van terreinen. Een vreedzame en stabiele wereldorde zonder internationale samenwerking is niet denkbaar.”
Politici die zich niet al te principieel opstellen verzwakken het internationaal recht, zegt Sergey Vasiliev van de Open Universiteit. „Door schendingen van het internationaal recht op een consequente manier te benoemen en te veroordelen, bekrachtig je het enige kader waaraan staten zich moeten houden.”
Het internationaal recht wordt altijd al bekritiseerd vanwege het gebrek aan handhaving, zegt Luis Eslava, hoogleraar in Melbourne en van oorsprong Colombiaans. Tegelijkertijd klinkt er vanuit het mondiale Zuiden al lange tijd de kritiek op de ongelijke handhaving van de internationale rechtsorde.
Eslava: „Wanneer westerse leiders het internationaal recht ter discussie stellen, worden hun zorgen vaak gezien als legitieme redenen om het systeem te hervormen. Wanneer kleinere landen kritiek uiten op dubbele standaarden of selectieve handhaving, worden hun zorgen vaker afgedaan als klachten van actoren die niet bereid zijn zich aan de spelregels te houden.”
2Wordt het internationaal recht ingehaald door geopolitieke belangen?
Een veelgehoord argument aan de talkshowtafels: wat heb je nog aan het internationaal recht nu Trump en de Israƫlische premier Netanyahu de wereld voor een voldongen feit stellen?
Het is een misvatting te denken dat het internationaal recht tot voor kort losstond van geopolitieke belangen, zegt de Amsterdamse hoogleraar AndrĆ© Nollkaemper. De Franse hoogleraar LeĆÆla Choukroune wijst op de „machtspolitiek en kanonneerbootdiplomatie” die het internationaal recht altijd al uitdaagden.
Na het einde van de Koude Oorlog raakten geopolitieke tegenstellingen volgens Nollkaemper wat meer op de achtergrond. Die periode was volgens hem de uitzondering. „We keren in zekere zin terug naar een situatie waarin de inhoud en toepassing van het internationaal recht sterk werden bepaald door geopolitieke belangen.”
Juist in een geopolitiek roerige wereld, zegt de Leidse hoogleraar Larissa van den Herik, is internationaal recht van belang voor alle landen die geen overweldigende militaire macht hebben. „Dus geopolitieke belangen onderstrepen het belang van het recht in plaats van dat die belangen het recht inhalen.”
3Schiet het internationaal recht tekort wanneer regimes hun eigen bevolking onderdrukken?
Niet het internationaal recht schiet tekort, zegt Van den Herik, maar staten en politici. Er zijn regels die misdrijven tegen de eigen bevolking verbieden, en er zijn internationale hoven voor de naleving ervan. „Wat we zien, is dat de VS zich afkeren van zowel de normen als de instituties van het internationaal recht. Als grootmachten zich afkeren van het recht, moeten andere landen het verstevigen. Dat doe je niet door schendingen goed te praten.”
Gewapende politiemannen staanop hun voertuig dat is voorzien van posters van de vorige en de huidige opperste leider van Iran, Ali Khamenei en zijn zoon Mojtaba Khamenei, tijdens een bijeenkomst in Teheran om steun aan de nieuwe leider te betuigen.
— FOTO VAHID SALEMI/APHet argument dat de onderdrukte Iraanse bevolking gered moet worden is volgens Vasiliev „een slecht verhulde afleidingsmanoeuvre”. Aan de handen van Trump en Netanyahu kleeft bloed „tot aan de ellebogen”, zegt hij. „Deze oorlog heeft niets met humanitaire beweegredenen te maken — behalve in orwelliaanse zin — en heeft al veel onschuldige slachtoffers geĆ«ist.”
Bovendien: wie bepaalt wanneer er ingegrepen mag worden? Choukroune vindt dat de VS en IsraĆ«l last hebben van een white saviour-syndroom. „Anderen ‘redden’ van hun eigen politieke keuzes is illegaal, maar ook volstrekt betuttelend, kleinerend en feitelijk koloniaal.”

4Moet humanitaire interventie in een ander land toegestaan worden?
Af en toe zijn er pleidooien voor het toestaan van humanitaire interventies: ingrijpen in een ander land ter bescherming van de onderdrukte bevolking van dat land. Tot nu toe is het niet van legalisering daarvan gekomen. En dat komt doordat staten het niet willen, zegt Van den Herik.
„Vanwege het risico op misbruik. Vanwege de onwaarschijnlijkheid van een positieve uitkomst – hoe humanitair is het om bommen te gooien op de bevolking die je zegt te gaan redden? En omdat er nauwelijks tot geen succesvolle voorbeelden van zijn.”
Het toestaan van militaire interventie telkens wanneer een regering zich onderdrukkend gedraagt, zou de deur openzetten voor voortdurende conflicten, zegt Eslava. Het betekent bovendien dat elke staat er een beroep op kan doen, aldus Van den Herik – ook de Russische president Vladimir Poetin, die in OekraĆÆne de Russischtaligen wil ‘beschermen’.
Nollkaemper wijst op nog een risico: dat staten humanitaire interventie uitlokken. „Bijvoorbeeld eerst opstandelingen steunen om in actie te komen, en als die opstand wordt neergeslagen humanitaire interventie inroepen om een regime omver te werpen.”
5Is het recht op zelfverdediging te beperkt geformuleerd?
Het geweldsverbod, vastgelegd in het VN-Handvest, bestaat niet voor niets, zegt Eslava: „In een wereld van gemechaniseerde en technologisch geavanceerde oorlogsvoering kunnen de gevolgen van gewapende conflicten catastrofaal en onbeheersbaar zijn.”
Het internationale rechtssysteem beschouwt militair geweld als laatste redmiddel en daarom is het recht op zelfverdediging opzettelijk beperkt. Een staat mag zichzelf alleen preventief verdedigen als er een onmiddellijke dreiging van zijn vijand uitgaat – wat bij de aanval op Iran volgens vrijwel geen enkele expert het geval was.
Oprekking van die definitie is „in wezen niets anders dan ruim baan geven aan geopolitieke belangen van sterke staten”, zegt Brus. Zonder checks and balances betekent dat een eind aan het systeem dat na de Tweede Wereldoorlog opgetuigd werd. Sterke staten, zegt Brus, grepen altijd al in wanneer hun dat goed uitkwam. „Maar zo’n oprekking zou betekenen dat ze kunnen claimen dat ze het recht daartoe hebben.”
De laatste jaren, constateert Van den Herik, wordt er al van alles onder het begrip ‘zelfverdediging’ gebracht wat eigenlijk niets meer met verdediging van de staat te maken heeft, zoals het tegengaan van drugshandel. „Nog verder oprekken van het concept zelfverdediging ondermijnt de kern van dit recht.”
De Utrechtse hoogleraar Cedric Ryngaert wijst op begripsverwarring: verruiming van het recht op zelfverdediging wordt aangehaald om vervolgens humanitair te mogen ingrijpen. „Maar dat zijn twee verschillende dingen. Zelfverdediging gaat over de situatie dat een staat wordt aangevallen door een andere staat, of door een gewapende groep. Humanitaire interventie wordt getriggerd wanneer een staat misdaden begaat tegen zijn eigen burgerbevolking.” Verruiming van het eerste geeft nog geen recht op het tweede, aldus Ryngaert.
De geschiedenis leert dat externe interventie vaak leidt tot lange en onvoorspelbare cycli van instabiliteit en geweld
6Is het geen rechtvaardige aanval als de Iraniƫrs zelf bevrijd willen worden?
Rechtvaardig misschien wel, zegt Nollkaemper, maar dat is niet hetzelfde als rechtmatig. „Om het rechtmatig te maken, is het nodig dat er een regel van internationaal recht is die het toelaat.” Er bestaat niet zoiets als een ‘rechtvaardige’ of ‘morele’ oorlog, zegt Choukroune. „We leven niet in de tijd van de kruistochten.”
In het internationaal recht bestaat er weliswaar een doctrine genaamd ‘interventie op uitnodiging’, zegt Ryngaert. „Maar in beginsel kan alleen de overheid van staat X staat Y uitnodigen om militair tussenbeide te komen. Rebellenbewegingen of maatschappelijke groeperingen hebben dat recht niet.”
De claim dat ‘de IraniĆ«rs’ bevrijd willen worden, zegt Vasiliev, „is niet verifieerbaar en wordt vaak gebruikt om een illegale gewapende aanval wit te wassen”. De wettigheid van het gebruik van geweld, zegt Eslava, hangt af van de criteria die in het internationaal recht zijn vastgelegd, niet van politieke sympathie of de publieke opinie. „En terecht.”
Vrouwelijke medewerkers van de Rode Halve Maan lopen in de buurt van een brand na een aanval op een olieraffinaderij in het noordwesten van Teheran.
— FOTO AFPSommigen zullen optreden tegen een onderdrukkend regime moreel gerechtvaardigd vinden, aldus Eslava. „Maar de geschiedenis leert dat externe interventie vaak leidt tot lange en onvoorspelbare cycli van instabiliteit en geweld – meestal zonder daadwerkelijk het regime te veranderen.”
Er zouden vast veel Amerikanen blij zijn met de uitschakeling van Trump, zegt Brus, en veel Russen met die van Poetin. Maar dat kan volgens hem geen maatstaf zijn voor het rechtvaardigen van een ingreep van buitenaf. „In 2003 waren veel Irakezen blij toen Saddam Hoessein viel, maar zijn ze dat nog steeds, gezien de ellende die daarna volgde?”
De geopolitieke belangen van staten staan in de weg van versterking van de internationale rechtsorde
7Moet het internationaal recht herijkt worden om relevant te blijven?
Julie Fraser, universitair docent in Utrecht, vindt hervorming van de Verenigde Naties dringend nodig om de „polycrisis” aan te pakken: toenemende gewapende conflicten, de planetaire crises, de gevolgen van de pandemie, de achteruitgang van de democratie en de opkomst van AI.
Choukroune vindt dat het vetosysteem in de VN-Veiligheidsraad, „dat de VS hebben ingesteld om hun voorsprong te behouden en andere landen op een ondemocratische manier te controleren”, moet worden afgeschaft. Een andere optie, genoemd door Eslava, is het uitbreiden van de Veiligheidsraad, waardoor niet slechts vijf landen almachtig blijven. Of: geef de Algemene Vergadering van de VN, waarin elk land ƩƩn stem heeft, de macht om bindende resoluties uit te vaardigen.
Dergelijke suggesties zijn al heel vaak gedaan, zegt Brus. Maar de landen met vetorecht kunnen elke beperking van hun macht tegenhouden. „De geopolitieke belangen van staten staan in de weg van versterking van de internationale rechtsorde.” Pleidooien voor herijking gaan bovendien vaak gepaard met minachting van de bestaande systemen. Maar een VN 2.0, zegt Vasiliev, „bouw je niet door eerst VN 1.0 te slopen”.
Fraser is ondanks alles betrekkelijk optimistisch. „De huidige nijpende situatie biedt een kans om het emancipatoire potentieel van het internationaal recht te verwezenlijken. Daarbij kunnen we bouwen op gemarginaliseerde inzichten uit het mondiale Zuiden, evenals feministische denkers, om onze normen en instellingen rechtvaardiger en inclusiever te maken.”


