dinsdag 27 januari 2026

Directeur Artsen zonder Grenzen: ‘Israël is bezig met een gecoördineerde campagne om ons zwart te maken’

 


Directeur Artsen zonder Grenzen: ‘Israël is bezig met een gecoördineerde campagne om ons zwart te makenHulpverlening Directeur Karel Hendriks van Artsen zonder Grenzen spreekt zich uit over de Israëlische campagne tegen zijn organisatie. „Toegang voor hulpverleners tot conflictgebieden is geen gunst, maar een recht. Dat blijven wij benadrukken.”

  • Gepubliceerd op

Het liefst zou Karel Hendriks er helemaal niet mee in de publiciteit treden. Want aandacht voor de lastercampagne tegen de organisatie waarvan hij directeur is, de Nederlandse tak van hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG), geeft die laster zuurstof. Maar het is ook belangrijk, zegt Hendriks, om te vertellen wat er gebeurt als zijn organisatie, net als 34 andere ngo’s, niet meer actief mag zijn in bezet Palestijns gebied (Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem), waar ze sinds 1988 opereert.
Israël kondigde in maart 2025 nieuwe regels aan voor de registratie van hulpverleningsinstanties. Zij worden onder meer verplicht om gedetailleerde informatie over hun medewerkers aan te leveren. Dit gaat vooral over Palestijnen: net als elders op de wereld werkt AzG in Gaza met 90 procent lokale hulpverleners. 
Deze registratie-eis duwt de organisaties in een onmogelijke spagaat. Voldoen ze aan die eisen, dan brengen ze mogelijk hun personeel in gevaar. Weigeren ze, dan riskeren ze dat ze niet langer levensreddende hulp aan Palestijnen kunnen verstrekken. Israël heeft de herregistratieaanvraag van AzG als ‘incompleet’ beoordeeld, officieel omdat de organisatie niet de gevraagde persoonsgegevens van haar medewerkers overhandigt. 

Waarom hebben jullie besloten om deze gegevens niet te verstrekken? 

„Onze belangrijkste vereisten zijn de veiligheid van onze medewerkers en het voortzetten van onze hulpverlening. Ervaring uit de praktijk van andere organisaties die gegevens hebben gedeeld is dat dit kan leiden tot socialemediachecks, het opvragen van kentekengegevens en onderzoek naar familieleden. We kunnen niet uitsluiten dat het in de toekomst een rol kan spelen bij targeting, zeker in het licht van het enorme geweld tegen hulpverleners in Gaza.”
Sinds 7 oktober 2023 zijn er vijftien hulpverleners van de organisatie in Gaza gedood. In totaal doodde Israël in Gaza volgens VN-experts meer dan vijfhonderd humanitaire werkers en vijftienhonderd gezondheidswerkers. Volgens 7amleh, een ngo die zich inzet voor de digitale rechten van Palestijnen, heeft Israël in dezelfde periode ruim veertienhonderd Palestijnen opgepakt vanwege uitlatingen op sociale media.
Hendriks vervolgt: „In Nederland heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gezegd dat deze registratie-eis de Europese privacywetgeving schendt. En wat is het precedent als strijdende partijen om persoonsgegevens vragen? Moeten we de Russen straks ook informatie geven over onze Oekraïense zorgverleners?”

Sociale media van de Israëlische autoriteiten

AzG is ook onderwerp van verdachtmakingen op de sociale media van de Israëlische autoriteiten. De Israëlische overheid kocht ook advertentieruimte bij Google om de organisatie in de zoekresultaten aan terrorisme te liëren.
Tijd voor een reactie, vindt Hendriks. „Ik voel ook een grote aandrang om dit verhaal te vertellen omdat dit type handelen, het behandelen van humanitaire hulp als een speelbal in geopolitieke ontwikkelingen, in hard tempo normaal aan het worden is. Het fundamentele principe van onze neutrale, onpartijdige werkwijze als artsen moeten we bevechten.”

Als jullie niet meer in Gaza actief kunnen zijn, kun je schetsen wat er dan verloren gaat aan hulp?

„We zijn een van de grotere hulpverleners ter plaatse. Een op de vijf ziekenhuisbedden wordt door ons verzorgd. Een op de drie bevallingen vindt plaats onder begeleiding van ons personeel. We voorzien honderdduizenden mensen van water, op een bevolking van twee miljoen. Ook bieden we specialistische zorg die niet makkelijk over te nemen is, zoals reconstructieve chirurgie na ernstige verwondingen en fysieke rehabilitatie door fysiotherapie en begeleiding, waardoor mensen bijvoorbeeld weer opnieuw kunnen lopen. Dus het gaat niet alleen om levensreddende hulp, maar ook om de menswaardigheid van het opnieuw kunnen opbouwen van een leven.
„Onze zorg is niet alleen direct levensreddend. Wij willen voorkomen dat het zorgsysteem instort. Als we dat niet doen, sterven er dadelijk meer mensen aan vermijdbare kwalen als luchtweginfecties, cholera, diarree en diabetes dan aan kogels of bommen.”
Het behandelen van humanitaire hulp als een speelbal in geopolitieke ontwikkelingen is in hard tempo normaal aan het worden. Het fundamentele principe van onze neutrale, onpartijdige werkwijze als artsen moeten we bevechten

AzG heeft nog wel voorraden in Gaza

Paradoxaal genoeg heeft AzG afgelopen december relatief veel hulpgoederen binnen weten te krijgen in Gaza ten opzichte van daarvoor, terwijl juist op dat moment de onlineaantijgingen tegen de organisatie een hoogtepunt bereikten, zo blijkt uit interne rapportage die NRC heeft ingezien. Deze bevoorrading betekent dat AzG nog wel even door kan, zegt Hendriks.  
Sinds 1 januari laat Israël geen goederen en medewerkers van AzG meer in Gaza toe, en worden routes of nieuwe locaties voor hulpverlening niet langer met Israël afgestemd. „De dreiging dat onze medewerkers collateral damage worden, neemt hierdoor enorm toe”, aldus Hendriks.
In april 2024 heeft het Internationaal Gerechtshof aan Israël opgedragen, als onderdeel van de door Zuid-Afrika aangespannen genocidezaak, om „onmiddellijk alle doeltreffende maatregelen [te] nemen om de onbelemmerde toegang tot Gaza te waarborgen en te vergemakkelijken voor […] functionarissen die betrokken zijn bij het verlenen van humanitaire hulp en bijstand aan de bevolking van Gaza”. Ook als bezettingsmacht heeft Israël de plicht om humanitaire hulp door te laten.
Israël beschuldigt AzG van „terrorisme” en een „doelbewuste campagne om de legitimiteit van de staat Israël te ondermijnen” in een rapport van het ministerie van Diasporazaken en Antisemitismebestrijding. Als voorbeeld gaf het ministerie onder meer dat AzG van genocide, etnische zuivering en doelbewuste uithongering door Israël in Gaza sprak. 
Hendriks: „Wij doen aan ‘témoignage’: het afleggen van getuigenissen door te vertellen wat onze patiënten overkomt. Dat is geen politieke stellingname: een onderkoelde baby is geen mening. Als onze patiënten stelselmatig het slachtoffer zijn van misdaden, dan publiceren we daar een rapport over. Dat heeft niks te maken met het delegitimeren van Israël. Het is absurd dat de daders van deze misdaden ons beschuldigen van het feit dat we ze wereldkundig maken.
De band met de Israëlische overheid verslechterde nadat AzG in augustus vorig jaar een rapport had gepubliceerd over de Gaza Humanitarian Foundation (GHF), met als titel This is not aid. This is orchestrated killing  (‘Dit is geen hulp. Dit is georkestreerde moord’). Israël hield hulp van neutrale organisaties tegen en richtte in plaats daarvan gemilitariseerde hulpposten op waarbij honderden wachtende Palestijnen werden doodgeschoten.
„In onze rapporten rondom het GHF tonen we aan wat er gebeurt als je de hulpverlening volledig militariseert. Dat is een zorgwekkende trend. Als zorgverleners niet langer neutraal zijn, bedreigt dat het hele fundament waarop de wereldwijde hulpverlening in noodsituaties gebouwd is. Medische hulp lever je onpartijdig, zonder te bepalen wie wel recht heeft op hulp en wie niet. Iedereen, ongeacht hun politieke signatuur, heeft recht op toegang tot die zorg. Dat doe je niet terwijl je in de loop van een pistool kijkt.”

Hoe verliep het contact met de Israëlische autoriteiten sinds oktober vorig jaar?

„Na 7 oktober 2023 hebben wij aan Israël gevraagd: kunnen we jullie helpen bij het verzorgen van jullie doden en gewonden? We hebben dat aanbod herhaald toen er Iraanse raketten landden in verschillende delen van Israël. Ze hebben ons vriendelijk bedankt en gezegd dat hun zorgsysteem het aankon. Dat is natuurlijk prima, maar goed, dan willen we wel graag aan de andere kant van de frontlinie actief kunnen blijven.
„Ik zou heel graag regelmatig een dialoog willen hebben met Israëlische ambtenaren die hoog genoeg in de organisatie zitten, maar die ruimte krijgen we helaas niet. Als Israël zorgen heeft over de veiligheid, dan willen wij praten over hoe wij tegemoet kunnen komen aan die zorgen. Net als alle andere hulporganisaties letten we er goed op wie we aannemen. We hebben een heldere gedragscode, die niet toestaat dat medewerkers militair actief zijn. Het is van het grootste belang dat we afstand houden van de strijdende partijen. In elke AzG-kliniek hangt een bord met een wapenverbod.”
Medische hulp lever je onpartijdig, zonder te bepalen wie wel recht heeft op hulp en wie niet

Israël beschuldigde, maar leverde geen bewijs

Israël, zegt Hendriks, heeft twee Palestijnse medewerkers van AzG gedood en daarna als terrorist aangemerkt, zonder ooit bewijs te leveren. „En zelfs al zou het kloppen, dan nog hebben wij ruim 1.400 anderen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem die mogelijk ook geen hulp meer mogen leveren. Daarvan worden honderdduizenden Palestijnen het slachtoffer.”  
Het „draaiboek van desinformatie” is eerder gevolgd, zegt Hendriks: Israël ontmantelde de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) nadat enkele medewerkers waren beschuldigd van banden met Hamas. „Maanden later bleek uit een onafhankelijk rapport dat de aantijgingen niet bewezen konden worden. Maar toen was het leed al geleden.” Donorlanden, inclusief Nederland, hadden hun financiering van UNRWA opgeschort.
Israël besmeurt humanitaire organisaties die een belangrijke rol vervullen voor het welzijn en het overleven van het Palestijnse volk, om daarmee de weg te effenen voor een later verbod, zegt Hendriks. „Dat is wat we zien gebeuren bij Artsen zonder Grenzen. Het is een gecoördineerde campagne om ons dusdanig zwart te maken dat het acceptabel wordt om ons te gaan verbieden. Dit is een vorm van het voortzetten van geweld tegen een burgerbevolking, op het moment dat er minder tolerantie is voor geweld met kogels en bommen.”
„Uiteindelijk is de grootste bedreiging voor de vorm van hulp die wij bieden dat de rest van de wereld gaat denken dat je hulpverleners voor een karretje kan spannen. Daar moeten wij ons tegen blijven verzetten, en daarom zijn we zo uitgesproken.” 

maandag 26 januari 2026

Directeur Haga­Ziekenhuis: ‘Vanaf nu moet sociale veiligheid prioriteit nummer 1 zijn in het ziekenhuis’

 


InterviewPeter van der Meer

Directeur Haga­Ziekenhuis: ‘Vanaf nu moet sociale veiligheid prioriteit nummer 1 zijn in het ziekenhuis’

Op de afdeling Heelkunde van het HagaZiekenhuis in Den Haag was sprake van langdurig grensoverschrijdend gedrag. Bestuursvoorzitter Peter van der Meer is er klaar mee. ‘We moeten de sociale onveiligheid in ziekenhuizen fundamenteel veranderen.’

Dit artikel is geschreven door
is zorgverslaggever van de Volkskrant.

Was voor/tijdens de shoot niet op de hoogte van het feit dat ik tegenwoordig ook liggende portretten moest maken. Heb er toevallig eentje gemaakt en een paar foto's liggend bijgesneden. Zal in het vervolg ook liggend maken. Groet! Kiki
H
et is ‘van de knotse’, maar in zijn ziekenhuis gebeurt het ook, geeft Peter van der Meer toe. Artsen in opleiding die op meerdere afdelingen ’s nachts de ervaren medisch specialist niet uit bed durven te bellen, die de problemen van de patiënt liever met elkaar uitvogelen dan die ene arts uit zijn of haar slaap te halen.
Elke arts-assistent, en elke verpleegkundige in het ziekenhuis, weet wie deze artsen zijn, zegt Van der Meer. ‘Het is een publiek geheim. En als een van hen uiteindelijk toch belt, wordt-ie uitgefoeterd. Onbestaanbaar. Je kunt heus chagrijnig zijn als je om 3 uur ’s nachts aan de telefoon moet komen, maar je hebt wel je fatsoen te behouden. Collega’s mogen geen enkele barrière voelen zieke patiënten te bespreken.’
Dat dit nog steeds gebeurt, is ouderwets, ‘een vorm van repressie’ zelfs, vindt Van der Meer. ‘Toch laten we in een ziekenhuis dit soort situaties bestaan. Het zijn oude machtsstructuren die we moeten afbreken. Door sociale veiligheid als nummer 1 op de agenda te zetten.’
Afgelopen jaar kwam Van der Meer tot de conclusie: na alles wat ik de afgelopen 25 jaar heb meegemaakt, wordt het hoog tijd dat ik mij uitspreek, en dat ik probeer een beweging in gang te zetten waardoor ‘normaal doen’ de norm wordt in de Nederlandse ziekenhuizen.
Was voor/tijdens de shoot niet op de hoogte van het feit dat ik tegenwoordig ook liggende portretten moest maken. Heb er toevallig eentje gemaakt en een paar foto's liggend bijgesneden. Zal in het vervolg ook liggend maken. Groet! Kiki
Peter van der Meer.
Bron 
Kiki Groot
Peter van der Meer (63) is een van de meest ervaren ziekenhuisbestuurders van het land. Opgeleid als accountant en econoom stapte hij in de jaren negentig over van BMW naar de zorg. Hij werd achtereenvolgens bestuursvoorzitter van de twee grootste ziekenhuizen in zijn geboortestad Den Haag, bestuurder bij het OLVG in Amsterdam, weer bestuursvoorzitter in het Albert Schweitzer-ziekenhuis in Dordrecht (‘van het anarchistische Amsterdam naar de Biblebelt’), en sinds september 2023 is hij weer terug in Den Haag.
Nu als bestuursvoorzitter van het HagaZiekenhuis. Daar lagen de problemen in stapels op hem te wachten. Er was een mislukte fusie met het ziekenhuis in Delft, en mede daardoor een belabberd financieel vooruitzicht.
En er was de afdeling Heelkunde. ‘Ik wist van tevoren dat er dingen mis waren in dit ziekenhuis, en dat was juist de reden dat ik op dit punt in mijn carrière deze stap heb genomen. Maar pas als je de motorkap opendoet, zie je wat er echt mis is.’
Wat er precies is gebeurd bij de chirurgen, daar wil Van der Meer in eerste instantie alleen maar in omfloerste termen over praten. Er was ‘zware casuïstiek’, en sprake van ‘een relatie’ tussen een jonge arts-in-opleiding en haar veel oudere (en machtigere) opleider. ‘Ik vind het heel ingewikkeld om hier iets over te zeggen. Los van de vraag of dit vrijwillig is of niet: in zo’n opleidingssituatie, in die machtssituatie mag zo’n relatie niet gebeuren.’
Actualiteitenprogramma Zembla maakte ruim een jaar geleden twee podcastafleveringen over de misstanden op de afdeling. Daarin werd gezegd dat een chirurg al eerder over de schreef was gegaan – hij werd met vervroegd pensioen gestuurd – en dat een andere zich opdrong aan een jonge arts-assistent: hij zou haar tijdens groepsuitjes in het buitenland ongewild hebben omhelsd en gezoend. Terug in het ziekenhuis zou hij haar zijn blijven opzoeken, en haar steeds vaker hebben willen zoenen. Als straf mag deze arts in het HagaZiekenhuis nooit meer opleider zijn.
Van der Meer stuurde de jonge arts-assistent een brief (die via Zembla naar buiten kwam), waarin hij de gang van zaken ‘grensoverschrijdend gedrag’ noemt. ‘Ik schrijf u deze brief omdat dit nooit had mogen gebeuren. Wij staan voor een veilig opleidingsklimaat en dat hebben we u niet kunnen bieden. Dat spijt mij.’
Later in het interview komt hij terug op wat er met de jonge arts-assistent is gebeurd en is hij feller. ‘Wat ik probeerde te zeggen is dat ik dit gedrag honderd procent niet vind kunnen. Punt. Dit was het moment in mijn carrière waarop ik dacht: hoe kan dit bestaan in mijn ziekenhuis?’
Wordt u dan boos?
In die brief aan de arts-assistent zit mijn boosheid. Niemand van Heelkunde wilde dat die brief gestuurd werd. Maar godsamme, iemand van jullie gaat de fout in, en ik moet ervoor staan dat dit niet gebeurt in dit ziekenhuis. Dat is niet grijs, dat is puur zwart-wit.
‘Die brief moest gestuurd worden, dat vond ik fatsoen. Daarmee laat je zien dat je een moreel kompas hebt. Dat vond ik passend. Ook al komt het in de krant, en ook al heeft het juridische gevolgen. Die grens moet gesteld worden.’
Hebben de chirurgen hier nou van geleerd?
‘Uiteindelijk wel. Met een beetje aandringen van zowel de medische staf als de raad van bestuur hebben ze naar zichzelf gekeken, trainingen gedaan en een gedragscode opgesteld. Nu komen daar nog een extra vakgroepsvoorzitter en een extern adviseur bij om de onderlinge verhoudingen verder te herstellen.
‘Die relaties met ondergeschikten zijn het meest in het oog springend voor de buitenwereld, maar die zijn een gevolg van een veel bredere sociale onveiligheid in de zorg.
‘Want het ‘kleine leed’ – het tegen elkaar schreeuwen, het je niet durven uitspreken omdat de kans groot is dat je wordt afgeblaft – dat gebeurt heel veel in ziekenhuizen en staan bestuurders, medici en verpleegkundigen blijkbaar nog toe. Het is een publiek geheim: iedereen weet het wel, maar we doen er niks mee. En dan gaat het niet om een paar gevallen, hè, een groot deel van de zorgmedewerkers maakt dit mee.’
Van der Meer refereert aan een enquête van zorgtijdschrift Medisch Contact van twee jaar geleden. Daarin gaf 52 procent van de artsen en geneeskundestudenten aan grensoverschrijdend gedrag op het werk te hebben meegemaakt. Van machtsmisbruik en pesten, tot racisme en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Chirurgen zijn verantwoordelijk voor ongeveer een derde van alle misstanden, jonge vrouwelijke artsen zijn het vaakst slachtoffer.
Was voor/tijdens de shoot niet op de hoogte van het feit dat ik tegenwoordig ook liggende portretten moest maken. Heb er toevallig eentje gemaakt en een paar foto's liggend bijgesneden. Zal in het vervolg ook liggend maken. Groet! Kiki
Bron 
Kiki Groot
Dit probleem is al decennia oud, waarom verandert er niets in de zorg?
‘Wat een ziekenhuis bijzonder maakt, is dat het werk hier dag en nacht doorgaat, met veel patiënten die direct zorg nodig hebben. Logisch dat patiënten, familieleden, maar ook zorgverleners, vol emotie zitten. Combineer dat met een hiërarchische structuur, die óók hoognodig is, en je krijgt die bubbel van emoties.
‘Als je als co-assistent begint, dan kan het zo zijn dat je op je nummer wordt gezet. Dat speelt breed en is hardnekkig, terwijl je toch wilt dat vanaf het begin jouw kennis, jouw ideeën, jouw suggesties gewoon serieus worden genomen.
‘De verandering, die er wel degelijk is, gaat niet snel genoeg. Wat wij, de bestuurders, moeten doen, is niet incident na incident bestrijden, maar de boel omdraaien. We moeten durven toegeven dat dit gedrag er is. We moeten het benoemen, zowel in de media als op bijeenkomsten in het ziekenhuis, op posters, op ons blog, zodat het niet alleen maar stiekem bestaat, of dat het een publiek geheim is. Pas dan kunnen we het met alle partijen in de zorg bespreken en veranderen.’
Uit die enquête bleek ook dat veel slachtoffers niet melden wat er is gebeurd, omdat ze verwachten dat de leiding van het ziekenhuis hen niet zal steunen.
Dat kan ik me voorstellen. Er zullen talloze voorbeelden zijn van mensen die zich niet serieus genomen voelen. Ik denk dat ik in het verleden ook vaak genoeg heb gedacht: ik laveer een beetje tussen de belangen van de patiëntenzorg en die van de medewerkers, tussen wat er precies aan de hand is, en we maken een passende oplossing. Maar aan de systeemfout doe ik dan niks.’
Dus als ik het goed begrijp: er gaan, ik noem maar iets als voorbeeld, verhalen over grensoverschrijdend gedrag op de cardiologie-afdeling, maar in de besluitvorming speelt dan mee dat de cardiologen zo goed bijdragen aan de omzet van het ziekenhuis.
‘Dat kan zeker, ja. Bij mij is dat in elk geval zo wel geweest.
‘Ik herinner me een medisch specialist die de boel terroriseerde, iedereen in het ziekenhuis wist ervan. Er kwam een onderzoek, en de conclusie was dat deze arts zijn gedrag moest veranderen. Daarmee was het afgedaan, de man mocht gewoon terug naar zijn werkplek. Achteraf denk ik: het was veel beter geweest als ik hem eruit had gegooid, dan was hij pas echt geconfronteerd met zijn gedrag.
‘Als ik het hier met andere bestuurders over heb, herkennen ze dat. We gaan van incident naar incident, want we zijn in het ziekenhuis heel goed in brandjes blussen, in acute situaties het hoofd bieden. Er is altijd iets aan de hand, er zijn altijd problemen. Iedereen heeft een heel circus aan formulieren, procedures, commissies of wat dan ook. Maar het fundament verbeteren we niet.’
Hoe moet je dat veranderen, als het zo hardnekkig is?
Het zal langzaam gaan, ik geloof niet dat over tien jaar elk ziekenhuis volledig sociaal veilig zal zijn. Wat ik wel geloof is dat je je eigen gedrag bespreekbaar kunt maken met anderen. Daar streef ik naar: dat iedereen snapt hoe hun gedrag overkomt bij de ander.
‘Doe je dat niet, dan houd je een cultuur waarin dingen onuitgesproken blijven. Waarin je weet: met Jantje moet ik niet werken, want dat is zo’n eikel in de operatiekamer, ik zorg dat ik nooit met hem word ingeroosterd.
‘Wat voor mij de eyeopener is: je moet durven zeggen dat sociale veiligheid de absolute prioriteit heeft. Boven de financiën, boven bezuinigingen, boven alle andere zaken in het ziekenhuis. Want als je de sociale veiligheid niet op orde hebt, dan gaan andere dingen in het ziekenhuis ook mis.’
Dat lijkt me een logisch inzicht.
‘Als het zo logisch is, waarom gebeurt het dan niet?
‘We moeten via de media, via collega’s, via de raad van bestuur, het stafbestuur, het verpleegkundig bestuur constant en aan iedereen duidelijk maken dat sociale veiligheid absolute topprioriteit is. Er is geen programma, het is geen project, het is gewoon: hoe ga je met elkaar om?
‘We hebben in het ziekenhuis een leiderschapsprogramma, we hebben een commissie sociale veiligheid, er komt binnenkort een ombudsfunctionaris. Er zijn dus routes om sociale onveiligheid bespreekbaar te maken. Toch zijn er maar weinig mensen die zich uiteindelijk bij die vertrouwenspersonen melden.
‘Er werken hier meer dan zesduizend mensen. Dan weet je: er gebeurt veel meer dan er wordt gemeld. Dus we moeten hier constant met iedereen over praten om een beweging op gang te krijgen, zodat wij allemaal – bestuurders voorop – het voorbeeld zijn van goed gedrag. Bij elke uitspraak die je doet, en overal waar je loopt.’
Het blijft toch lastig te rijmen: slimme medisch specialisten en verpleegkundigen, die empathisch werk moeten verrichten, maar die je wel moet leren zich normaal te gedragen.
‘Ja, ik heb me weleens proberen te verdiepen in het karakter van een medisch specialist. Wat me opviel: de eigengereidheid. De overtuiging van: ik weet hoe het zit. En alles wat een ander zegt, weet ik ook. Ja, weet je, toch hou ik van die mensen.
‘Onderling kunnen specialisten meedogenloos zijn. Omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze weten en kunnen wat de ander doet, tot en met de journalist en de raad van bestuur aan toe. Het is grappig, medisch specialisten komen dan mijn kamer binnen en zeggen: wat jij doet, is onzin, ik kan dat veel beter. Dan is het mooi om die mensen uit te leggen dat ik ook een vak heb.’
Als die artsen zo eigengereid zijn, luisteren ze dan wel naar u als u zegt: jongens, zo kunnen wij niet doorgaan. Ik wil dat jullie voortaan reflecteren op wat jullie onder hoge druk zeggen en op hoe dat overkomt?
‘Een terechte vraag. Als je de 60-jarige man zegt dat hij morgen iets anders moet gaan doen, zal dat lastiger zijn dan bij iemand die jonger is. Maar daarom moeten we, als we echt een cultuurverandering willen, dit met alle ziekenhuizen samen doen.’
Ik kan me namelijk ook voorstellen dat er vakgroepen of individuen zijn, die denken: heb je Van der Meer weer met zijn woke gedoe, rot toch op man.
‘Laat ze maar komen.’

‘This is what fascism looks like’: terror in Minneapolis reminiscent of civil war David Smith in Washington





 Minneapolis

‘This is what fascism looks like’: terror in Minneapolis reminiscent of civil war

in Washington
Alex Pretti’s death could be a moment of reckoning for Democrats to call time on Trump waging war on his people
Wearing helmets, gas masks and camouflage fatigues, the federal agents took aim and prepared to open fire. “It’s like Call of Duty,” one could be heard saying via a TV mic, referring to a first-person shooter military video game. “So cool, huh?”
This was the scene on the streets of Minneapolis on Saturday after armed agents, wearing masks and tactical vests, wrestled 37-year-old Alex Pretti to the ground and shot him dead. The killing took place just over a mile from where Renee Good was fatally shot on 7 January, a scene that itself was less than a mile from where police murdered George Floyd in May 2020.
“How many more residents, how many more Americans need to die or get badly hurt for this operation to end?” the Minneapolis mayor, Jacob Frey, demanded at a press conference on Saturday, referring to the Trump administration’s ongoing immigration crackdown in Minneapolis. An angry crowd gathered and swore profanities at federal officers, calling them “cowards” and telling them to go home.
Donald Trump spoke of “American carnage” in his first inaugural address nine years ago. The US president has surely delivered it by deploying Immigration and Customs Enforcement (ICE) agents to the streets of a major city in order to create a spectacle of terror reminiscent of a civil war – or a video game.
In the first year of his second presidency, Trump’s ICE deployments have been carefully aimed at cities that are Democratic-led and often Black-led, as if imposing collective punishment for their defiance. In this, he is borrowing from an authoritarian playbook reminiscent of Saddam Hussein of Iraq targeting the Kurds or Soviet leader Joseph Stalin causing the Holodomor, or “death by hunger”, in Ukraine.
It is the same vengeful petulance that in the past week alone has seen Trump lash out at Canada and other Nato allies over perceived slights in Davos during his quest to conquer Greenland.
Trump seems to reserve a special loathing for Minnesota because he lost the presidential elections there in 2016, 2020 and 2024, despite most neighbouring states voting in his favour. He recently made the false claim that he won Minnesota all three times. In reality, no Republican – not even Ronald Reagan – has prevailed there since Richard Nixon in 1972.
Minnesota is home to the biggest Somali community in the country, making it a target of Trump’s animus: this week, he described Somalis as “low-IQ people”, not even trying to conceal his racism. It is also home to Somali-born Ilhan Omar, a progressive congresswoman who gets under Trump’s skin. The state’s governor, Tim Walz, is a trenchant critic of the president who was Kamala Harris’s running mate in the 2024 election that she lost to Trump.
In addition, toward the end of his first presidency, Minneapolis was the scene of the police murder of Floyd, a Black man. Floyd’s killing sparked Black Lives Matter protests that surged all the way to the doorstep of the White House. America felt febrile and fragile in those days. This is another of those moments.
Trump has deployed 3,000 ICE officers and Customs and Border Protection agents to the ground in Minnesota, vastly outnumbering the 10 biggest local and state police agencies there combined. Many operate with masks, weapons and swaggering impunity – but insufficient training in de-escalation techniques.
Local politicians have been roughed up; legal observers hauled off without charge; schoolchildren teargassed; motorists dragged from their cars. Even Native Americans, whose ancestors lived here long before the US existed, have been stopped and questioned. Simply filming these agents is enough to be branded a domestic terrorist.
Garrett Graff, a journalist and historian, wrote on his Doomsday Scenario blog this week: “This is what fascism looks like – there is no bright line between democracy and autocracy, it’s a spectrum, and not all of the country will experience that switch at the same moment in the same way. But let’s be clear: there is a US city living under occupation by fascist presidential secret police right now.”
That conclusion was hard to avoid on Saturday. TV pictures showed the air thick with teargas as agents forced one protester to the ground. He could be heard shrieking: “I’m a United States citizen! You’re gonna kill me! Is that what you want? You want to kill me?” Nearby a woman was kneeling and screaming as a man tried to comfort her.
The protester fatally shot by a federal officer was identified as ICU nurse Alex Pretti. The Department of Homeland Security (DHS) claimed that officers fired “defensive shots” after a man with a handgun approached them. Walz accused the authorities of a “rush to judgment” and called the shooting “sickening”.
The DHS and other government authorities have already shredded their credibility with false and misleading claims in the past. A chorus of Democrats reacted in horror to the shooting and called on ICE to get out of Minneapolis, with some urging Congress to cut off its funding.
Congresswoman Alexandria Ocasio-Cortez posted on the X social media platform: “Americans are being killed in the street by their government. Our Constitution is being shredded and our rights are dissolving. Resist. Senate [Democrats] should block ICE funding this week. Activate the National Guard. We can and must stop this.”
The past week in Davos felt like an inflection point when western leaders drew a line in the sand over Trump’s bullying over Greenland and said: no more. Pretti’s death could be a similar moment of reckoning for Democrats and others in the domestic arena to call time on Trump waging war on his own people.
JB Pritzker, the Democratic governor of Illinois, told the MS Now network: “We’re in a precarious moment and I just think that, if we do not stop this now, if we don’t abolish Trump’s ICE and make sure that we have a trained force that is following the law, this is going to erupt into something really terrible.
“It already is, but it could get vastly worse.”