donderdag 18 juni 2026

Antisemitisme als wapen tegen moslims en links

 



Antisemitisme als wapen tegen moslims en links

Judeonationalisme zal niet de laatste strategie zijn om kwetsbare groepen tegen elkaar uit te spelen als wapen tegen moslims en links.

Begin maart 2024 schreef ik in Binnenlands Bestuur het artikel ''Judeonationalisme' als nieuwe beschavingsretoriek’, waarbij politici en andere invloedrijke personen antisemitisme gebruiken als wapen tegen moslims.

Sinds ik het woord als eerste gebruikte, nam het een vlucht: het werd besproken in de Groene Amsterdammer, de Volkskrant, GeenStijl, het was Woord van de Dag op Van Dale.nl en daarmee opgenomen in de Nederlandse Taalbank. Ik werd geïnterviewd bij NPO Radio 1 om meer uitleg te geven over het Judeonationalisme en schreef erover voor de European Consortium for Political Research.

Judeonationalisme definieer ik als het instrumentele gebruik van antisemitisme om moslims en hun standpunten in diskrediet te brengen. De laatste maanden werd deze tactiek gebruikt door bijvoorbeeld Rishi Sunak, Joe Biden, Mark Rutte, Lee Anderson, Donald Trump, Geert Wilders en Mona Keijzer. Dit soort instrumentalisering van antisemitisme komt niet uit de lucht vallen. Afgelopen maandag (24 juni 2024) publiceerde de Britse krant the Guardian bewijs dat er sinds november 2023 extra geld vanuit Israël wordt geïnvesteerd in het beïnvloeden van de publieke debatten over de oorlog in Gaza. Antisemitisme, maar ook vrouwen- en homorechten, worden geïnstrumentaliseerd ‘in een strijd tegen een miljard moslims en alle linkse mensen in de westerse wereld’, zoals werd gezegd door een van de ontvangers van pr-geld vanuit Israël. Een wapen tegen moslims en links, twee vliegen in een klap dus.

In mijn eerder gepubliceerde artikel in Binnenlands Bestuur trek ik de vergelijking met femo- en homonationalisme. Het femonationalisme is het instrumentele gebruik van gendergelijkheid om moslims in diskrediet te brengen, een strategie die al decennia wordt gebruikt, bijvoorbeeld om de invasie in Afghanistan in 2001 goed te praten. Homonationalisme is het instrumentele gebruik van homorechten om moslims in diskrediet te brengen. Dit heeft wortels in Nederland in de tijd van Pim Fortuyn, maar in de laatste tien jaar wordt het in steeds meer landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Spanje en de Verenigde Staten, gebruikt.

De argumentatie is steeds: wij zijn tegen moslims omdat zij tegen vrouwen, homo’s en, zoals we steeds vaker horen, joden zijn. Dit is een succesvolle strategie, omdat het inderdaad waar is dat moslims negatiever zijn over vrouwen, homo’s en joden. Het is mogelijk dat zorgen over deze drie groepen oprecht zijn, maar er is nu ook bewijs dat het instrumenteel is ingezet. Ik ben namelijk niet de enige die het verband ziet tussen moslims enerzijds en gendergelijkheid, homorechten, en antisemitisme anderzijds. Het Israëlische ministerie van ‘Strategische Zaken’ zet zich al jaren in voor ‘mass consciousness activities’ door grote bedragen over te maken aan pr-bedrijven in westerse landen, bijvoorbeeld het Amerikaanse Institute for the Study of Global Antisemitism and Policy, geleid door dr. Charles Small.

Nu de oorlog in Gaza voortduurt, blijken Judeonationalistische strategieën zich bij de femo- en homonationalistische repertoires aan te sluiten

Dit commerciële pr-bureau ontvangt het grootste deel van het budget van het Israëlische ministerie van ‘Strategische Zaken’ om de publieke opinie over Israël te beïnvloeden. Dr. Small noemt het verband tussen moslims enerzijds en gendergelijkheid, homorechten, en antisemitisme anderszijds een soort intersectionaliteit. Hij zegt: ‘intersectionaliteit is zowaar een concept dat we kunnen gebruiken’. Hij noemt het ‘tai chi’ tegen zowel moslims als links, want de beredenering is als volgt: de politieke islam ‘wil joden vermoorden, vrouwen onderdrukken en alle homo’s vermoorden’. Het is, bij mijn weten, de eerste keer dat een pr-bureau toegeeft instrumenteel gebruik te maken van gendergelijkheid, homorechten en antisemitisme om moslims en links in diskrediet te brengen. Het gebeurt waarschijnlijk al veel langer, omdat het al jaren duidelijk is dat het uitspelen van kwetsbare groepen een succesvolle strategie is. Het heeft zelfs invloed op hoe we in ons dagelijks leven met moslims omgaan.

Onderzoekers hebben een groot experiment uitgevoerd op treinstations verspreid door Duitsland. Een actrice heeft een tas met citroenen in haar hand. De ene helft van de tijd heeft ze een hoofddoek om, de andere helft van de tijd niet. In het bijzijn van omstanders laat ze haar tas met citroenen vallen. De vraag is: hoeveel mensen helpen haar om de citroenen op te rapen? Wat blijkt: de vrouw krijgt significant meer hulp als ze haar hoofddoek niet om heeft. Echter, er is een uitweg. Als de vrouw met hoofddoek voorafgaand aan het citroenenincident zich in een fictief telefoongesprek uitspreekt voor gendergelijkheid, krijgt ze net zoveel hulp als de vrouw zonder hoofddoek. Zo ingebed is de kwestie gendergelijkheid als het over moslims gaat: het beïnvloedt zelfs het gedrag van mensen op straat zonder dat ze er waarschijnlijk heel expliciet over nadenken. Soortgelijke resultaten zijn ook gevonden in een experiment over instrumenteel gebruik van homorechten tegen moslims.

De linkerzijde van het politieke spectrum combineert verzet tegen islamofobie met steun voor gendergelijkheid en homorechten, wat een ‘ongemakkelijke alliantie op sociale kwesties’ oplevert. Van deze ongemakkelijkheid wordt dankbaar gebruik gemaakt als wapen tegen moslims en links, tegelijkertijd. Nu de oorlog in Gaza voortduurt, blijken Judeonationalistische strategieën zich bij de femo- en homonationalistische repertoires aan te sluiten. En het zal niet de laatste strategie zijn waarmee kwetsbare groepen tegen elkaar uitgespeeld worden als wapen tegen moslims en links.

https://www.binnenlandsbestuur.nl/carriere/cyberveiligheid/antisemitisme-als-wapen-tegen-moslims-en-links

‘Judeonationalisme’ als nieuwe beschavingsretoriek

 



‘Judeonationalisme’ als nieuwe beschavingsretoriek

Politici moeten zich niet laten verleiden tot instrumenteel gebruik van antisemitisme, want hiermee is de joodse gemeenschap niet geholpen.

Sinds de oorlog in Gaza staat antisemitisme weer op de politieke agenda. Joodse mensen in Nederland hebben steeds meer met antisemitisme te maken in hun dagelijks leven, maar daar gaat het meestal niet over als er in de politiek over antisemitisme wordt gesproken. Antisemitisme wordt wel vaak als weerwoord geboden tegen Palestina-demonstraties. In deze column bied ik een overzicht van wetenschappelijke onderzoeken die laten zien dat we kritisch moeten zijn op politici die antisemitisme gebruiken om hun eigen politieke agenda te bevorderen.

Niet alleen is het onoprecht, het schaadt zowel joden als moslims door een zogenaamd beschaafde rechtvaardiging te bieden voor het tegenwerken van de politieke standpunten van moslims, standpunten die sowieso al ondervertegenwoordigd zijn in de politiek. Politici en opiniemakers gebruiken al decennialang ‘beschavingsretoriek’ om kritiek op culturele buitenstaanders te rechtvaardigen. Door zich te beroepen op rechtvaardige, beschaafde en liberale onderwerpen zoals gendergelijkheid, LHBTI-rechten en vrijheid van meningsuiting, lijkt het bekritiseren van culturele anderen meer gerechtvaardigd.

Wanneer LHBTI-rechten worden aangezwengeld om kritiek te uiten op culturele anderen, zoals moslims, wordt dat homonationalisme genoemd. Dit artikel noemt Pim Fortuyn de eerste politicus die succesvol een homonationalistische agenda voorstond. Maar er zijn ook andere vormen van beschavingsretoriek denkbaar: bijvoorbeeld wanneer vrouwenrechten worden gebruikt om een nationalistische agenda te bevorderen wordt dat femonationalisme genoemd. Dit gebeurde onder andere door Republikeinse Amerikanen om de invasie van Afghanistan en Irak te rechtvaardigen.

De wetenschappelijke literatuur over homonationalisme, femonationalisme en de meer algemene beschavingsretoriek heeft lang gediscussieerd over de vraag of bezorgdheid over LGBTI- en vrouwenrechten oprecht of instrumenteel is. ‘Interpretivistische’ onderzoekers beargumenteerden lang dat LHBTI- en vrouwenrechten juist instrumenteel gebruikt worden om een nationalistische agenda te bevorderen. Echter, er was lang geen empirisch bewijs voor.

Het is volledig mogelijk dat ‘judeonationalisme’ instrumenteel wordt gebruikt om een nationalistische agenda verder te bevorderen

Maar in dit artikel toon ik aan dat degenen die het meest waarschijnlijk tegen adoptie door koppels van hetzelfde geslacht zijn, ook degenen zijn die moslimpolitici het vaakst stereotyperen als homofoob. En vice versa: degenen die voorstanders zijn van regenbooggezinnen, zijn minder geneigd om moslimpolitici te stereotyperen als zijnde homofoob. Een ander recent onderzoek toont met een slim experimenteel onderzoeksdesign aan dat LHBTI-rechten daadwerkelijk instrumenteel gebruikt worden, als strategie om moslims te bekritiseren. LHBTI-rechten als discursief wapen tegen moslims en andere culturele buitenstaanders.

Sinds de oorlog in Gaza is echter het wapen steeds vaker antisemitisme. In navolging op de literatuur van het homonationalisme en femonationalisme noem ik dit ‘judeonationalisme’. Hiermee lijkt antisemitisme een nieuw veelvoorkomend ‘beschavings’wapen’ dat tegen moslims wordt gebruikt. Als het onderzoek naar homonationalisme enige indicatie is, dan is het volledig mogelijk dat ‘judeonationalisme’ ook instrumenteel wordt gebruikt om een nationalistische agenda verder te bevorderen.

Recent onderzoek onderstreept een sterke connectie tussen de vijandigheid tegenover moslims en de vijandigheid tegenover joden, en hoe radicale groepen online de verspreiding van haat voor beide groepen organiseren door regelmatig te wisselen van doelwit: de ene keer zijn moslims de vijanden, de andere keer joden. Ander onderzoek toont aan dat racisme tegen moslims en antisemitisme een culturele logica delen, waarbij racisme tegen moslims sterker is, maar antisemitisme voortkomt uit anti-moslim attitudes. Versterkte anti-moslim attitudes kunnen neveneffecten hebben: het produceren van meer antisemitisme. Dat is uiteindelijk voordelig voor extreemrechtse nationalistische groepen die etnocentrisme propageren. In het nadeel zijn dan zowel joden als moslims.

Met andere woorden, laat je niet verleiden tot het instrumentele gebruik van antisemitisme. Het ene moment lijkt het alsof de joodse gemeenschap hiermee geholpen is, maar het andere moment is juist de joodse bevolking het doelwit, of welke andere groep dan ook.