vrijdag 10 juli 2026

Het zionisme is rijp voor de ‘vuilnisbelt van de geschiedenis’, zegt Holocaust-wetenschapper Omer Bartov

 

Het zionisme is rijp voor de ‘vuilnisbelt van de geschiedenis’, zegt Holocaust-wetenschapper Omer Bartov

Omer Bartov | hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies Het geboorteland van de IsraĆ«lische Holocaust-wetenschapper Omer Bartov verandert in zijn ogen in rap tempo in een „autocratische apartheidsstaat”. Ook gematigde kringen in IsraĆ«l zijn volgens hem „medeplichtig aan de genocide in Gaza”.

De Israƫlisch-Amerikaanse Holocaust- en Genocidewetenschapper Omer Bartov in Cambridge, Massachusetts.

FOTO DAVID DEGNER/EYEVINE/ANP

Omer Bartov gaat voorlopig niet terug naar IsraĆ«l. De hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Amerikaanse Brown University voelt zich niet meer veilig in zijn geboorteland. Liever wacht hij af tot na de verkiezingen later dit jaar. Als premier Benjamin Netanyahu verliest, kan dat IsraĆ«ls „afglijding naar een volledig autoritaire, autocratische apartheidsstaat” op zijn minst een beetje vertragen, denkt hij.

Want onder de huidige regering zou Bartov (72) wel eens kunnen worden opgepakt. De kans is voor Joodse Israƫliƫrs verwaarloosbaar, erkent hij tijdens een videogesprek vanuit Portugal, waar hij is voor een Europese boekentour. Toch is dat de afgelopen jaren verschillende malen gebeurd met Israƫliƫrs die zich uitspreken tegen de staat.

„IsraĆ«l is inmiddels eigenlijk geen rechtsstaat meer”, zegt Bartov. Het IsraĆ«lische hooggerechtshof, door veel IsraĆ«liĆ«rs gezien als baken van democratie, heeft zichzelf „volledig in diskrediet gebracht” door apartheid op de Westelijke Jordaanoever te faciliteren en te zwijgen over Gaza.

Zich uitspreken over Gaza is wat Bartov de afgelopen jaren deed. „Ik ben een genocide-onderzoeker. Ik herken er een als ik die zie”, schreef hij in een veel gedeeld essay in The New York Times in juli 2025. In november 2023 had hij in dezelfde krant gewaarschuwd dat IsraĆ«ls aanvallen op Gaza konden uitmonden in genocide, maar dat het nog niet zover was. De IsraĆ«lische invasie van de stad Rafah in het zuiden van Gaza – door westerse politici gepresenteerd als ‘rode lijn’ – en een bezoek aan IsraĆ«l in de zomer van 2024, deden zijn beeld kantelen.

Tijdens zijn lezing aan de Ben Gurion-Universiteit in het zuiden van Israƫl stuitte Bartov op veel weerstand van studenten, waaronder soldaten die zojuist in Gaza hadden gediend. De manier waarop zij het Israƫlische optreden in Gaza rechtvaardigden als een legitieme reactie op 7 oktober 2023, deed hem denken aan de ideeƫn van Duitse Wehrmachtsoldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar hij als Holocaust-onderzoeker veelvuldig over publiceerde.

Genocide is een proces

Genocide-experts benadrukken dat genocide geen gebeurtenis is, maar een proces. In Gaza zijn sinds het officiĆ«le ‘staakt-het-vuren’ in oktober 2025 inmiddels ruim duizend Palestijnen door IsraĆ«l gedood. Anderen leven onder erbarmelijke omstandigheden, zonder huis, lijdend aan ondervoeding, plaagdieren en ziektes. „Dit kan een permanente toestand van de ‘dood door duizend sneden’ worden”, zegt Bartov, „waarbij IsraĆ«l erop hoopt dat de bevolking uiteindelijk helemaal vertrekt”.

Lees ook
Een Palestijnse vrouw houdt het lichaam vast van een kind, dat is gedood door een Israƫlisch bombardement in Noord-Gaza op 28 april. Foto Mahmoud Issa

Genocide, zegt Bartov, is ook een sociaal proces. Sinds de door Hamas geleide aanslag op 7 oktober 2023 heeft er een ingrijpende verandering plaatsgevonden in IsraĆ«l. Het politieke midden en „zogenaamd links, want er bestaat geen echt links”, zijn verder naar rechts opgeschoven. Relatief gematigde kringen zijn volgens Bartov medeplichtig geworden aan de genocide: zij willen er niet over praten, of ontkennen het terwijl zij het tegelijkertijd ondersteunen. Hij noemt dit een „specifieke mentaliteit, die je ook aantreft in andere landen die zich schuldig maken aan genocide”. 

In zijn recente boek Israel. What Went Wrong? probeert Bartov te achterhalen hoe het in Israƫl zover is gekomen. Het zionisme vervulde tot aan 1948 een belangrijke functie in het redden van Joodse levens, stelt Bartov. Maar na de stichting van de staat had Israƫl zich volgens hem moeten ontdoen van de ideologie, die daarvoor zowel een emancipatoire bevrijdingsbeweging voor Joden als een etnisch nationalistische koloniale beweging was.

In plaats daarvan werd het zionisme de IsraĆ«lische staatsideologie, en in toenemende mate etnisch nationalistisch, racistisch en Joods-supremacistisch. Het zionisme is daarmee volgens Bartov rijp „voor de vuilnisbelt van de geschiedenis, waar andere genocidale ideologieĆ«n zich bevinden”.

Geen grondwet met gelijke rechten

Een centrale rol in Bartovs boek speelt ook de afwezigheid van een grondwet in IsraĆ«l. Het document werd in 1948 beloofd, maar is er nooit gekomen. Als generaties IsraĆ«liĆ«rs waren opgegroeid met een grondwet die alle burgers gelijke rechten garandeert, denkt Bartov, had dit „het sluipende racisme” in de IsraĆ«lische samenleving kunnen temperen.

Bartovs boek is vooralsnog niet in Hebreeuwse vertaling verschenen. „De meeste [IsraĆ«lische] uitgevers willen er gewoon niets mee te maken hebben, omdat ze bang zijn dat lezers zullen protesteren of dat de regering ingrijpt.”

U voert de vraag wat er misging met name terug tot 1948. Begonnen de problemen niet al lang vóór 1948?

„Ik denk dat 1948 het belangrijkste keerpunt is. Dat had anders kunnen lopen. Het ontstaan van het zionisme in de jaren 1880 was een reactie op het opkomende etnisch nationalisme in de gebieden waar de meeste Joden in Oost- en Midden-Europa woonden, en het nam zelf ook de kenmerken van etnisch nationalistische bewegingen over. Het doel van het zionisme was zonder twijfel het stichten van een staat met een Joodse meerderheid in het territorium van hun voorouderlijk thuisland. Het zionisme riep traditionele, religieuze en conventionele banden die Joden met die plek hadden op, ook al waren de meesten van hen daar nog nooit geweest.”

„Wanneer het zionisme zijn intrede in Palestina doet, gebeuren er twee dingen. Sommige Joden kwamen daarheen omdat ze zionisten waren, en velen omdat het de enige plek was waar ze naartoe konden gaan. De families van mijn vader en moeder bijvoorbeeld zouden zijn vermoord als ze in Polen waren gebleven. Het zionisme beweert dus, terecht, dat het een veilige haven bood aan die mensen.”

„Tegelijkertijd zie je dat wanneer die mensen in Palestina aankomen, ze Arabisch land gaan innemen en de Arabieren verdrijven. Wat ze in praktijk brengen – of ze zich daar nu bewust van zijn of niet – is ‘vestigingskolonialisme’ (settler colonialism). Had het zionisme daarmee vanaf het begin al een genocidale inslag? Ik denk van niet.”

Kon er überhaupt een Joodse meerderheidsstaat gesticht worden zonder een vorm van ‘transfer’ van de Palestijnse bevolking – zoals zionistische leiders dit noemden – of etnische zuivering, zoals gebeurde tijdens de Nakba in 1948?

„De veronderstelling dat er altijd sprake moest zijn van etnische zuivering is niet correct. In de jaren dertig werd er veel gesproken – zeker door zionisten – over bevolkingsuitwisseling, bijvoorbeeld tussen Turkije en Griekenland na het verdrag van Lausanne in 1923. David Ben-Gurion [de latere eerste premier van IsraĆ«l] vermeldde in een beroemde brief aan zijn zoon dat het goed was dat de Britten de term ‘transfer’ gingen gebruiken, en dat nu ook de zionisten dat zouden kunnen doen. Maar denken zij daarbij aan de etnische zuivering van 1948? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ze dat doen, en zoals zo vaak in dergelijke gevallen onder het mom van oorlog [in 1948], zoals ook in Gaza is gebeurd.”

Had het invoeren van een grondwet een wezenlijk verschil gemaakt voor de rechten van Palestijnen?

„Ik ben niet naĆÆef. Ik denk niet dat een grondwet per se alle problemen zou hebben opgelost. Grondwetten komen en gaan. Je kunt ze wijzigen of afschaffen. Maar als er een grondwet was opgesteld waarin gelijke rechten werden verleend aan de 150.000 achtergebleven Palestijnen in wat de staat IsraĆ«l werd – zoals was opgeschreven in de onafhankelijkheidsverklaring – had dat zeker een verschil kunnen maken.”

Als je zegt dat de Holocaust niet alleen een gebeurtenis uit het verleden is, maar een constant dreigend gevaar, dan creƫert dat solidariteit

„Met een grondwet was het voor het hooggerechtshof veel moeilijker geweest om niet in te grijpen bij de onteigening van Palestijns land en de vernietiging van Palestijnse dorpen, zoals die op grote schaal plaatsvonden in de eerste twintig jaar na de oprichting van de staat. In die periode leefden de Palestijnen in IsraĆ«l onder een militair bewind en hadden ze veel minder rechten. Een grondwet had het ook moeilijker gemaakt voor de staat om aanspraken van [de ongeveer 750.000] Palestijnse vluchtelingen op terugkeer naar hun land weg te wuiven.”

U schrijft uitvoerig over de instrumentalisering van de Holocaust in IsraĆ«l, die u omschrijft als het ‘Nooit meer’-syndroom.

„Aanvankelijk heerste er in IsraĆ«l een groot gevoel van schaamte rond de Holocaust, vanuit het idee dat Joden zich naar de slachtbank hadden laten voeren. Maar zeker vanaf de jaren tachtig werd de Holocaust een politiek instrument, en gooide IsraĆ«l de universele lessen daarvan terzijde. Inmiddels heeft de bevolking dit volledig overgenomen: ze laat zich grotendeels leiden door de bangmakerij dat Hezbollah en Hamas een nieuw Auschwitz gaan veroorzaken. Als je zegt dat de Holocaust niet alleen een gebeurtenis uit het verleden is, maar een constant dreigend gevaar, dan creĆ«ert dat solidariteit. Na 7 oktober [2023] ging het helemaal los.”

IsraĆ«l is hard op weg een volledige autocratie te worden, schrijft u. Om het tij te keren is er internationale druk nodig. Sancties door westerse landen kunnen volgens u een „aardbeving” in de IsraĆ«lische samenleving veroorzaken. Zou het effect daadwerkelijk zo groot zijn?

„Ja – kijk naar hoe effectief sancties waren tegen Zuid-Afrika tijdens de apartheid. IsraĆ«l is volledig afhankelijk van zijn bondgenoten. De Europese Unie is IsraĆ«ls belangrijkste handelspartner. Bovendien stromen er enorme bedragen vanuit Europa naar IsraĆ«l om technologisch en wetenschappelijk onderzoek te bevorderen. IsraĆ«l kan geen vin verroeren zonder militaire steun van de Verenigde Staten. Hetzelfde geldt voor politieke steun uit Washington, want door het Amerikaanse veto in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is elk sanctieregime tot nu toe verhinderd.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/05/het-zionisme-is-rijp-voor-de-vuilnisbelt-van-de-geschiedenis-zegt-holocaust-wetenschapper-omer-bartov-a4930378

donderdag 2 juli 2026

Rosanne Hertzberger: Waarom het aannemelijk is dat het coronavirus uit een lab afkomstig is

 




Rosanne Hertzberger: Waarom het aannemelijk is dat het coronavirus uit een lab afkomstig is

Chinese viroloog Shi Zengli (Foto: ANP)

De zoektocht naar de oorsprong van het coronavirus zet  risicovolle experimenten met gevaarlijke virussen in het volle licht. Het is hoognodig dat er een serieus debat komt over het nut versus de gevaren van dergelijk onderzoek, schrijft microbioloog en columnist Rosanne Hertzberger.

De oorsprong van het coronavirus is ook na drie jaar nog niet opgehelderd. Elke maand verschijnen nieuwe indicaties, flarden van bewijzen, die de zoƶnotische oorsprong dan wel de lab-oorsprong van het virus meer aannemelijk maken.

Twee weken geleden dook plotseling een geheimzinnige database van samples op, die vroeg in de uitbraak op de markt in Wuhan zijn verzameld. Daarin is zowel erfelijk materiaal van wasbeerhonden als van het coronavirus aangetroffen; volgens het zoƶnose-kamp bewijs voor een mogelijk intermediair besmet dier dat daar op de markt werd verhandeld.

Maar net als al het eerdere bewijs is het geen smoking gun. De samples dateren van januari 2020, toen het virus al enkele weken rondging bij mensen. Waren die wasbeerhonden besmet? En zo ja, waren ze besmet geraakt door vleermuizen op hun fokkerij? Of waren ze aangeniest door een besmette klant?

Foto: Alex P. Kok / Wikimedia Commons.

Rosanne Hertzberger (1974) is microbioloog en columnist voor NRC.

Juist Nederland zou hierover een serieus debat moeten voeren

In de Verenigde Staten zijn vragen als deze onderdeel van een diepgravend proces waar zowel wetenschappers als politici zich actief mee bezighouden. De Senaat organiseert hoorzittingen. President Joe Biden deed recent een dringende oproep om meer informatie. In navolging van de Amerikanen zouden wij in Nederland ook een serieus, feitelijk debat moeten voeren over de oorsprong van het coronavirus en de risico’s van virologisch onderzoek.

De Nederlandse virologie neemt in het vakgebied wereldwijd een prominente positie in. Bovendien heeft de pandemie ook in ons land een impuls gegeven aan onderzoeksprojecten die de kans op een nieuwe uitbraak moeten verkleinen.

Maar de geschiedenis leert dat onderzoeksactiviteiten die tot doel hebben de mensheid te beschermen tegen gevaarlijke virussen, in sommige gevallen zelf het risico op uitbraken vergrootten. Vaccinstudies, virologische experimenten en proefdieronderzoek leidden eerder al tot uitbraken: mond-en-klauwzeer, pokken, SARS-1, de influenzapandemie van 1977, en tot het poliovirus dat steeds weer in de riolering van Bilthoven wordt aangetroffen, in de buurt van het RIVM en de naastgelegen vaccinfaciliteiten aldaar. Het is nog steeds verontrustend aannemelijk dat deze pandemie, met wereldwijd meer dan 10 miljoen doden tot gevolg, kan zijn ontstaan tijdens onderzoek naar zoƶnotische infecties met coronavirussen.

Nederlandse wetenschap creĆ«erde ‘gevaarlijkste virus ooit’

Nederland is specifiek een land waar dit soort discussies moeten worden gevoerd omdat het meest treffende voorbeeld van riskant onderzoek met potentieel pandemische virussen uit ons land komt. Bij het Erasmus MC wordt onder leiding van Ron Fouchier onderzoek gedaan naar vogelgriepvirussen als het influenza H5N1-virus dat momenteel rondwaart. Die virussen besmetten vooral gevogelte en wilde dieren. Een besmetting in mensen is in ongeveer 50 procent van de bekende gevallen dodelijk, maar wordt niet of nauwelijks doorgegeven.

In 2012 beschreef het lab van Fouchier hoe je het virus wĆ©l besmettelijk kunt laten worden. Door het te muteren en vervolgens achter elkaar in de luchtwegen van fretten te brengen, daarna weer op te vangen en door te geven aan de volgende fret, evolueerde het virus na enkele passages tot een besmettelijk virus. De ene besmette fret kon nu zonder tussenkomst van de onderzoekers zijn buurman in een kooitje verderop door de lucht aansteken. Het griepvirus was nu niet alleen zeer dodelijk, maar ook besmettelijk geworden. Ze hadden ‘probably one of the most dangerous viruses’ gemaakt, pochte de Rotterdamse viroloog.

Amerikanen zijn zeer sceptisch over gain-of-function-onderzoek

Deze zogeheten gain-of-function-experimenten van Fouchier werden als dusdanig risicovol ingeschat dat de Amerikaanse overheid er alles aan deed om publicatie te voorkomen. Bovendien werd er een werkgroep ingesteld die de regering van Barack Obama adviseerde een moratorium in te stellen op de financiering van dit soort gain-of-function-experimenten. Motivatie van een van de initiatiefnemers van de werkgroep-Lipsitch: ‘Deze experimenten betekenen dat een onwetend publiek pandemische risico’s draagt, zonder dat dit voor hen een realistisch perspectief op voordelen biedt.’ Het moratorium was van kracht tot 2018, toen Trump het liet verlopen.

Wereldwijd neemt het aantal laboratoria met het hoogste niveau van biosafety  (BSL 4) toe. In dit soort faciliteiten wordt onderzoek gedaan aan de gevaarlijkste virussen voor zowel onderzoeks- als defensiedoeleinden, zodat een toekomstige aanval met biowapens, zoals ebola, pokken of miltvuur  (anthrax), effectief kan worden afgewend. De geschiedenis leert ook dat de defensie-onderzoeken met deze gevaarlijke virussen tot ongelukken en aanslagen leiden: in een Russisch dorp vlakbij een Sovjet-defensie-onderzoeksinstelling brak miltvuur uit. En de miltvuur-aanvallen van 2001 in Amerika zijn zeer waarschijnlijk gepleegd door een microbioloog, werkzaam in een van de miltvuur-onderzoeksinstellingen.

Experimenten met SARS-virussen worden sinds 2003 veel gedaan

Sinds de uitbraak van SARS-1 in 2003 wordt ook met SARS-achtige coronavirussen veel onderzoek uitgevoerd. Er zijn specifiek twee laboratoria die zich wereldwijd toeleggen op het isoleren van dit type bèta-coronavirussen uit diersamples, het karakteriseren van besmettingen in celkweek of proefdieren, het genetisch aanpassen of gericht evolueren van het virus: de gain-of-function-experimenten. Eén van die twee labs was dat van Ralph Baric in de Verenigde Staten in Chapel Hill, North Carolina. Het andere wereldwijde expertisecentrum was het Wuhan Institute of Virology (WIV) in China.

Onderzoekers van het Wuhan-instituut trokken onder leiding van de befaamde viroloog Shi Zengli (bijnaam ‘bat lady’) meerdere malen per jaar naar de Zuid-Chinese grotten om de mond, anus en het bloed van hoefijzerneus-vleermuizen te bemonsteren om er virussen uit te isoleren. Toen er in een Zuid-Chinese kopermijn werkers ziek waren geworden door een mysterieuze longontsteking, werden negen sarbecovirussen aangetroffen, waaronder de naaste verwanten van SARS-2. De Chinezen hadden zojuist de bouw van een BSL4-faciliteit afgerond, waarover volgens berichten van Amerikaanse diplomaten in 2019 grote zorgen bestonden wegens het gebrek aan opgeleid personeel. Een belangrijk deel van het werk aan SARS-achtige virussen speelde zich af in labs met lage biosafety levels, waarin de maatregelen tegen besmetting van onderzoekers beperkt bleven tot handschoenen en labjassen.

Amerikaanse en westerse virologen werkten nauw samen

In 2018 waren de labs van Baric en Shi onderdeel van een gezamenlijke subsidieaanvraag bij DARPA, een onderzoeksinstituut van de Amerikaanse defensie. De National Institutes of Health kondigden na het verlopen van het moratorium aan dat er nu weer gain-of-function-onderzoek kon worden gedaan met virussen als SARS, MERS en ebola. In de subsidieaanvraag staan plannen beschreven om nieuwe SARS-achtige virussen te isoleren en om twintig hoefijzerneuzen (vleermuizen) te vangen en ze voor onderzoek op te sluiten in kooien om hun afweersysteem te kunnen onderzoeken. Het Baric-lab zou gain-of-function-experimenten uitvoeren met SARS-achtige coronavirussen, waaronder het introduceren van een specifieke knipsite in het gen waarmee het aan de luchtwegen haakt: het spike-eiwit.

De aanvraag wordt afgewezen. Maar een jaar na het indienen breekt op ƩƩn van die twee wereldwijde centra van coronavirusonderzoek een pandemie uit met een SARS-achtig virus. Wanneer het genoom van het nieuwe coronavirus wordt gedeeld, leidt dat tot grote onrust bij Amerikaanse en Britse virologen. ‘Tachtig procent zeker dat het uit een lab komt,’ geven ze tegenover elkaar toe in februari 2020. Het uitgebroken virus heeft een aantal genetische eigenaardigheden die onderzoekers deden vermoeden dat het geen natuurlijke oorsprong had. Zo was het het enige bekende, SARS-achtige vleermuizencoronavirus met de specifieke knipsite in het spike-eiwit.

Het was Ron Fouchier die tijdens een teleconferentie zijn Amerikaanse en Britse collega’s ervan wist te overtuigen dat een lablek onwaarschijnlijk is. Belangrijkste argument is dat virologen de virussen waarmee ze knutselen over het algemeen publiceren, en het SARS-2-genoom was niet eerder bekend uit het Wuhan Institute of Virology. Bovendien zat die knipsite toch niet helemaal goed, ‘out-of-frame’ met zichtbare ‘lasnaden’. Zo zou ik het niet hebben gemaakt, luidt  Fouchiers argument samengevat.

Lab-oorsprong wordt nu weggezet als ‘anti-science’

Nu slaken dezelfde virologen die eerder nog ‘80 procent zeker lablek’ zeiden een diepe zucht wanneer iemand weer met dat verhaal komt aanzetten. Het wordt ‘anti-science’ genoemd. Horse shit. Berichten die de mogelijke lab-oorsprong noemden, werden of als misinformatie gelabeld of simpelweg verwijderd op LinkedIn, Facebook en Reddit. De lablek-theorie was lange tijd vooral speelveld van wappies en wacko’s, gecombineerd met een klein groepje serieuze wetenschappers en een aantal vasthoudende, vaak anonieme internetspeurders.

Die haalden steeds weer cruciale informatie boven. De subsidie-aanvraag met het voornemen voor de ‘gain-of-function’-coronavirussen werd bijvoorbeeld nooit gedeeld, zelfs niet toen onderzoekers die onderdeel waren van de aanvraag (Peter Daszak van EcoHealth Alliance) door de Wereldgezondheidsorganisatie op een zogenaamd onafhankelijke fact-finding-missie naar China werden gestuurd. Het bestaan van grote databases met vleermuissamples en vleermuisvirussen werd ontdekt door deze officieuze online detectives.

Belangrijkste viroloog van China was niet scheutig met informatie

Ook het feit dat de naaste verwanten van het coronavirus ten tijde van de uitbraak ook in Wuhan aanwezig waren, in de vriezers van het virologisch instituut in Wuhan, en dat die waren geĆÆsoleerd op de locatie van de mysterieuze uitbraak onder de mijnwerkers, werd door hen ontdekt. De redacteuren van Nature moesten flink aandringen bij Shi om de genetische informatie van deze virussen los te krijgen. Van al deze informatie werd niets spontaan gedeeld door de Chinese instanties.

Daarnaast wijst alles erop dat de Wuhan-onderzoekers niet over een tiental maar over een honderdtal SARS-achtige virussen beschikten ten tijde van de uitbraak. Het vraagt heel veel vertrouwen om hen op hun woord te geloven wanneer zij stellen dat SARS-CoV-2 daar niet tussen zat. En al dat moeizame opdiepen van belangrijke aanwijzingen doet sterk vermoeden dat er nog veel meer informatie niet is gedeeld. Over de vroegste zieken bijvoorbeeld: waren dat dierhandelaren die wasbeerhonden verscheepten uit Zuid-China naar Wuhan? Of WIV-medewerkers die net een week in Zuid-China vleermuizen hadden bemonsterd?

Wat is eigenlijk het nut van gain-of-function-onderzoek?

In NRC van 16 maart zegt Ron Fouchier dat het type gain-of-function-onderzoek waaraan zijn team werkte centraal moet staan in de preventieve maatregelen voor een volgende pandemie. ‘Als je dit onderzoek stopt, geef je je over aan de volgende pandemie,’ zegt hij. Hoe zijn experimenten meer doen dan alleen surveilleren en registreren van de evolutie van vogelgriepvirussen, blijft onduidelijk. Het is de sterk de vraag of de creatie van ‘misschien wel het gevaarlijkste virus ter wereld’ een volgende pandemie gaat helpen voorkomen.

Maar zelfs wanneer we concluderen dat experimenten als deze nuttige informatie opleveren, kun je je afvragen hoe de afweging tussen risico’s en baten uitvalt. De gezaghebbende viroloog Jesse Bloom toont zich in een opinieartikel in The New York Times zeer kritisch over het nut en de risico’s van dit type experimenten. Hij beschrijft het belang van onderzoek naar potentieel zoƶnotische virussen als: mede dankzij dit soort experimenten was er veel kennis over het belang van het coronavirus-spike-eiwit en daardoor konden sneller vaccins worden ontwikkeld. Ook nu er een nieuwe pandemie dreigt vanuit de langdurige en wijdverspreide vogelgrieppandemie, kan nieuwe kennis over dit type influenza-stam cruciaal zijn.

Maar het is de vraag of de opbrengsten en de risico’s van de experimenten nog in balans zijn. Net zoals we bij dierproeven een onafhankelijke commissie laten beoordelen of de inzet en het aantal proefdieren de opbrengsten van de experimenten rechtvaardigen, zou er ook bij dit type onderzoek met gevaarlijke virussen altijd een afweging moeten plaatsvinden of er ook minder risicovolle alternatieven voorhanden zijn. Wanneer Jesse Bloom opsomt welk virusonderzoek hij te risicovol acht, noemt hij specifiek twee projecten: de gain-of-function-experimenten zoals beschreven in het DARPA-onderzoeksvoorstel van Baric en Shi, en de vogelgriepexperimenten zoals die in 2011 zijn uitgevoerd door het Fouchier-lab in Rotterdam.

Ook de strengste veiligheidsnormen voorkomen niet elk ongeluk

Het lab van Fouchier voldoet aan strenge veiligheidsnormen. Met onderdruk, met handschoenenkasten, door gevaccineerde en goed getrainde medewerkers, met regelmaat gecontroleerd door de Amerikaanse autoriteiten. Maar Nederland heeft geen BSL-4-faciliteit, dus spelen de experimenten zich af op een niveau lager, ‘BSL-3’, midden in een van de grootste stedelijke gebieden van Europa. Bovendien nemen ook de strengste veiligheidsmaatregelen niet weg dat er nog steeds ongelukken gebeuren en er kwaadwillende mensen op aarde rondlopen.

Ook drie jaar na de uitbraak van de pandemie is de oorsprong van het coronavirus dat zoveel sterfte veroorzaakte niet duidelijk. Het blijft nog steeds aannemelijk dat een ongeluk in wetenschappelijk onderzoek de uitbraak heeft veroorzaakt. Dat betekent dat de pogingen om een toekomstige pandemie te voorkomen zich niet alleen moeten richten op de sprong van dier naar mens. We zouden ook kritischer moeten kijken naar welke experimenten met gevaarlijke virussen wij in Nederland nog acceptabel vinden.

https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2023/04/rosanne-hertzberger-waarom-het-aannemelijk-is-dat-het-coronavirus-uit-een-lab-afkomstig-is-1035458/